Licht kun je lenen
Er zijn kamers waar geen lamp tegenop kan: de gang zonder raam, de noordkamer die zelfs in juni grijs blijft, het halletje waar overdag het licht van de woonkamer net niet komt. De reflex is er een lichtpunt bij te zetten, en soms is dat ook het antwoord. Maar er is een tweede route die geen stroom kost: het licht dat er al is vaker laten stuiteren.
Een spiegel maakt geen licht, hij verplaatst het. Elke vierkante meter spiegelglas is een stuk muur dat licht teruggeeft in plaats van opslokt, en in een donkere ruimte is dat verschil groter dan wat een extra lamp doet.
De muur zelf doet in dat verhaal trouwens mee. Een matte, donkere wand slikt het geleende licht meteen weer in; dezelfde spiegel op een lichte wand geeft het door. Wie een donkere gang aanpakt, doet het dus in deze volgorde: eerst de wandkleur, dan de spiegel, en pas daarna eventueel een extra lamp.
Haaks op het raam, niet ertegenover
De intuïtieve plek voor een spiegel is recht tegenover het raam, en dat is bijna altijd de verkeerde. Recht ertegenover kaatst de spiegel het felle raamvlak terug: wie de kamer binnenkomt kijkt tegen twee ramen vol tegenlicht aan, en de kamer zelf wordt er niet lichter van.
Hang de spiegel haaks op het raam, op de muur die er loodrecht op staat. Dan vangt hij het daglicht onder een hoek en verdeelt hij het over de donkere helft van de kamer, en wie erin kijkt ziet de kamer in plaats van een lichtvlek. In een noordkamer is die haakse wand de plek waar een spiegel het hardste werkt.
De test kost niets: houd een flinke spiegel op de gedachte plek, of laat iemand hem vasthouden, en loop de kamer een keer rond op het uur waarop hij het donkerst is. Wat de spiegel op dat uur laat zien en waar het gestolen licht terechtkomt, zie je in één rondje. Dat is betrouwbaarder dan elke regel, want geen twee ramen geven hetzelfde licht.
Voor de hoogte en de maat ten opzichte van een meubel gelden de gewone regels, die staan in het stuk over spiegels ophangen. Dit stuk gaat alleen over wat de spiegel met het licht doet.
Hoe groter het glas, hoe meer het leent
Het effect schaalt vrijwel een op een met de oppervlakte. Een spiegeltje van 30 cm is een accent; een wandspiegel van 192 cm hoog in een smalle hal is een tweede lichtvlak van bijna twee meter, en zo leest je oog hem ook. In een gang waar geen raam zit, is zo'n staand formaat de grootste lichtingreep die zonder verbouwing mogelijk is.
Wie geen twee meter muur vrij heeft: ook de lijst telt mee. Een vierkante spiegel van 62 bij 62 cm met een lijst van glazen tegels kaatst niet alleen in het spiegelvlak maar ook in de tientallen glasvlakjes eromheen, en juist dat verstrooide schitteren doet veel in smalle, donkere ruimtes.
Reflectie is een materiaalfamilie, geen meubelstuk
Een spiegel is de grootste vertegenwoordiger van de glas-en-metaalfamilie, maar het principe werkt door tot op objectformaat. Messing, rookglas, parelmoer, een gepolijste schaal: alles wat licht terugkaatst in plaats van opneemt helpt een donkere kamer, en het is de familie die in donkere kamers het vaakst ontbreekt.
De verdeling is simpel: hoe donkerder de ruimte, hoe meer reflecterend materiaal hij verdraagt. In een lichte kamer wordt veel glans snel druk; in een gang zonder raam kan het bijna niet te veel worden.
Waar een spiegel niet helpt
Een spiegel verdubbelt wat ervoor staat, en dat is geen selectief proces. Hangt hij tegenover een rommelige open kast, dan is er nu twee keer een rommelige open kast; kijkt hij uit op de zijkant van de koelkast, dan is dat voortaan het uitzicht in het glas. Loop dus eerst naar de geplande plek en kijk wat de spiegel daar te zien krijgt, want dat beeld koop je erbij.
Tegenover de televisie is hij om dezelfde reden onbruikbaar: elke lichte scène spiegelt in het zwarte scherm en andersom. En in een kamer die al licht en druk is, voegt een grote spiegel vooral meer drukte toe; het gereedschap is voor donkere, rustige ruimtes, niet voor elke muur die nog leeg is.
Spiegel en lichtbron als één ding
's Avonds draait de rol om: dan is de spiegel geen daglichtlener meer maar een verdubbelaar van elke lichtbron die ervoor staat. Een kaars voor een spiegel telt optisch voor twee, wat in het kaarslichtplan de goedkoopste verdubbeling is die er bestaat.
Er bestaan ook combinaties van beide in één object. Een ronde wandlamp van 60 cm doorsnee met ingebouwde spiegel, waarvan de brede rand in witte marmerlook zelf oplicht, is overdag een spiegel die daglicht rondstuurt en 's avonds een verlicht vlak op de wand. Voor een hal die op beide momenten donker is, lost één zo'n stuk twee problemen tegelijk op. Meer spiegelend werk staat bij de spiegels.






