Twee minuten alleen, op zestig centimeter van de muur
Er is één kamer in huis waar een gast in zijn eentje zit, met de deur dicht, zonder gesprek om zich achter te verschuilen. Hij duurt anderhalve minuut en er is niets te doen. Dus wordt er gekeken: naar de voeg boven de kraan, naar het flesje allesreiniger onder het fonteintje, naar de reserverol die op de vloer ligt.
Dat is de hele reden waarom het gastentoilet meer aandacht verdient dan zijn oppervlakte suggereert. Een gemiddeld toilet is ongeveer 90 bij 140 cm, iets meer dan een vierkante meter, en de afstand tussen oog en wand is zelden groter dan 60 cm. Alles wordt van dichtbij bekeken, en er is geen ander meubel dat de aandacht wegtrekt.
Het goede nieuws is dat een ruimte van deze maat zich met een paar keuzes helemaal laat bepalen. Wat in een woonkamer een project is, is hier een middag.
Waar het meestal misgaat
Vier dingen komen in vrijwel elk gastentoilet terug.
Het eerste is opslag in het zicht. Toiletblokjes, een fles ontkalker, een borstel met een kalkrand, en de voorraad rollen op de grond. Dat zijn precies de objecten die niemand wil zien en die toch op ooghoogte staan als je zit.
Het tweede is versnippering: vijf kleine dingen op een plank van 25 cm. Een kaarsje, een flesje, een schelpje, een plantje, een bakje. Op zo'n oppervlak leest dat als een etalage.
Het derde is licht. Eén spot recht boven het hoofd, koud van kleur, zonder dimmer, en verder niets.
Het vierde is de kleur. Wit tot aan het plafond, met witte tegels tot halverhoogte, omdat licht in een kleine ruimte altijd goed zou zijn. In een ruimte zonder raam pakt dat anders uit dan de theorie belooft.
Wat er op een fonteintje past
Een fonteintje is meestal 36 tot 40 cm breed en zo'n 25 cm diep, en daarvan gaat de helft op aan de kraan en de bak. Er blijft dus een strook over van ongeveer 15 bij 12 cm, en dat bepaalt hoeveel er kan staan.
Twee objecten. Niet drie, zoals in een badkamer, want daar is het blad drie keer zo groot. Een zeeppompje en één ding dat er niets mee te maken heeft: een klein kaarsje, een schelp, een steen. Het zeeppompje van versteend hout van 10 bij 10 bij 16 cm heeft precies de voetafdruk die op zo'n strook past, en het is bovendien het enige object in de ruimte dat een gast in zijn hand neemt. Dat pleit ervoor er iets van te maken.
Staat er geen fonteintje maar een smal planchet, dan werkt een klein plateau beter dan losse spullen. Een marmeren dienblad van 20 bij 11 cm geeft de twee objecten een rand, en alles binnen die rand leest als één ding. De redenering erachter, en waarom drie het maximum is zodra het blad groter wordt, staat in badkamer stylen.

De schoonmaakspullen gaan hoe dan ook uit het zicht. Is er geen kastje onder de fontein, dan is een gesloten doos op de grond achter de pot nog altijd beter dan een fles op de rand. Meer over dat principe staat in opbergen in het zicht.
Donker werkt hier juist wél
De regel dat licht een kleine ruimte groter maakt, geldt voor kamers met daglicht. Een toilet heeft dat meestal niet, en dan gebeurt er iets anders: wit onder kunstlicht wordt grauw, elke hoek blijft zichtbaar, en de ruimte oogt precies zo klein als hij is.
Een donkere kleur doet het omgekeerde. In diep groen, gebrande terracotta, inktblauw of houtskoolgrijs verdwijnen de hoeken en houdt het oog op met de wanden te tellen. De ruimte wordt niet groter, maar hij houdt op klein te lijken, en hij leest als een keuze in plaats van als een restruimte.
Twee voorwaarden maken het verschil. Neem alle vier de wanden mee, inclusief de deur aan de binnenkant, want één donkere wand tegenover drie witte maakt de ruimte juist smaller. En kies een matte of zijdematte afwerking: hoogglans in een kleine ruimte laat elke vingerafdruk en elke oneffenheid zien.
Test de kleur op de plek zelf, met de lamp aan die er straks hangt. Kunstlicht verandert een donkere tint sterker dan daglicht, en hoe je zo'n staal beoordeelt staat in verf en kleurstalen op de muur. Of een enkele wand ook kan, en wanneer dat werkt, staat in accentmuur: wel of niet.
Licht dat niet in je gezicht schijnt
Eén inbouwspot recht boven het hoofd is de standaardoplossing en de slechtste. Hij zet harde schaduwen in het gezicht van wie in de spiegel kijkt, hij maakt elke wand vlak, en hij is bijna altijd te fel voor een ruimte van een vierkante meter.
Beter is licht dat van de zijkant of van de wand komt. Een wandlamp naast of naast-en-boven de spiegel geeft licht op ooghoogte, en dat vult de schaduwen op in plaats van ze te maken. In een smalle ruimte telt daarbij de diepte van de lamp: een model dat 20 cm uitsteekt zit letterlijk in de weg. De wandlamp Avan van 24,5 cm hoog en 18 cm diep blijft dicht genoeg bij de wand om naast een fonteintje te kunnen hangen.
Twee dingen maken het af. Kies een warme lichtkleur, rond 2700 kelvin, want koud licht is in deze ruimte meedogenloos. En zet er een dimmer op als het kan: een toilet dat 's nachts wordt gebruikt vraagt om iets heel anders dan een toilet op zaterdagavond, en dimmen doet dat werk. De ophanghoogtes voor wandlampen staan in wandlampen plaatsen.
De spiegel: klein genoeg om te passen, groot genoeg om iets te doen
In een ruimte van 90 cm breed is een spiegel van 50 tot 60 cm meestal de bovengrens. Groter raakt de zijwanden of hangt scheef boven het fonteintje, en dan wordt de spiegel het probleem in plaats van de oplossing.
Een vierkante spiegel van 51 bij 51 cm hangt boven een fonteintje van 40 cm breed nog ruim binnen de wand en laat aan beide kanten lucht. Hang het midden op 160 tot 165 cm, dat werkt voor vrijwel iedereen die er staand in kijkt.
Hangt de spiegel tegenover de deur, dan verdubbelt hij de diepte van de ruimte op het moment dat iemand binnenkomt, en dat is precies waar het effect het meeste oplevert. Wat een spiegel met een lamp doet, en waarom hij naast de lichtbron beter werkt dan ertegenover, staat in spiegel en lamp op elkaar afstemmen.
Eén ding aan de muur, en op de juiste wand
Wanddecoratie in een toilet gaat bijna altijd mis in het aantal. Vier kleine lijstjes op een wand van 90 cm lezen van dichtbij als een prikbord.
Neem er één, en neem hem groter dan je zou denken. Een ronde koraalschijf in een houten schaduwlijst van 60 bij 60 cm vult een halve wand en heeft genoeg reliëf om op 60 cm afstand interessant te blijven, wat bij een vlakke print niet lukt.
De wandkeuze doet er meer toe dan het onderwerp. Hang het op de wand waar je vanaf de pot naar kijkt, niet op de wand achter je. En hang het lager dan je gewend bent: iemand die zit kijkt vanaf ongeveer 120 cm, dus een midden op 140 tot 145 cm klopt hier beter dan de gebruikelijke 150 tot 155. De algemene maatverhoudingen staan in wanddecoratie boven de bank.
Geur, textiel en het praktische deel
De rest is klein werk dat in verhouding veel doet.
Een gastendoekje is de goedkoopste upgrade van de hele ruimte, en het is ook het enige textiel dat er hangt. Eén handdoek van 50 bij 70 cm aan een haak, in dezelfde kleurfamilie als de wand, en niet dezelfde handdoek als in de badkamer.
Voor geur is een brandende kaars beter dan welke verstuiver ook, met de kanttekening dat een kaars in een toilet zelden lang genoeg brandt om zijn was gelijkmatig te laten smelten; hoe je dat oplost staat in kaarsen branden zonder tunnel. Potpourri is de uitzondering die je beter overslaat: hij vangt stof en ruikt na een halfjaar naar niets.
En dan de reserverollen. Drie op een rij op de stortbak is de meest gemaakte oplossing en zelden een mooie; een gesloten doos of een mandje op de grond werkt beter, zolang het maar niet de verpakking is. De rest van wat er in deze ruimte thuishoort staat bij de badkameraccessoires, en wat er verder klaar moet staan voordat er bezoek komt in het huis klaar voor gasten.






