Er zit ineens een lichtvlek in je spiegel
De spiegel hing er al maanden en niemand had er iets van gemerkt. Dan komt er een nieuwe vloerlamp in de hoek, en vanaf dat moment zit er 's avonds een felle schijf in het glas die precies op ooghoogte staat als je op de bank zit.
Dat is geen ongelukje. Een spiegel geeft door wat hij te zien krijgt, en een lamp is het felste wat er in een kamer staat. Over daglicht en spiegels bestaat al een apart stuk; dit gaat over de avond, wanneer de spiegel niets meer leent maar alleen nog verdubbelt wat er brandt.
Wat je in een spiegel ziet, hangt af van waar je staat
Licht kaatst onder dezelfde hoek terug als het aankomt. Praktisch gevolg: je ziet de lamp alleen in het glas als jouw ooghoek en de lamphoek toevallig gelijk zijn, en dat is bij één vaste zitplek zelden meer dan een smalle strook.
Vandaar dat de test zo simpel is. Ga zitten waar je normaal zit, laat iemand de lamp aandoen, en schuif dan een halve meter opzij. Verdwijnt de vlek, dan hoeft niet de spiegel te verhuizen maar de lamp een stukje, of andersom. Doe die test in het donker, want overdag ziet een spiegel er heel anders uit.
Hoogte doet hier meer dan formaat
Bij een spiegel gaat het meestal over de maat. Bij spiegel en licht gaat het over de hoogte, want die bepaalt welke hoek je oog met het glas maakt.
Zittend zit je oog op ongeveer 110 tot 120 cm, staand op 155 tot 165 cm. Een hoog opgehangen spiegel kaatst daardoor vooral het plafond en de bovenkant van de wand terug, en dat is precies waar de meeste lampen hangen. Een spiegel die lager hangt, laat vooral de kamer op ooghoogte zien.
Een liggend of laag formaat is hier dus in het voordeel. De spiegel Loan van 80 bij 120 cm hangt boven een dressoir van 77 cm hoog nog ruim onder plafondniveau, en vangt daardoor de kamer in plaats van de lichtpunten. De gewone regels voor ophangen staan in spiegel ophangen: hoogte en maat.
Een dichte kap spiegelt zacht, een blote lamp spiegelt hard
Niet elke lichtbron levert hetzelfde probleem op. Een lamp met een gesloten kap of opaalglas geeft in de spiegel een zachte, uitgesmeerde gloed. Een blote peer of een open spot geeft een scherp puntje dat je oog meteen zoekt.
Voor een wand waar ook een spiegel hangt is diffuus licht daarom bijna altijd de betere keuze. De wandlamp Amara van 30 cm hoog en 26 cm diep heeft vlakken van wit opaalglas in een messing frame, en zo'n lamp mag zonder bezwaar in het spiegelbeeld staan. Waar peertjes, spots en strips van elkaar verschillen staat in lichtbronnen vergeleken.
De spiegel achter de lichtbron: verdubbelen
De sterkste combinatie is een spiegel achter de lamp, niet ertegenover. De lichtbron staat dan tussen jou en het glas in, je kijkt er nooit recht in, en de wand achter de lamp licht twee keer op.
Op een console of dressoir werkt dat direct. Een tafellamp van 68 cm hoog met een linnen kap van 40,5 cm doorsnee tegen een spiegel geeft een lichtvlak van bijna een meter breed op de wand, terwijl er maar één lamp brandt. Voor kaarsen geldt hetzelfde principe en nog sterker, omdat een vlam beweegt; hoeveel er in een kamer passen staat in kaarslicht in de woonkamer.
De spiegel tegenover de lichtbron: de lichtvlek
Recht tegenover een lichtpunt gebeurt het omgekeerde. De spiegel toont de lamp zelf, en die is altijd feller dan alles eromheen.
Het meest voorkomende geval is een hanglamp boven een eettafel met een spiegel aan de tegenoverliggende wand. Iemand die aan tafel zit kijkt dan de hele avond tegen een tweede lamp aan die op ongeveer 150 cm hoogte in het glas hangt. Twintig centimeter opzij hangen lost het meestal op, of de lamp een slag dimmen, want dimmen verandert precies dit soort verhoudingen.
Spots richt je naast een spiegel, niet erop
Inbouwspots en spiegels gaan zelden goed samen, en de reden is dat de spot een smalle bundel geeft. Landt die bundel op het glas, dan zie je een felle schijf op de spiegel en verder gebeurt er niets, want spiegelend glas neemt geen licht op om het opnieuw uit te stralen.
Richt de bundel liever op de wand ernaast, op zo'n 20 tot 30 cm van de lijst. Dan wordt de muur zelf de zachte lichtbron, en de spiegel geeft die verlichte muur door. Waar spots wel en niet werken staat in spots in het plafond.
In de hal en bij de kaptafel hoort het licht ernaast
In elke ruimte waar je in de spiegel naar jezelf kijkt, geldt een andere regel dan in de woonkamer: het licht moet van voren komen, en op ongeveer dezelfde hoogte als je gezicht.
Licht dat van bovenaf komt zet schaduw onder de wenkbrauwen, de neus en de kin. Twee wandlampen links en rechts van de spiegel, met het midden van de lamp rond 160 tot 165 cm, doen precies het tegenovergestelde: ze vullen die schaduwen op. Bij een spiegel smaller dan 60 cm is één lamp erboven de enige optie die overblijft, maar dan liefst een brede met een diffuse kap. Meer modellen staan bij de wandlampen, en de ophanghoogtes in wandlampen plaatsen.
's Avonds wordt een spiegel tegenover het raam een zwart gat
Overdag is een spiegel tegenover of naast een raam een lichtwinst. Na zonsondergang keert dat om: het raam wordt donker, de spiegel geeft dat donker door, en er ontstaat een tweede zwart vlak in de kamer.
Dat is te sturen met wat er tussen die twee in staat. Eén lamp op ongeveer een meter hoogte tussen raam en spiegel, of een windlicht op de vensterbank, geeft de spiegel iets warms om terug te kaatsen in plaats van de nacht. Welke vorm zich daar het beste voor leent, en waarom een ronde spiegel minder hard reflecteert dan een rechthoekige met een strakke lijst, staat in de spiegelvorm kiezen.
Bekijk alle spiegels
Bekijk de collectie








