Ga naar hoofdinhoud

Zomervakantie: bestellingen geplaatst van 15 t/m 29 augustus verzenden we vanaf 31 augustus · showroom vanaf 27 augustus op afspraak, vanaf 28 september weer normaal geopend

Eigen bezorgservice · Veilig betalen · 5.0/5 reviews
Interiori by Noenoes DecoratiesInteriori by Noenoes Decoraties naar de homepage

Stylinggids

Wonen in een huis met weinig daglicht

Er zijn huizen waar het om half vier in november al voelt alsof de dag voorbij is, terwijl er nog geen lamp aan hoeft. Een kamer op het noorden, een tuin vol bomen, een woning waar het licht van maar één kant komt. Dat los je zelden op met meer lampen alleen. Het gaat om wat de kamer met het weinige licht doet dat er wel binnenkomt: welke vlakken het teruggeven, welke het opslokken, en op welk punt je beter een andere richting kiest.

NNoenoes team5 min leestijd
Donkere consoletafel tegen een warm greige lambriseringswand met twee geribbelde metalen vazen met roodbruine varenbladeren, een rond wandobject en een tafellamp met linnen kap

Het uur waarop je de kamer moet beoordelen

Half vier op een woensdag in november, een kamer op het noorden. De lampen zijn nog uit omdat het strikt genomen nog dag is, en toch klopt er niets: de bank is grauw, de vloer heeft geen kleur meer en de wand is een vlak zonder tekening.

Dat uur is de maatstaf. Een huis met weinig daglicht beoordeel je niet op een zonnige zaterdagochtend in mei, want dan doet elke kamer het.

Noorderlicht is indirect en van zichzelf koeler dan zuiderlicht: het valt binnen met een kleurtemperatuur die richting de 7000 kelvin gaat, waar direct zonlicht rond 5000 blijft. Dat verschil is precies waarom kleuren in een noordkamer anders uitpakken dan op het verfstaal in de winkel.

Waarom wit niet automatisch helpt

De standaardreactie op een donker huis is alles wit schilderen. Zuiver wit reflecteert inderdaad tot tachtig procent van het licht dat erop valt, maar het geeft alleen terug wat het krijgt. Krijgt het koel, blauwig noorderlicht, dan geeft het koel, blauwig licht terug, en dan leest de wand als lichtgrijs.

Wat wel werkt is een gebroken wit met een warme ondertoon: een spoor geel, oker of rood in het pigment. Dat compenseert de blauwzweem van het invallende licht zonder dat je een gekleurde muur krijgt.

Kijk naar de lichtreflectiewaarde op het verfstaal. Een tint rond de 70 tot 80 geeft bijna evenveel licht terug als kraakwit, en houdt genoeg pigment over om bij lamplicht warm te blijven.

Wat een noordkamer met kleur doet

Elke kleur verschuift in koel licht, en niet allemaal dezelfde kant op.

Grijsblauw en koel grijs worden er kil van; die tinten hebben zon nodig om te werken. Warm groen met een gele basis houdt zich goed, net als olijf, mos en saliegroen. Terracotta, oker en warm bruin ogen bij daglicht wat vaal, maar komen 's avonds bij lamplicht helemaal tot leven, en dat is in deze kamers het grootste deel van de tijd dat je er zit.

Test daarom altijd op drie momenten: rond negen uur, rond drie uur en 's avonds bij de lampen die er echt hangen. Een kleur die alleen om drie uur klopt, klopt niet.

Het plafond is je grootste reflector

Van alle vlakken in een kamer is het plafond het enige dat licht naar beneden teruggeeft over de hele oppervlakte. In een kamer van 4 bij 5 meter is dat 20 vierkante meter reflectie.

Houd het daarom één tot twee tinten lichter dan de wanden en werk het mat af. Glans op een plafond geeft spiegelende plekken rond de lampen in plaats van een egaal vlak.

En gebruik het. Licht dat omhoog schijnt en via het plafond terugkomt, vult een kamer zonder de harde schaduwen van een spot. De vloerlamp Amina van 145 cm hoog, opgebouwd uit gestapelde open ringen stuurt licht in alle richtingen, ook naar boven, en neemt met een voetdiepte van 30 cm nauwelijks vloer in. In een hoek die het verst van het raam ligt doet zo'n lamp meer dan een extra plafondspot.

Materialen die licht teruggeven

Naast kleur telt oppervlak. Mat textiel, ruwe wol, ongelakt hout en donker stucwerk slokken licht op; glad, glanzend en parelmoerachtig materiaal geeft het door.

Dat is geen kwestie van alles glimmend maken. Drie of vier objecten met een reflecterend oppervlak, verdeeld over de kamer, doen al wat een hele wand vol glans nooit rustig zou kunnen. De schelpenvazen bowl in zilver met parelmoer mozaïek, elk 34 cm doorsnee en 26 cm hoog vangen licht in tientallen kleine facetten, dus ze lichten op zonder één harde spiegeling te geven.

Metaal doet hetzelfde in een warmere toon. Een ovale vaas van aluminium in brass champagne, 63,5 cm hoog reflecteert geel in plaats van wit, en dat is in een koele kamer precies de kant die je wilt. Meer van die materiaalfamilie staat bij de woonaccessoires.

Waar het reflecterende werk hoort te staan

Zet het licht teruggevende materiaal niet bij het raam, want daar is al licht. Het hoort op de helft van de kamer die het verst van het glas ligt.

Werk daarbij op twee hoogtes: iets op tafelhoogte, rond 40 tot 75 cm, en iets op ooghoogte tussen 120 en 160 cm. Zo krijgt de kamer twee lichtpunten in de diepte in plaats van één helder vlak vooraan.

Voor de grootste ingreep van deze familie, de spiegel, gelden eigen regels over de plek ten opzichte van het raam. Die staan in een donkere kamer lichter maken met een spiegel.

Het raam zelf: wat je weghaalt

Voordat je iets bijzet, haal je weg wat licht kost.

Een gordijn dat over het glas hangt in plaats van ernaast kost al gauw tien tot vijftien procent van je raamoppervlak. Hang de rail 15 tot 20 cm boven het kozijn en laat hem 20 tot 30 cm aan weerszijden doorlopen, zodat de stof in open stand volledig naast het glas staat.

Vitrage die de hele dag dicht hangt kost nog eens een kwart. Op een begane grond aan de straat is dat soms de prijs voor privacy, maar controleer of een half hoge oplossing of een lamellendoek in de onderste helft niet genoeg is.

Verder: houd de vensterbank leeg of bijna leeg, en kijk naar buiten. Een struik of een tak die de onderste hoek van het raam afdekt neemt vaak meer licht weg dan wat er binnen mis is. Wat er wel op een vensterbank kan staan zonder licht te blokkeren staat in de vensterbank stylen.

Wanneer je beter de andere kant op gaat

Er zijn ruimtes waar geen van dit alles genoeg oplevert. Een gang zonder raam, een slaapkamer op het noorden met één klein venster, een souterrain.

Daar houdt het lichter maken op en begint iets anders: de ruimte bewust donker en warm maken. Een diepe warme tint op alle wanden, drie of vier lampen op verschillende hoogtes en materiaal met glans erin. De kamer wordt dan niet lichter, maar hij wordt wel af, en dat scheelt meer dan een halfslachtig lichtgrijs dat nooit oplicht.

Dat is een andere afweging dan bij een kleine woonkamer, waar ruimte het probleem is en niet licht. Weinig daglicht en weinig vierkante meters vragen tegengestelde oplossingen: klein wil luchtig en leeg, donker wil warm en gevuld. Wie beide heeft, kiest eerst welk van de twee hem het meest stoort.

Meer stylinginspiratie