Ga naar hoofdinhoud

Zomervakantie: bestellingen geplaatst van 15 t/m 29 augustus verzenden we vanaf 31 augustus · showroom vanaf 27 augustus op afspraak, vanaf 28 september weer normaal geopend

Eigen bezorgservice · Veilig betalen · 5.0/5 reviews
Interiori by Noenoes DecoratiesInteriori by Noenoes Decoraties naar de homepage

Stylinggids

Waarom bijna elk lichtpunt in huis een dimmer verdient

De meeste woonkamers branden 's avonds op hetzelfde niveau als om drie uur 's middags. Dat is zelden een keuze, het is gewoon wat een schakelaar met twee standen oplevert. Een dimmer kost minder dan bijna elk meubel en verandert meer aan de sfeer dan een nieuwe lamp. Hieronder wat dimmen met een kamer doet, waarom warm licht en weinig licht bij elkaar horen, welke lampen zich laten terugdraaien en welk lichtpunt je als eerste aanpakt.

NNoenoes team7 min leestijd
Woonkamer met crèmekleurige hoekbank, ronde salontafels en een brandende vloerlamp tegen een oudroze lambrisering

Alles staat aan, of alles staat uit

Loop 's avonds om acht uur door je woonkamer en tel wat er brandt. In een kamer van rond de 30 m² zijn dat er meestal vier of vijf: de plafondlamp, een vloerlamp bij de bank, een tafellamp op het dressoir en iets boven de eettafel. Ze staan allemaal op honderd procent, want dat is de enige stand die ze kennen.

Overdag valt dat niemand op. Er komt daglicht binnen dat sterker is dan alles wat je in huis hebt hangen, en de lampen vullen alleen de donkere hoeken aan. Zodra het buiten donker wordt keert die verhouding om. De lampen zijn dan het felste in de kamer, en niemand draait ze terug omdat het technisch niet kan.

De lampen zijn het probleem niet. Het aantal standen is dat wel. In een woonkamer verlichten zonder plafondlamp gaat het over hoeveel lichtpunten je nodig hebt; hier gaat het over de stand waarop ze branden.

Wat er verandert als je een lamp halveert

Zet één lamp terug naar de helft en er gebeurt meer dan alleen minder licht. Het oog stelt zich in op het felste punt in de ruimte, dus zodra dat punt zakt, komen de wanden en de hoeken er relatief dichter bij. De kamer krijgt daardoor een rand: het licht valt binnen een kleinere cirkel en alles daarbuiten wordt achtergrond.

Ook de schaduwen veranderen van karakter. Op vol vermogen tekent een staande lamp een harde ovaal op de muur, op een derde daarvan loopt die vorm uit tot een verloop zonder duidelijke grens. De vloerlamp Hasden van 135 cm hoog en 45 cm diep staat met zijn koepelkap precies op de hoogte waar je dat verschil ziet. Vol brandend is hij het helderste object in de hoek; teruggedraaid is hij een gloed naast de bank.

En dan is er nog het scherm. Een televisie van 55 inch geeft 's avonds zelf zoveel licht dat hij met een kamer op vol vermogen blijft concurreren. Op een kwart houdt die concurrentie op.

Materialen reageren er ook op. Een glazen of gelakt oppervlak weerkaatst fel licht als een witte vlek en laat bij weinig licht zijn diepte zien; linnen en travertine doen het omgekeerde en vragen juist iets meer licht om hun structuur te tonen. In een kamer met veel glas en spiegels merk je het verschil tussen honderd en zestig procent daarom eerder dan in een kamer vol textiel.

Warm licht en laag licht horen bij elkaar

Kleurtemperatuur wordt uitgedrukt in kelvin. 2700 K is het warme, licht gelige licht van de meeste woonkamerlampen. 4000 K trekt naar wit en hoort thuis in een keuken of een werkkamer. Laat op de avond voelt zelfs 2700 K nog aan de koele kant, omdat het oog dan al op weinig licht is ingesteld.

Bij de oude gloeilamp loste dat zichzelf op. Terugdraaien betekende een koelere gloeidraad, en de lichtkleur zakte vanzelf mee naar ongeveer 2200 K, richting kaarslicht. Een gewone led doet dat niet. Die houdt zijn 2700 K vast tot aan de laagste stand, waardoor een gedimde kamer wel donkerder wordt en toch niet warmer aanvoelt. Veel mensen zetten de dimmer daarom weer omhoog en concluderen dat dimmen bij hen niet werkt.

Leds met de aanduiding dim to warm zijn precies daarvoor gemaakt. Ze zakken tijdens het dimmen van 2700 K naar 2200 K en soms tot 1800 K, en bootsen daarmee het gedrag van de gloeilamp na. Voor het gevoel in de kamer scheelt dat meer dan een nieuwe lampenkap.

Niet elk peertje laat zich terugdraaien

Op de verpakking van een led staat of hij dimbaar is. Staat het er niet, dan is hij het niet. Een niet-dimbare led op een dimmer geeft geflikker, een zoemend geluid of een lamp die halverwege de schaal gewoon uitvalt.

Daarnaast telt de dimmer zelf mee. Oudere modellen zijn ontworpen voor gloeilampen en vragen een minimale belasting van 20 tot 40 watt. Drie leds van 6 watt komen samen op 18 watt, en dat is voor zo'n dimmer te weinig; het licht gaat dan trillen op de laagste standen. Een led-dimmer met fase-afsnijding, in winkels vaak aangeduid als RC-dimmer, begint al rond 3 watt en heeft dat probleem niet.

De fitting bepaalt hoeveel vrijheid je hebt. Een lamp met een gewone E27-fitting, zoals de tafellamp Park van 50 cm hoog en 30 cm diep, kun je met elk dimbaar peertje uitrusten dat je wilt, en later weer met een ander. Bij een lamp met vast ingebouwde led zit je aan de keuze van de fabrikant vast.

Drie plekken waar een dimmer kan zitten

  1. In de wand. De dimmer vervangt de bestaande schakelaar en regelt alles wat aan dat lichtpunt hangt. De mooiste oplossing voor een plafondlamp of een hanglamp, en de enige die geen extra ding in het zicht zet. Laat de aansluiting doen door iemand die dat mag doen.
  2. In het snoer. Een snoerdimmer zit ongeveer 30 cm boven de stekker en is bedoeld voor een vloerlamp of een tafellamp die in het stopcontact gaat. Geen werk aan de installatie, wel een kastje langs de plint. In een huurwoning is dit meestal de enige route.
  3. In de lamp. Een slimme led regelt zichzelf via een app of een afstandsbediening. Belangrijke voorwaarde: de wandschakelaar moet aan blijven staan, anders is de lamp voor de app onvindbaar.

Een vierde variant komt vaak voorbij bij vloerlampen zonder kap, zoals de vloerlamp Velune van 153 cm hoog: het peertje zelf is dan het zichtbare deel, en een dimbare led met een zichtbare gloeidraad doet daar meer dan welke instelling ook.

Waar je begint als je er één plaatst

Het felste vaste lichtpunt gaat voor. In de meeste woonkamers is dat de plafondlamp, direct gevolgd door de hanglamp boven de eettafel, waar de hoogte toch al kritisch is (zie hanglamp boven de eettafel). Die twee samen bepalen hoe een kamer 's avonds aanvoelt.

Daarna komt de vloerlamp bij de zithoek. Tafellampen op een dressoir of een bijzettafel geven van zichzelf al zo weinig licht dat dimmen daar het minst oplevert; die zet je gewoon aan of uit.

Van vijf lichtpunten hoeven er dus drie regelbaar te zijn. Dat is een avond werk en geen verbouwing, en het verandert meer aan de kamer dan een nieuwe vloerlamp.

Let bij de wandschakelaar op wat er allemaal aan hangt. In veel woonkamers zitten de plafondlamp en de spots in de keuken op dezelfde groep en soms zelfs op dezelfde schakelaar, waardoor je met één dimmer ook het aanrecht terugdraait. Kijk dat na voordat je een dimmer koopt: het scheelt het verschil tussen één regelbaar lichtpunt en twee ruimtes die aan elkaar vastzitten.

Wat een dimmer niet repareert

Eén plafondlamp op tien procent geeft een kamer die donker is en toch niet gezellig. Al het licht komt nog steeds van boven, de schaduwen vallen nog steeds onder de ogen en onder de neus, en de hoeken blijven zwart. Wat er ontbreekt is niet minder licht, het zijn extra lichtpunten op andere hoogtes.

Reken op licht op drie niveaus: iets rond ooghoogte in een fauteuil, dus tussen 110 en 140 cm boven de vloer, iets op tafelhoogte rond 70 cm en pas dan het plafond. Een tafellamp als de Ember van 70,5 cm hoog met een voetbreedte van 39,5 cm vult die middelste laag op een dressoir precies op. Twee gedimde lampen op verschillende hoogtes doen wat één gedimde plafondlamp nooit gaat doen, en welke maat waar past staat in het overzicht van de tafellampen.

Onder de laagste stand begint het kaarslicht

Elke dimmer heeft een bodem. Onder ongeveer vijf procent slaan de meeste leds af of gaan ze zichtbaar trillen, en dat niveau ligt nog altijd boven wat een kaars geeft. Een kaarsvlam zit rond 1800 K en levert licht dat niet stil staat, en juist dat bewegen leest het oog als warmte.

Daarom is de laatste stap van een avond zelden elektrisch. Een windlicht als de Skye van 34,5 cm hoog en 28 cm doorsnede zet één helder punt op de salontafel, met de lampen eromheen op een kwart. Hoeveel vlammen een kamer aankan en waar ze horen te staan staat in kaarslicht in de woonkamer; de rest van de windlichten en kandelaars verschilt vooral in hoogte.

Een praktische volgorde voor de avond: rond zonsondergang de plafondlamp naar de helft, na het eten naar een kwart, en daarna de kaarsen aan.

Veelgestelde vragen

Waarom voelt een gedimde ledlamp minder warm dan een gedimde gloeilamp?+

Een gloeilamp zakte bij het terugdraaien vanzelf van ongeveer 2700 naar 2200 kelvin, richting kaarslicht. Een gewone led houdt zijn 2700 kelvin vast tot aan de laagste stand, waardoor de kamer wel donkerder wordt zonder warmer aan te voelen. Leds met de aanduiding dim to warm zakken wel mee, naar 2200 en soms 1800 kelvin.

Kan elke ledlamp op een dimmer?+

Alleen leds waarop staat dat ze dimbaar zijn. Een niet-dimbare led op een dimmer gaat flikkeren of zoemen, of valt halverwege de schaal uit. Let ook op de dimmer zelf: oudere modellen vragen een belasting van 20 tot 40 watt, terwijl drie leds van 6 watt samen op 18 watt komen. Een led-dimmer met fase-afsnijding werkt al vanaf ongeveer 3 watt.

Welk lichtpunt geef je als eerste een dimmer?+

Het felste vaste lichtpunt, in de meeste woonkamers de plafondlamp, daarna de hanglamp boven de eettafel en de vloerlamp bij de zithoek. Tafellampen op een dressoir of bijzettafel geven van zichzelf al zo weinig licht dat dimmen daar het minst oplevert. Van vijf lichtpunten hoeven er ongeveer drie regelbaar te zijn.

Meer stylinginspiratie