Een lichte muur verspreidt licht, een donkere muur houdt het bij zich
In een witte kamer doet één lamp het werk van drie. Het licht valt op de wand, de wand kaatst het terug naar het plafond, het plafond geeft het door aan de tegenoverliggende wand, en na twee of drie van die sprongen is er nergens meer een hoek die echt donker is. Je merkt dat pas als je het vergelijkt.
In een kamer met diepe wanden gebeurt dat niet. Wat de lamp verlicht is verlicht, en wat erbuiten valt blijft weg. Er is geen tweede ronde. Een schemerlamp naast de bank maakt in een witte kamer de halve ruimte zichtbaar en in een donkere kamer een cirkel van anderhalve meter, en dat verschil is groter dan welke lampkeuze dan ook.
Wat je in zo'n kamer 's avonds ziet, is dus geen ruimte maar een reeks eilanden. Het blad van de salontafel, de rug van iemand die zit, een stuk vloerkleed, en daartussen niets. Dat is precies het beeld waar sommige mensen dol op zijn en waar anderen na een week benauwd van worden, en beide reacties zijn terecht: het is dezelfde kamer met dezelfde lampen, alleen zijn de tussenstukken weg.
Er zit ook iets in dat mensen zelden verwachten. De hoeveelheid licht die uit de lampen komt, is niet veranderd. Wat veranderd is, is de hoeveelheid licht die tweede- en derdehands nog rondgaat, en dat gedeelte is in een lichte kamer altijd het grootste deel van wat je ziet. Zonder dat deel wordt het aantal lampen ineens een reëel getal in plaats van een marge.
Op een donkere wand wordt elk voorwerp zijn eigen lichtbron
Zet een goudkleurig object tegen een witte wand en het valt half weg, want de wand eromheen is helderder dan het object zelf. Zet datzelfde object tegen een diepe wand en het gaat gloeien.
De vaas Danique van 61 cm hoog in goudkleurig ijzer met craquelétextuur laat dat goed zien. Het craquelé is op een lichte wand nauwelijks te onderscheiden, omdat er alom licht op valt en het reliëf geen schaduw krijgt. Tegen een donkere wand komt het licht uit één richting, blijft de rest zwart, en verandert elk barstje in een lijntje. Het oppervlak wordt daarmee de reden dat je naar de vaas kijkt.
Hetzelfde gebeurt met parelmoer, glazuur en geslepen glas. Een schelpenvaas van 34 cm doorsnee bekleed met mother of pearl in een honingraatpatroon heeft honderden kleine vlakjes die elk een andere kant op staan. Tegen wit is dat een egale crème bol; tegen een donkere wand licht om de paar centimeter een ander schubje op, afhankelijk van waar je staat.
Er zit een wrange kant aan. De materialen die het meest oplichten tegen een donkere wand zijn precies de materialen die het minst tegen behandeling kunnen. Parelmoer, verguldsel, kristal en decoratie boven het glazuur zijn allemaal zichtbaar dankzij een dun, kwetsbaar buitenlaagje, en dat laagje is het eerste wat verdwijnt zodra zo'n stuk in de machine gaat. Ze staan niet toevallig bij elkaar in het rijtje dingen die niet in de vaatwasser horen.
Wat helemaal niet werkt tegen zo'n wand is mat en donker. Een schaal in donkere resin, een zwart houten bord, een grijze steen: die verdwijnen volledig, ook op een halve meter van een lamp. Ze bestaan alleen nog als silhouet, en dan alleen als er toevallig iets lichters achter staat.
Schaduw verdwijnt, en daarmee de vorm van de kamer
In een lichte kamer lees je diepte af aan schaduw. De hoek waar twee wanden samenkomen is een tint donkerder dan de wanden zelf, een deurpost werpt een randje, een plint tekent een lijn langs de vloer. Al die overgangen samen vertellen je hoe groot de ruimte is.
Op een diepe wandkleur is er niets meer om schaduw op af te tekenen. De hoek is even donker als de wand, de plint valt weg, en het plafond begint ergens waar je het niet precies kunt aanwijzen. In het donker verliest de kamer zijn omtrek en daarmee ook zijn maat.
Dat verklaart iets wat op het eerste gezicht tegenstrijdig is. Mensen zeggen vaak dat een donkere kamer kleiner voelt en tegelijk dat hij eindeloos lijkt, en allebei klopt het. Overdag, met daglicht dat de vlakken nog net van elkaar onderscheidt, komen de wanden naar binnen. 's Avonds, als alleen de lampen nog werken, verdwijnen ze en zou de ruimte net zo goed twee keer zo diep kunnen zijn.
Wat er dan overblijft aan houvast zijn de lichtbronnen zelf. Een kap die oplicht, zoals bij de tafellamp Ember van 70,5 cm met een crèmekleurige linnen kap, wordt in zo'n kamer een van de weinige verticale dingen die je nog kunt plaatsen. In een witte kamer is diezelfde kap een lamp tussen andere dingen; hier is hij een van de vier of vijf punten waarmee je de ruimte in je hoofd opbouwt. Bij de tafellampen staat per model of de kap van stof is, en in dit soort kamers is dat het eerste wat je nakijkt.
Het uur waarop een donkere kamer gelijk krijgt
Er is een moment waarop alles wat hierboven staat omslaat van nadeel naar voordeel, en dat is ongeveer een uur nadat het buiten donker is geworden.
Overdag is een donkere kamer altijd in het nadeel. Er komt licht binnen dat nergens heen kan, en op een grijze februarimiddag ziet zo'n ruimte er dof uit, hoe mooi de kleur ook is. Iemand die er dan voor het eerst binnenkomt, snapt niet wat het idee was. Dat gevoel houdt aan tot een uur of vier en is in de winter de langste helft van de dag.
Na zonsondergang gebeurt het omgekeerde. Waar een lichte kamer 's avonds altijd iets teleurstellends houdt, omdat de wanden nooit meer worden wat ze overdag waren, is een donkere kamer op dat moment eindelijk zichzelf. De wanden hoefden nooit licht te zijn, de lampen hoeven niets te compenseren, en de eilanden van licht die overdag een gebrek waren zijn nu de vorm van de kamer.
Wat opvalt bij mensen die zo wonen: ze doen 's avonds minder lampen aan dan mensen met lichte muren, niet meer. Er valt niets te vullen, dus je verlicht alleen wat je gebruikt. Vier punten en een kaars zijn genoeg voor een hele avond, en dan is de kamer volgens iedereen die er zit precies goed.
En overdag blijft het probleem staan. Dat is geen argument tegen een donkere kamer, wel de reden waarom een noordkamer met één raam er anders uitkomt dan een kamer met twee ramen op het westen. Voor die eerste situatie is er weinig troost te vinden in wandkleur en meer in wat er verder mogelijk is bij weinig daglicht.



