Ga naar hoofdinhoud

Zomervakantie: bestellingen geplaatst van 15 t/m 29 augustus verzenden we vanaf 31 augustus · showroom vanaf 27 augustus op afspraak, vanaf 28 september weer normaal geopend

Eigen bezorgservice · Veilig betalen · 5.0/5 reviews
Interiori by Noenoes DecoratiesInteriori by Noenoes Decoraties naar de homepage

Stylinggids

Echte planten en kunstplanten combineren, plek voor plek

In de meeste huizen waar het goed zit, staan ze allebei. Een paar echte planten op de plekken waar licht en water komen, en op de rest kunstplanten waar niemand naar omkijkt. Het valt alleen op wanneer de verdeling niet klopt: een namaakplant vlak naast je stoel, of een echte in een hoek waar hij het nooit gaat redden. Hieronder per plek in huis wat er wint.

NNoenoes team6 min leestijd
Ficus Lyrata met grote donkergroene bladeren in een taupe pot naast een lichte bank met beige sierkussens.

Wat een kunstplant verraadt

Zelden het blad. Meestal de rest.

Vier dingen vallen op voordat iemand het blad van dichtbij bekijkt:

  • Glans. Een echt blad reflecteert onregelmatig, met matte plekken. Uniforme glans over het hele blad leest als plastic.
  • Symmetrie. Een plant die aan alle kanten even vol is, groeide nergens naar het licht toe.
  • De grond. Zichtbaar schuim, groen mos van de rol of een gladde plastic schijf verraadt het arrangement in één blik.
  • Stof. Een echte plant wast zichzelf niet, maar krijgt wel water over het blad. Een kunstplant verzamelt stof tot iemand hem afneemt.

Die eerste drie los je op bij de aankoop. Voor de vierde is er het onderhoud van kunstplanten, en dat is geen bijzaak: stof is de snelste manier waarop een dure kunstplant er goedkoop uit gaat zien.

De hoek waar niets wil groeien

De donkerste hoek van een woonkamer krijgt vaak minder dan 500 lux, terwijl een ficus of monstera er duizenden nodig heeft om blad te blijven maken. Elke echte plant die je daar neerzet, verliest binnen een paar maanden zijn onderste bladeren en gaat scheefgroeien naar het raam toe.

Dat is de plek waar een kunstplant zonder discussie wint. De vaas taupe met Ficus Lyrata heeft een pot van 54 cm doorsnede en 60 cm hoog en komt inclusief opmaak op 205 tot 220 cm. Die hoogte vult een hoek tussen een bank en een raamdorpel op een manier die met echte planten alleen lukt als je er drie neerzet en ze halfjaarlijks draait.

Let alleen op de kleur. Blad dat in het donker staat, hoort donker te ogen. Een kunstplant met een frisgroene, lichte tint valt in een schaduwhoek juist extra op.

De vensterbank op het zuiden

Hier gebeurt het omgekeerde. Vier uur volle middagzon achter glas verbrandt de bladeren van de meeste kamerplanten, en het is precies de plek waar mensen ze het liefst neerzetten.

Zon is ook voor kunstplanten geen vriend. Uv-licht bleekt de kleurstof in de bladeren, en groen dat vervaagt gaat naar geelgrijs, niet naar een lichter groen. In een vensterbank die de hele middag zon vangt, gaat een echte succulent, cactus of olijfboompje langer mee dan welke kunstplant ook. Wil je toch iets in die bank, kies dan een soort die droogte aankan: dat is verder uitgewerkt in het stylen van een vensterbank.

De badkamer

Vocht, weinig daglicht en temperatuurschommelingen: voor de meeste planten is de badkamer een lastige plek, tenzij er een raam is.

De uitzonderingen bestaan wel. Een varen, een aspidistra of een sanseveria houdt het in een badkamer met een raampje jarenlang vol, en die krijgen van de damp na het douchen zelfs vochtige lucht cadeau. Zonder daglicht houdt het op.

Een kunstplant heeft daar geen last van, met één voorbehoud. Kies iets met een pot die tegen water kan en zet hem niet direct naast de douche, waar de bladeren telkens nat worden en kalkvlekken achterlaten. Een klein arrangement op de wastafelbank of op een kruk in de hoek doet meer dan een grote plant tegen de wand. Meer over de opbouw van zo'n ruimte staat in het stylen van een badkamer.

Boven op de kast en op de hoogste plank

Alles boven ooghoogte is kunstplantgebied, om de simpele reden dat je er niet bij kunt om water te geven en er ook niet in kunt kijken.

Reken met een overhang van 20 tot 30 cm over de rand van de kast. Minder dan dat leest als een pot die per ongeluk boven op de kast is gezet; meer wordt een gordijn. Hangende soorten met lange stelen werken hier beter dan rechtopstaande, omdat je van onderaf naar de onderkant van het blad kijkt.

Houd wel ruimte tot het plafond. Staat een kast van 220 cm in een kamer met een plafond op 260 cm, dan heb je 40 cm speling en past er alleen iets breeds en laags. Vul die laatste 40 cm helemaal en de kast lijkt tegen het plafond geplakt.

Op de salontafel, het dressoir en de plantentafel

Op ooghoogte is de plek waar mensen wél van dichtbij kijken, en waar een matige kunstplant meteen door de mand valt. Wat hier werkt is een lage, brede opmaak met zichtbare tekening in het blad, zodat het oog iets te doen heeft.

De kokosvaas bowl met Alocasia zebrina is daar een goed voorbeeld van: de vaas zelf meet 43 cm doorsnede bij 22 cm hoog, en het geheel komt op 90 cm hoogte en 105 cm breedte. Het blad heeft geaderde tekening en de stelen staan onregelmatig, wat het van dichtbij overtuigender maakt dan effen groen.

Kokosvaas met een Alocasia zebrina kunstplant op een lage sokkel tegen een wand met structuurbehang
Een lage brede opmaak van 43 cm doorsnede laat de stelen apart uitwaaieren, wat op ooghoogte natuurlijker leest dan een dichte bos

De krater vaas in wit met lavendel, 41 cm breed en 37 cm hoog met een totale hoogte van 87 tot 95 cm, doet hetzelfde met gras en bloemtoppen in plaats van blad. Op een salontafel houd je met zo'n hoogte nog zicht op de persoon aan de overkant.

De hal, de gang en het trapgat

Doorgangsruimtes hebben zelden een raam en worden bijna nooit gebruikt om in te zitten. Niemand kijkt er langer dan tien seconden, en daar zijn kunstplanten uitstekend in.

Het gaat hier vooral om formaat. In een hal van 120 cm breed staat een plant met 105 cm bladbreedte in de weg; daar wil je iets smals en hoogs, of iets wat aan de muur hangt. Bij een trapgat gebruik je de hoogte juist wel: een boom van meer dan twee meter naast de onderste trede vult een schacht die anders leeg blijft. Welke hoogte bij welke ruimte past staat in het kiezen van de hoogte van een kunstboom.

Ze door elkaar zetten zonder dat het opvalt

De regel die het meeste verschil maakt: zet nooit een echte en een namaak van dezelfde soort naast elkaar. Twee monstera's naast elkaar waarvan er één nooit een nieuw blad krijgt, is precies de vergelijking die je niet wil uitlokken.

Wat wel werkt:

  1. Verdeel per plek, niet per plant. Eén hoek volledig kunst, één vensterbank volledig echt.
  2. Laat de echte planten de kleine formaten doen en de kunstplanten de grote. Een klein plantje verzorgen is makkelijk, een boom van twee meter draaien en verpotten niet.
  3. Gebruik dezelfde potten voor allebei. Als het aardewerk en de hoogtes overeenkomen, kijkt niemand naar de plant.
  4. Zet er iets levends bij dat wél groeit. Een schaal met bloembollen, verse takken in een vaas, een kruidenpotje in de keuken.

Dat laatste punt doet meer dan de rest bij elkaar. Een ruimte waarin ergens iets echt groeit, leest als een ruimte met planten, ook als het merendeel dat niet is.

Wat je beter echt houdt

Drie categorieën waarin namaak het bijna nooit wint.

Kruiden en eetbare planten, want basilicum en munt gebruik je en dan is de illusie meteen weg. Bloeiende planten die je op een tafel zet, zoals een orchidee waar je van dichtbij naar kijkt: het bloemhart is het moeilijkste om na te maken. En elke plant die op minder dan een meter afstand van waar je zit staat.

Dat laatste is de bruikbaarste maat uit dit hele stuk. Meet de afstand van je vaste plek op de bank tot waar de plant komt te staan. Onder de meter zie je bladnerven, steelaanzetten en de bovenkant van de grond, en dan moet het echt goed zijn of gewoon echt. Vanaf twee meter kijkt niemand nog naar detail en telt alleen de vorm.

Zoek je vooral iets bloeiends dat niet verwelkt, kijk dan eerder bij zijdebloemen en kunstplanten dan bij een namaak van een levende kamerplant. Aan de kwaliteitsverschillen daarin zit een eigen verhaal vast, dat in het herkennen van goede zijdebloemen staat.

Meer stylinginspiratie