Stap één: laat de eerste beurt helemaal uitbranden
Steek een nieuwe stompkaars aan op een avond dat je blijft zitten. De was moet de kans krijgen om over de volle breedte vloeibaar te worden, tot de gesmolten laag de buitenrand raakt en er nergens meer een droog randje overblijft.
Bij een kaars van 7 cm doorsnee duurt dat ongeveer twee uur. Bij 10 cm reken je op drie.
Blaas je hem eerder uit, dan ligt de vorm voor de rest van zijn leven vast. Was onthoudt waar hij de eerste keer is blijven staan, en die opstaande rand smelt daarna nooit meer helemaal weg. De vlam zakt vanaf dat moment recht naar beneden en graaft een schacht.
Dit is de reden dat een dure kaars soms slechter brandt dan een goedkope. De dure is vaak breder, en breed vraagt meer tijd voor die eerste beurt dan mensen willen geven.
Knip de lont voor je hem aansteekt, niet erna
De lont hoort tussen de vijf en tien millimeter boven de was uit te steken. Langer dan dat en de vlam wordt te groot voor de kaars: hij smelt meer was dan hij kan verbranden en de rest verlaat de kaars als roet.
Dat roet zie je terug op de binnenkant van glas, op de muur boven een schouw en op het plafond boven een groep windlichten. Een beroet windlicht krijg je met kou of warmte weer schoon, maar voorkomen kost tien seconden per keer.
Knip met een nagelschaartje of een lonttang. Doe het als de kaars koud is, want in vloeibare was valt het stukje lont in de plas en dan ligt er een zwart kooltje in te smeulen.
Zit er een verdikking op de punt, een klein zwart bolletje, dan is dat verbrande katoen die de luchttoevoer verstoort. Weg ermee. Een vlam die hoger wordt dan ongeveer 2,5 cm en zichtbaar beweegt terwijl er geen luchtstroom is, vraagt eigenlijk altijd om een kortere lont.
Zet hem uit de tocht
Een vlam die naar één kant trekt smelt de was aan die kant sneller weg. Binnen twee avonden staat de kaars scheef en loopt er was over de rand van de houder.
De boosdoeners zijn steeds dezelfde: de luchtstroom tussen twee openstaande deuren, een kiepraam, de warme lucht boven een radiator, een airco. Een halve meter verplaatsen is meestal genoeg om het op te lossen.
Op plekken waar de lucht altijd beweegt, zoals een vensterbank of een lage hoek bij de vloer, kies je gesloten glas in plaats van een open kandelaar. Het windlicht Skye met een koepelvormige glazen kap van 34,5 cm hoog en 28 cm doorsnee laat de vlam met rust en geeft tegelijk een warmere kleur licht, omdat het rookbruine glas het licht filtert. Welke plekken in een kamer om vlam vragen en op welke hoogte, staat uitgewerkt in het stuk over kaarslicht in de woonkamer.
Vier uur is de bovengrens per keer
Na een uur of vier is de plas gesmolten was zo diep geworden dat de lont er half in wegzakt en scheef gaat staan. De vlam wordt onrustig, de kaars begint van één kant af te branden en het roeten neemt toe.
Blaas hem dan uit, laat hem twee uur hard worden en steek hem daarna opnieuw aan als de avond nog niet om is. Dat is beter dan doorbranden tot hij vanzelf een gat in de zijkant maakt.
Aan de andere kant van de schaal geldt hetzelfde principe. Korter dan een uur heeft geen zin bij een stompkaars van 7 cm of breder, want dan haalt de gesmolten laag de rand niet en werk je met elke korte beurt aan een tunnel.
Voor een avondje eten is dat prima te plannen: aansteken als je begint met koken, uit als de tafel wordt afgeruimd.
Elke soort kaars heeft zijn eigen regels
Een dinerkaars van 2,2 cm doorsnee kent het tunnelprobleem niet. Hij is te smal om een rand op te bouwen: binnen een paar minuten is de hele bovenkant vloeibaar. Hij brandt zes tot acht uur en druipt vooral wanneer de beker van de kandelaar te wijd is, waardoor de kaars kan gaan hangen. De kandelaar Piper van 28 cm hoog met een voet van 5,5 cm doorsnee heeft een strakke beker; zit een kaars te los, zet hem dan vast met een druppel gesmolten was in plaats van met een stukje aluminiumfolie, dat geleidt warmte naar het glas.
Een waxinelicht brandt in zijn eigen bakje en heeft aan vier uur genoeg. Het aluminium bakje wordt heet, dus zet het nooit direct op hout of op een geverfd oppervlak.
Wassen cilinders die een waxinelicht opnemen, zoals de Eichholtz waxinelichthouders in de maten 10 x 12, 10 x 15 en 10 x 18 cm, zitten daar tussenin: de buitenkant blijft heel en houdt zijn vorm, terwijl je alleen het binnenste bakje vervangt. Handig op een plek waar je vaak licht wilt zonder telkens een nieuwe stompkaars in te branden.
Doven werkt beter dan uitblazen
Uitblazen stuurt een sliert rook de kamer in en spat kleine druppels vloeibare was over de tafel. Bij een windlicht slaat die rook bovendien neer tegen het glas dat je net had schoongemaakt.
Een kaarsendover, een metalen klokje aan een steeltje, snijdt de zuurstof af en geeft geen rook. Heb je die niet, duw de lont dan met een tandenstoker voorover in de eigen plas was en trek hem er meteen weer uit. De vlam gaat direct uit en de lont is doordrenkt, waardoor hij de volgende keer sneller aanslaat.
Laat de kaars daarna nog een kwartier staan voor je hem verplaatst. Vloeibare was klotst en dat is precies hoe hij op een dressoirblad terechtkomt.
Een tunnel terugdraaien
Is de opstaande rand nog geen centimeter hoog, dan haal je hem weg met een botermes: snijd de was af tot het niveau van de plas in het midden en steek hem daarna aan voor een volle beurt van twee uur. De losse stukjes was gooi je weg, niet terug in de kaars.
Bij een hogere rand werkt de foliemethode. Wikkel een strook aluminiumfolie om de bovenkant van de kaars, vouw hem iets naar binnen zodat hij de rand bedekt maar het midden vrij laat, en laat de kaars twee uur branden. De folie kaatst de warmte naar de rand en die smelt alsnog vlak.
Werkt dat niet, dan is de lont te ver weggezakt om de rand nog te bereiken. Zonde, maar er zit dan vaak nog genoeg was in om te smelten en over te gieten in een leeg waxinelichtbakje.
Wanneer je stopt met branden
Stop bij ongeveer twee centimeter resthoogte. Daaronder komt de vlam te dicht bij de bodem van de houder, gaat hij roeten en wordt glas plaatselijk zo heet dat het kan springen.
Bij een houder van steen is die grens net zo hard. De travertine kaarshouders in 9,5 x 9,5 cm met hoogtes van 4, 6,5 en 9 cm hebben een ondiepe kom, wat betekent dat een te ver opgebrande kaars zijn warmte rechtstreeks op het steen afgeeft. Natuursteen verkleurt daarvan en dat gaat er niet meer uit.
De laatste centimeters was hoeven niet de vuilnisbak in. Zet het restje in een pan met warm water, laat het smelten, giet het in een leeg bakje met een nieuw lontje en je hebt er nog een avond bij. En wil je in plaats daarvan de houders zelf vervangen, dan vind je de modellen op de pagina met kandelaars en windlichten.






