Waarom één spot in het plafond niet genoeg is
Een badkamer heeft licht op twee hoogtes nodig: algemeen licht van bovenaf en licht op gezichtshoogte bij de spiegel. Met alleen dat ene plafondpunt sta je bij de wastafel in je eigen schaduw, en dat is precies de plek waar je iets wilt zien.
De reden is meetkundig. Een lichtbron op 250 cm hoogte staat schuin boven je hoofd, en jouw hoofd houdt het licht tegen op het moment dat je naar de spiegel toe leunt. Wenkbrauwbogen, neus en kin werpen dan naar beneden een schaduw, en die schaduw valt over precies de partij waar je naar kijkt. Het maakt daarbij weinig uit hoeveel watt er in de armatuur zit; feller licht van dezelfde hoek geeft alleen een hardere schaduw.
Er komt bij dat een badkamer klein en glanzend is. Tegels, glas, spiegel en een emaille bad kaatsen het licht terug in plaats van het te verstrooien, terwijl een matte woonkamermuur het nog wat verdeelt. Een tweede lichtpunt lost de schaduw op. Hoe je zo'n opbouw in een gewone kamer maakt staat in een woonkamer verlichten; hieronder gaat het over wat er in een natte ruimte anders is.
Welke IP-waarde heb je waar nodig?
Boven bad en douche, tot 225 cm hoogte, mag alleen een armatuur met minimaal IP44 hangen. Binnen 60 cm daaromheen geldt hetzelfde. Buiten die stroken, dus bij de meeste wastafels en op de wand tegenover de douche, stelt de norm geen eis aan de IP-waarde.
De twee cijfers achter IP staan voor twee verschillende dingen. Het eerste cijfer gaat over vaste voorwerpen en stof, het tweede over water. Een tweede cijfer 4 betekent bestand tegen spatwater uit elke richting, een 5 tegen een waterstraal en een 7 tegen kortdurende onderdompeling. IP44 is dus geen halve maatregel maar precies wat een badkamerwand nodig heeft.
De ruimte in en direct boven de badkuip of douchebak is een geval apart: daar hoort IP67 op 12 volt, en dat is werk voor een installateur. Het praktische gevolg verrast veel mensen: een gewone decoratieve wandlamp is prima in een badkamer, zolang hij ruim buiten de natte zones blijft. In een badkamer van vier vierkante meter met een inloopdouche in de hoek is dat vaak alleen de wand bij de deur.
Licht bij de spiegel: van opzij, en niet te diep
Bij de spiegel wil je licht dat van voren komt, op ongeveer dezelfde hoogte als je gezicht. Twee lampen links en rechts van het glas doen dat; één lamp erboven niet, want die maakt dezelfde schaduwen als de plafondspot.
Waarom dat werkt en op welke hoogte je zo'n lamp hangt staat uitgewerkt in spiegel en lamp op elkaar afstemmen. Wat in een badkamer extra meespeelt, is de diepte van de armatuur. Een badkamer is smal, je staat er dicht op de wand, en een lamp die 20 cm uitsteekt zit letterlijk tegen je schouder als je je omdraait. De wandlamp Parel Paris met een witte glazen bol, 12 cm diep en 23,7 cm hoog blijft ondiep genoeg om naast een spiegel te kunnen hangen zonder in de weg te zitten, en de melkwitte bol verstrooit het licht in plaats van een scherp punt in het glas te zetten.
Is er links en rechts geen wand vrij, dan blijft er nog één oplossing over: licht dat uit de spiegel zelf komt. Een verlichte ring rondom het glas zet het licht in een cirkel om je gezicht heen en vult de schaduwen van alle kanten op. De wandlamp Oravelle van 60 cm doorsnee, met een spiegel in een brede ring van wit resin werkt volgens dat principe en heeft daarnaast het voordeel dat er maar één ding aan de wand hangt. Andere modellen staan bij de wandlampen.
Welke lichtkleur en welke kleurweergave?
Voor het algemene licht in een badkamer is 2700 kelvin de prettigste keuze, bij de spiegel mag het naar 3000 kelvin. Gebruik daar bovendien een lichtbron met een kleurweergave-index van Ra 90 of hoger als je je er opmaakt of scheert.
Die tweede eis wordt bijna altijd overgeslagen en doet meer dan de kleurtemperatuur. De Ra-waarde zegt hoe getrouw een lamp kleuren laat zien, met daglicht als 100. Onder Ra 80 verschuiven huidtinten zichtbaar naar grijs of groen, en dan zie je in de badkamerspiegel een ander gezicht dan bij het raam in de woonkamer. Dat is de verklaring voor make-up die thuis klopte en buiten ineens niet.
Ga niet naar 4000 kelvin of hoger in de veronderstelling dat je dan beter ziet. Koud licht maakt witte tegels blauwig en beton grauw. Wat kelvin precies betekent staat in kleurtemperatuur van verlichting.
Houd wel alle lampen in dezelfde ruimte op dezelfde kleurtemperatuur. Een spiegellamp van 3000 kelvin naast een plafondspot van 4000 kelvin geeft twee soorten wit in één blikveld, en dat ziet het oog meteen.
De badkamer zonder raam
In een inpandige badkamer moet het kunstlicht al het werk doen dat daglicht elders gratis levert, en dat betekent vooral: meer punten, niet meer vermogen.
Het oog heeft in zo'n ruimte geen referentie. Er is geen raam waarvan de helderheid meebeweegt met de dag, dus wordt de lamp de enige maatstaf, en één felle bron in het plafond leest dan als een lamp in een kelder. Twee zwakkere bronnen op verschillende hoogtes voelen ruimer aan dan één sterke, ook als het totale aantal lumen lager ligt. De wandafwerking telt mee: een matte, warme wand geeft licht terug als een zachte gloed, hoogglans tegels kaatsen het hard door. Voor een woning waar dit probleem in meer kamers speelt is er wonen met weinig daglicht, en wat er verder op zo'n wastafelblad thuishoort staat in badkamer stylen.
Nachtlicht: wat je om drie uur 's nachts nodig hebt
Om drie uur 's nachts is 20 tot 40 lumen genoeg om de weg te vinden, ongeveer wat één waxinelichtje geeft. De volle badkamerverlichting is op dat moment tien tot twintig keer te veel.
Het gaat hier niet alleen om comfort. Fel licht met blauw erin remt de aanmaak van melatonine, en dan lig je na een korte gang naar de badkamer alsnog een halfuur wakker. Een lichtbron onder de 2200 kelvin, dus richting kaarslicht, doet dat veel minder.
Praktisch zijn er twee wegen. Een dimmer op het bestaande punt, waarbij je hem 's avonds laag zet en zo laat staan; hoe dimmen zich in de rest van het huis gedraagt staat in dimmen in huis. Of een apart laag lichtpunt: een ledstrip onder de rand van het wastafelmeubel, op ongeveer 60 cm hoogte, met een bewegingsmelder. Dat tweede werkt beter, omdat het licht dan van onderaf komt en je het nooit recht in je ogen krijgt.
Kaarslicht bij het bad, en waar het veilig staat
Voor de avond dat het bad volloopt is een vlam achter glas de beste lichtbron die er is, en de plek waar hij staat bepaalt of het ook prettig blijft.
Zet een windlicht nooit op de badrand zelf. Daar staat het in de spatzone, het glas beslaat, en het schuift bij de eerste beweging. Een plank, een kruk of de vensterbank op ongeveer een halve meter van het bad is de juiste afstand: laag genoeg om onder je ooglijn te blijven als je in het water ligt, ver genoeg om droog te blijven. Het windlicht Candace in smoke glas, 26 cm hoog en 13 cm doorsnee heeft daarvoor het formaat dat op een smalle plank past, en het rookkleurige glas dempt de vlam net genoeg om er niet in te kijken.
Doe tegelijk het plafondlicht uit. Een kaars naast een brandende spot is decoratie; als enige lichtbron verandert hij de hele ruimte, omdat alle schaduwen dan van onderaf komen. Meer over waar zo'n windlicht in andere kamers terechtkomt staat in windlichten plaatsen, en het hele assortiment bij de kandelaars en windlichten.






