Hoeveel licht heb je eigenlijk nodig om te lezen
Voor comfortabel lezen wordt in de praktijk gerekend met ongeveer 300 lux op de bladzijde. Dat klinkt abstract, dus praktisch vertaald: één lamp met een lichtbron van 400 tot 600 lumen, op een halve meter van het boek, haalt dat ruimschoots.
Op de verpakking van een led-lamp staat dat als 5 tot 7 watt, of als "vergelijkbaar met 40 tot 60 watt gloeilamp". Meer dan 800 lumen in één leeslamp wordt eerder hinderlijk dan behulpzaam, omdat het contrast met de rest van de kamer dan te groot wordt en je ogen bij elke blik omhoog opnieuw moeten wennen.
De algemene woonkamerverlichting doet hier bijna niets. Een plafondlamp op 2,50 meter hoogte verliest zoveel licht onderweg dat er op leeshoogte een fractie overblijft.
De lichtbron hoort naast je, niet boven je
De klassieke fout is een lamp recht boven de leesstoel. Je hoofd staat dan tussen de lamp en de bladzijde, en je leest in je eigen schaduw.
Beter is een lamp die schuin van achteren over je schouder schijnt. Rechtshandige lezers zetten hem links, linkshandige rechts, zodat de schrijvende of bladerende hand geen schaduw op de tekst gooit. De hoek waarin het licht binnenkomt, ligt dan rond 30 graden ten opzichte van de bladzijde, en dat is precies de stand waarbij glanzend papier niet terugkaatst in je ogen.
Zit je in bed te lezen, dan verandert de logica: daar hoort de lichtbron juist naast het hoofdeinde en niet erboven. Wat dat betekent voor de indeling van de slaapkamer staat in verlichting in de slaapkamer.
De onderkant van de kap zit op ooghoogte, zittend
Dit is de maat waar het meeste misgaat. Zit de onderrand van de lampenkap hoger dan je ogen, dan kijk je recht in het peertje. Zit hij veel lager, dan schijnt het licht op de armleuning in plaats van op het boek.
Zittend ligt je ooghoogte op ongeveer 100 tot 120 cm boven de vloer, afhankelijk van je lengte en van de zithoogte van de stoel. Bij een fauteuil met een zithoogte van 44 cm komt dat neer op een onderrand van de kap rond 105 tot 115 cm.
Een vloerlamp van 135 cm zoals de Hasden in mocha mousse zit daar goed op: de kap begint ruim onder de totale hoogte, dus de lichtbron valt binnen die band. Bij lampen boven de 160 cm gaat het meestal mis voor lezen, hoe mooi ze verder ook staan.
Hoe ver de lamp van de stoel af staat
Twee afstanden bepalen of het werkt.
- Zijwaarts 30 tot 50 cm tussen de rand van de stoel en de voet van de lamp. Dichterbij loop je ertegenaan bij het opstaan, verder weg valt het licht naast het boek.
- Naar voren en achteren de lamp iets achter de voorkant van de zitting, ongeveer ter hoogte van je schouder als je achteroverleunt.
Reken ook de voet mee. De Hasden is 45 cm diep, dus vanaf de stoel gemeten heb je met de zijwaartse afstand erbij al snel 75 tot 95 cm nodig. In een kleine hoek is dat de reden dat een leeslamp uiteindelijk toch weer voor het raam belandt. Meer over waar een staande lamp in een hoek terechtkomt staat in de vloerlamp in de hoek.
De kap bepaalt waar het licht naartoe gaat
Een gesloten kap met een open onder- en bovenkant stuurt het licht in twee kegels: één omlaag op je boek en één omhoog tegen het plafond. Dat tweede deel is geen verlies, want het zorgt ervoor dat de hoek niet als een spotje in het donker aanvoelt.
Wat je zoekt, is een kap met een lichte binnenzijde. Een donkere binnenkant slikt licht op en dan houd je van die 600 lumen een stuk minder over op de bladzijde.
De diameter bepaalt de breedte van de lichtkegel. De lampenkap Ziba in mocha mousse heeft een doorsnede van 50 cm bij een hoogte van 38 cm; zo'n kap verlicht een zitplaats plus de bijzettafel ernaast. Een kap van 30 cm doorsnede geeft een smallere bundel die precies op één stoel valt. Welke kap bij welke voet past qua verhouding, staat uitgewerkt in de juiste lampenkap kiezen.
Vloerlamp of tafellamp naast dezelfde stoel
Op de vloer of op een tafeltje: het gaat niet om de lamp maar om de eindhoogte.
Een tafellamp Monsoe van 78 cm met een kapdiameter van 40,5 cm op een bijzettafel van 45 cm hoog komt uit op 123 cm totaal. De onderrand van de kap zit dan rond 95 cm, wat voor de meeste mensen net iets te laag is. Op een tafel van 55 cm klopt het wel. Reken die som altijd door voordat je een tafellamp koopt voor een leesplek; de tafellampen verschillen onderling makkelijk 40 cm in hoogte.
De vloerlamp wint als de bijzettafel klein is en je hem ook nog voor een kop koffie en een boek wilt gebruiken. De tafellamp wint als de stoel tegen een wand staat waar geen ruimte is voor een tweede voet op de vloer. In welke tafellamp op welke plek hoort staan de hoogtes per meubel op een rij.
Leeslicht en sfeerlicht in dezelfde hoek
Een leeshoek heeft twee soorten licht nodig, en ze hebben elk een andere taak. Het leeslicht is gericht, helder en staat vlakbij. Het sfeerlicht is zacht, staat verder weg en zorgt dat de rest van de kamer niet in het donker wegvalt.
Zonder dat tweede licht kijk je vanuit een felle lichtkegel de duisternis in, en dat is vermoeiender dan lezen zelf. Een tweede lichtpunt van 200 tot 300 lumen op twee tot drie meter afstand is genoeg om dat contrast te breken.
Kleurtemperatuur speelt daarbij mee. Voor de avond werkt 2700 kelvin prettig; boven 4000 kelvin wordt het licht blauwig en houdt het je wakker. Het verschil tussen die waarden staat uitgelegd in kleurtemperatuur en kelvin.
Een dimmer op het leeslicht is minder nuttig dan hij lijkt: onder de 300 lux gaat lezen weer moeizamer. Zet de dimmer liever op het sfeerlicht, zodat je de omgeving zachter kunt maken terwijl het boek helder blijft. Dimmen in huis gaat verder in op welke lampen zich daarvoor lenen.
Bekijk alle vloerlampen
Bekijk de collectie


