Ga naar hoofdinhoud
Eigen bezorgservice · Veilig betalen · 5,0/5 reviews
Interiori by Noenoes DecoratiesInteriori by Noenoes Decoraties naar de homepage

Stylinggids

Welke kunstplantsoort werkt waar niets wil groeien

In een gang zonder raam staat een kunstcactus. Je hoeft er geen verstand van te hebben om te zien dat er iets hapert: een cactus hoort in de zon, en dit is de donkerste plek van het huis. Datzelfde oog laat een kunstvaren op precies dezelfde plek met rust. Voordat iemand naar het blad kijkt, is de soort al beoordeeld op de vraag of hij hier zou kunnen leven. Hieronder per soort welke lichtbehoefte de echte variant heeft, en wat dat betekent voor de namaak.

NNoenoes team7 min leestijd
Ficus Lyrata kunstplant in een bronskleurige pot in een schemerige hoek naast een gordijn, met een lichte bank en sierkussens ervoor

Waarom de soort eerder opvalt dan het blad

Iemand die een kamer binnenkomt, doet een controle waar hij zelf niets van merkt. Kan dit hier leven? Dat antwoord komt uit twee dingen die tegelijk binnenkomen: welke plant het is en hoeveel licht er valt. Pas als die twee samen te rijmen zijn, gaat het oog verder naar het blad.

Daar zit ook de reden dat een dure kunstplant soms door de mand valt en een goedkope soms niet. Een uitstekend nagemaakte vetplant op een vensterbank die nooit zon krijgt, wordt eerder betrapt dan een middelmatige varen in een gang, want bij die eerste hapert het verhaal al voordat je bij het materiaal bent.

Welke plek in huis welke plant krijgt, is een aparte afweging. Die staat uitgewerkt in echte planten en kunstplanten per plek combineren. Hieronder gaat het alleen over de soort en het exemplaar.

Wat de echte variant aan licht vraagt

De middelste kolom hieronder is kennis die vrijwel iedereen heeft zonder hem te kunnen benoemen. Je weet dat een cactus zon nodig heeft, ook als je nooit een cactus hebt gehad, en dat een varen in de schaduw groeit, ook als je nooit in een bos hebt gekeken.

SoortWat de echte plant aan licht vraagtHoe hij op een donkere plek leest
Varenschaduw, groeit van nature op een bosbodemvanzelfsprekend
Kentiapalmverdraagt schaduw beter dan bijna elke kamerplantvanzelfsprekend
Alocasiafel gefilterd licht, verdraagt geen directe zongeloofwaardig
Ficus lyrataveel indirect licht, kwijnt zichtbaar in de schemergeloofwaardig
Strelitziaveel licht, het liefst een paar uur directtwijfelachtig
Olijfboomvolle zon, mediterraan klimaatgrensgeval
Cactus en vetplantwoestijnzon, uren per dagmeteen verdacht

Geloofwaardig betekent hier iets anders dan gezond. Bij de ficus lyrata is het zelfs omgekeerd: die kwijnt weg in een schemerhoek, en juist daarom staat er in half Nederland een ficus in een schemerhoek. Het beeld is bekend, dus de namaak roept geen vraag op.

De varen vraagt in het donker geen uitleg

Varens groeien onder andere planten, op de bodem van een bos, in het vocht en de schaduw die daar overblijft. Een varen in een gang zonder raam spreekt zichzelf dus nergens tegen: dat is het licht waar de soort vandaan komt.

De vaas Roya in champagne met kunstvaren laat zien hoe dat als arrangement uitpakt. De pot is 36 cm breed en 55 cm hoog, en met de uitwaaierende varen erop komt het geheel op ongeveer 105 cm.

Er hoort één waarschuwing bij deze soort. Een varenblad bestaat uit tientallen kleine deelblaadjes, en dat is de lastigste structuur om na te maken. Op een goedkoop exemplaar zijn alle veren even lang en even breed, alsof ze uit dezelfde mal komen. Aan een echte varen zit altijd één blad dat korter bleef, één krul die nog moet opengaan en één bruin puntje. Zoek dat op de productfoto's voordat je bestelt.

Ficus lyrata en alocasia dragen het grote blad

De ficus lyrata is in het wild een boom van meters hoog en wil binnenshuis veel indirect licht. Krijgt hij dat te weinig, dan laat hij eerst zijn onderste bladeren vallen en gaat hij scheef naar het raam toe groeien. Dat bekende gedrag maakt de namaak eenvoudig: iedereen heeft weleens een halfkale ficus in een donkere hoek zien staan.

De vaas Egg in zwart-bruin met Ficus Lyrata komt met opmaak op 210 cm en is daarmee een boom in plaats van een plant, wat bij deze soort ook klopt.

De alocasia komt uit de onderlaag van een tropisch bos. Dat enorme blad is precies de aanpassing waarmee de plant het weinige gestrooide licht onder een bladerdak nog opvangt, dus botanisch hoort hij in de schaduw thuis. De vaas Corri in brons met Alocasia haalt 190 cm en houdt de bladeren op borsthoogte en hoger, waar je er langs kijkt in plaats van erop neer.

Waar het bij grootbladig groen misgaat: een kunstficus die van de pot tot de top even dicht bebladerd is. Een echte ficus is onderin altijd kaal, met een stuk stam dat je ziet.

De palm werkt in het donker, de strelitzia niet

Deze twee lijken op afstand op elkaar en pakken tegengesteld uit.

De kentiapalm staat sinds de negentiende eeuw in hotellobby's, trappenhuizen en wachtkamers, om de eenvoudige reden dat hij daar overleeft waar andere planten het opgeven. Die associatie zit er bij iedereen in. Een palm in een donkere hoek roept dus niets op. De vaas Rossi in brons met palm heeft een pot van 60 cm doorsnede en komt met de palm op 145 cm, laag genoeg om ook naast een zithoek te staan.

De strelitzia wil het omgekeerde: veel licht, het liefst een paar uur direct. Een strelitzia met gave bladeren op een plek waar nooit een streep zon komt, is de opstelling die je het snelst betrapt. Zet die soort in een kamer waar daglicht wél binnenkomt en het verhaal blijft kloppen. De vaas Corri met Strelitzia van 250 cm hoort dan ook eerder in een lichte woonkamer dan in een tussengang.

Nog een detail dat bij deze soort scheelt: een echt strelitziablad scheurt in de loop van de tijd langs de nerven in, van wind en van erlangs lopen. Dat is normaal en hoort erbij. Een kunstexemplaar waarvan elk blad gaaf is, oogt daardoor te netjes.

De olijfboom is het grensgeval

Op papier hoort de olijfboom bij de cactus: volle zon, droge grond, mediterraan klimaat. Toch valt een kunstolijf binnen zelden op, en dat komt door iets wat de meeste mensen uit ervaring weten. Een olijfboom die in Nederland binnen staat, doet het nooit echt goed. Hij wordt ijl, grijzig en verliest blad, en niemand verwacht dat het beest er gelukkig uitziet.

Dan is er nog het materiaal. Een olijfblad is van nature mat en aan de onderkant zilvergrijs, en dat is precies het bladtype dat het minste licht spiegelt. Waar een glanzend nagemaakt monsterablad onder een lamp meteen als kunststof leest, valt een olijfblad niet op die manier op. De vloervaas wit-goud met kunstolijfboom komt op 220 cm en heeft een houten stam, wat het onderste stuk uit de discussie haalt.

De grens ligt bij de kroon. Een echte olijf is open en doorzichtig; je kijkt door de takken heen naar de muur erachter. Een dichte, bolronde kroon is de vorm waaraan je een kunstolijf van tien meter afstand herkent.

Cactus en vetplant spreken de plek tegen

Dit is de enige groep waarvan iedereen de standplaats kan benoemen. Woestijn, rots, felle zon. Zet er een in een hal zonder raam en er ontstaat een tegenspraak die het oog zelf oplost: dit ding leeft niet.

Er komt iets bij. Een cactus en een vetplant zijn technisch makkelijk na te maken, want dikke, matte, geometrische vormen zonder nerven vragen weinig van het materiaal. Daardoor liggen ze in elke prijsklasse in de schappen en heeft vrijwel iedereen er al eens een van dichtbij gezien. De herkenning is dus geoefend.

Wil je die vorm toch op een donkere plek, kies dan iets wat helemaal geen poging doet om voor levend door te gaan. Het cactus ornament in goud op kristalvoet van 12x12x18 cm is een beeldje in de vorm van een cactus, en een gouden cactus valt in een donkere gang binnen dezelfde categorie als een bronzen beeldje of een schaal. Zo'n object werkt op een sidetable of een boekenplank, waar iemand er van dichtbij langs loopt.

De pot verraadt vaker dan de plant

Een boom van twee meter heeft in het echt wortelvolume nodig, en een zware pot om niet om te vallen. Staat er een kruin van twee meter op een slanke koker van 25 cm, dan leest dat als een stok in een emmer, hoe goed het blad ook is. De verhouding tussen pot en plant is bij kunstgroen vaker fout dan bij echte planten, simpelweg omdat er geen kluit is die de maat afdwingt.

Let ook op wat er bovenin de pot ligt. Een gladde plastic schijf of een groene schuimplaat is in één blik raak; hydrokorrels en houtsnippers geven de bovenkant de onregelmatigheid die aarde ook heeft.

En reken de voetafdruk mee. Een pot van 60 cm doorsnede naast een eettafel neemt die ruimte permanent in, terwijl een stoel er alleen tijdens het eten staat. Dezelfde rekensom bepaalt de keuze tussen een uitschuifbare of een vaste eettafel: iets wat altijd zijn maximale maat inneemt, kost meer vloer dan iets wat dat af en toe doet.

Symmetrie en glans, los van welke soort het is

Twee dingen vallen op bij elk exemplaar, ongeacht de soort.

Het eerste is symmetrie. Een echte plant groeit naar het licht toe en is aan de raamzijde voller; er hangt ergens een blad scheef en er zit ergens een gele rand. Een kunstplant is aan alle kanten gelijk. Dat merk je pas echt wanneer er een echte naast staat, want dan ga je vergelijken. Zet daarom geen kunstexemplaar pal naast een levende plant van vergelijkbare vorm, en draai de volste kant van je kunstplant naar het licht toe, zodat de opbouw klopt met waar het licht vandaan komt.

Het tweede is glans. Blad dat het lamplicht overal even sterk teruggeeft, leest onmiddellijk als plastic. Matte zijde en real touch doen dat niet, en stof maakt het verschil groter dan mensen denken: een grijs waas over de bovenkant van het blad haalt de kleur weg en zet er een egale zweem voor terug. Hoe je kunstplanten schoonhoudt verschilt per bladsoort en is daar apart beschreven.

Een derde valkuil, kleiner maar hardnekkig: twee identieke arrangementen aan weerszijden van een kast of een deur. Echte planten zijn nooit elkaars tweeling. Wil je toch spiegelen, doe het dan met de potten en laat de opmaak verschillen. In het aanbod vazen met kunstplanten staat per model welke soort erin zit en op welke totaalhoogte het geheel uitkomt.

Veelgestelde vragen

Welke kunstplantsoort is op een donkere plek het meest geloofwaardig?+

Een varen, een kentiapalm en een alocasia. Die drie groeien in het echt in de schaduw, op een bosbodem of in de onderlaag van een tropisch bos, dus een exemplaar op een plek zonder daglicht spreekt zichzelf niet tegen. Een ficus lyrata werkt er ook, om een andere reden: iedereen heeft weleens een halfkale ficus in een donkere hoek zien staan.

Waarom valt een kunstcactus zo snel op?+

Omdat vrijwel iedereen weet waar een cactus vandaan komt: woestijn, rots en uren felle zon per dag. In een hal zonder raam ontstaat daardoor een tegenspraak die het oog zelf oplost. Een cactus is bovendien technisch eenvoudig na te maken, waardoor mensen er veel van hebben gezien en de herkenning geoefend is.

Verraadt de pot een kunstplant?+

Vaker dan de plant zelf. Een kruin van twee meter op een slanke koker van 25 cm leest als een stok in een emmer, want een echte boom van die hoogte heeft wortelvolume en gewicht nodig. Kijk ook naar de bovenkant: een gladde plastic schijf of een groene schuimplaat is in één blik raak, terwijl hydrokorrels en houtsnippers de onregelmatigheid van aarde benaderen.

Kun je een kunstplant naast een echte plant zetten?+

Beter niet als de twee op elkaar lijken. Een echte plant groeit naar het licht en is aan de raamzijde voller, met ergens een scheef blad of een gele rand; een kunstexemplaar is aan alle kanten gelijk. Naast elkaar nodigt dat uit tot vergelijken. Staat het toch zo, draai dan de volste kant van de kunstplant naar het licht toe.

Meer stylinginspiratie