De muur achter de bank is bijna nooit de goede
De meest geverfde accentmuur van Nederland zit achter de bank, en dat is precies de muur waar je zelf het minst naar kijkt. Zodra je zit, heb je hem in je rug.
Er komt een tweede probleem bij. Een bank is rond de 85 cm hoog, dus van een wand van 260 cm blijft er iets van 175 cm zichtbaar, en dat is een liggende strook in plaats van een vlak. Een kleur die op een staal mooi diep oogt, wordt in zo'n strook een band, en een band trekt je oog horizontaal door de kamer in plaats van de kamer diepte te geven.
Doe de test voordat je een kwast koopt. Ga zitten waar je 's avonds zit en kijk rond. De muur die je vanaf die plek het langst aankijkt is de kandidaat, en dat is in de meeste woonkamers de wand tegenover de bank of de wand aan het eind van de kamer.
Wat er wél goed werkt boven een bank is één groot vlak in plaats van kleur op de hele wand. Dat is een ander onderwerp, uitgewerkt in wanddecoratie boven de bank.
Welke muur dan wel
Drie eigenschappen maken een muur geschikt, en ze gelden alle drie tegelijk.
Je ziet hem als je binnenkomt. Ga in de deuropening staan. De wand die je recht aankijkt krijgt bij elke binnenkomst een halve seconde aandacht, en dat is de plek waar een accent iets doet. In een lange smalle kamer is dat vaak de korte wand aan het eind; die naar voren halen met een donkerder tint maakt de kamer meteen minder pijpenla, zoals ook beschreven in een lange smalle kamer indelen.
Hij is aaneengesloten. Reken op minstens 2,5 meter ononderbroken vlak. Een muur met een deur, een raam, een radiator en drie schakelaars levert vier snippers kleur op en geen accent. Een schoorsteenborstwering of een nis is om dezelfde reden juist ideaal: die zit al ingekaderd door de architectuur.
Er staat iets tegen of voor. Een accentmuur zonder inhoud is een geverfd vlak. Een console, een kast, een grote plant of een wandobject geeft het vlak een reden. Het ronde wandobject Flow van 110 bij 110 cm met een reliëf van overlappende schubben werkt daarvoor beter dan een plat schilderij, omdat het reliëf schaduw maakt tegen de wand en de kleur van de muur zo in twee tinten uiteenvalt.
Vier situaties waarin het niet gaat werken
Niet elke kamer heeft een muur die dit aankan.
In een open woonruimte zonder duidelijke grens loopt de accentkleur op een willekeurig punt door naar de keuken of de eethoek. Zonder een hoek, een verspringing of een balk om tegenaan te stoppen leest het als een halfafgemaakte schilderklus.
Een kamer met drie of meer deuren heeft geen wand die lang genoeg doorloopt. Daar werkt kleur op alle wanden tegelijk beter dan kleur op één.
De wand achter een televisie is een aparte val. Een donkere matte muur maakt het zwarte scherm juist minder zichtbaar, wat prettig lijkt, maar bij daglicht spiegelt het scherm dan alles wat lichter is in de kamer. Wat daar wel helpt staat in de tv-wand stylen.
En de vierde: een accentkleur die nergens anders in de kamer terugkomt. Een tint die één keer voorkomt leest als een fout. Laat hem terugkomen in een kussen, een plaid of een object, in de verhouding die uitgelegd wordt in kleuren combineren volgens 60-30-10.
Een accent in materiaal in plaats van in kleur
Kleur is de bekendste manier om een muur apart te zetten en zelden de mooiste. Materiaal doet hetzelfde werk en veroudert beter, omdat het niet aan een modekleur vastzit.
Denk aan verticale houten latten, aan een strak stucwerk met een zichtbare korrel, aan lambrisering met vlakverdeling, aan een wand bekleed met linnen of jute. Al die oppervlakken veranderen door de dag heen, omdat de schaduw meebeweegt met het licht. Een geverfde wand ziet er om drie uur 's middags hetzelfde uit als om acht uur 's avonds; een wand met structuur niet.
De goedkoopste versie is een groot wandobject dat het vlak overneemt. Het canvas Cascade van 100 bij 140 cm met een grafisch reliëf in bruin en zwart beslaat op een wand van 2,5 meter breed ruim een derde van het vlak, en dat is genoeg om de hele muur een karakter te geven zonder een liter verf. Andere formaten en vormen staan bij de wanddecoratie.
Zet er licht bij dat langs de wand strijkt in plaats van erop schijnt. Een lichtbron op 20 tot 30 cm van het vlak laat elke structuur zijn eigen schaduw werpen, hetzelfde principe als in textuur zonder kleur.
Als je toch verft: hoe ver je gaat en waar je stopt
Blijf in de kleurfamilie die er al is en ga twee tot drie tinten dieper. Een greige wand naast een greige muur die drie tinten donkerder is leest als diepte; dezelfde muur in petrol leest als een besluit dat om aandacht vraagt.
Kies een matte afwerking, ergens tussen 2 en 5 procent glans. Hoe matter, hoe minder de wand reflecteert en hoe voller de kleur oogt. Zijdeglans op een grote donkere wand laat elke oneffenheid in het stucwerk zien.
Stop in een binnenhoek en niet halverwege een vlak. Loopt de wand door om een hoek, verf dan ook die teruglopende dam mee tot de volgende binnenhoek; anders zie je vanuit de meeste posities een verticale naad zonder aanleiding.
En test groot. Schilder twee vellen van A3 en hang ze op de muur zelf, niet op een tafel: bekijk ze rond negen uur 's ochtends, midden op de dag en 's avonds bij lamplicht. Een kleur die alleen bij daglicht klopt, klopt de helft van het jaar niet.
Op een donkerder wand verandert ook wat je eraan hangt. Een lichte lijst en een licht doek springen naar voren, waar ze op een witte muur wegvielen. Het canvas Tatu right van 90 bij 120 cm in bruine en beige tinten is daar een voorbeeld van: op een wand in dezelfde familie leest het als één geheel, en dat is meestal rustiger dan contrast om het contrast.
Bekijk alle wanddecoratie
Bekijk de collectie




