Half zeven, en de tafel staat er nog leeg bij
Het is half zeven op een zomeravond, er komen om zeven uur vier mensen eten, en buiten staat een tafel waar de hele dag niets op heeft gestaan behalve een laagje stuifmeel en een kringetje van een glas van gisteren. Binnen ligt alles klaar. Buiten is er niets.
Dat is precies het moment waarop een gedekte tafel buiten mislukt of slaagt, en meestal niet door gebrek aan smaak. Het gaat om de volgorde en om twee dingen die binnen geen rol spelen: wind en zon.
Wat volgt is de aanpak voor die laatste dertig minuten, met de keuzes die de tafel er twee uur later nog steeds goed uit laten zien.
De volgorde die een half uur kost
Werk van groot naar klein en van vast naar los. Dan hoef je nooit iets op te tillen om er iets onder te leggen.
- Tafel afnemen en laten drogen, ongeveer vijf minuten. Een buitentafel is stoffiger dan hij eruitziet, en op een lichte tafel zie je dat pas als het wit servies erop staat.
- De onderlaag. Een loper of losse placemats, geen kleed dat over de rand hangt zolang er nog wind staat.
- Borden en bestek, per persoon in één keer neergezet. Tel eerst hoeveel mensen er komen en zet nooit twee stoelen erbij die er niet zijn.
- Glazen, en meteen op de plek waar niemand er met een elleboog langs hoeft.
- Het middenstuk, in één beweging: schaal, kandelaars, bloemen.
- Licht, als laatste, want dat verplaats je toch nog een keer als de zon gedraaid is.
Het scheelt behoorlijk als stap 3 tot en met 5 in één keer naar buiten kunnen. Een ovaal dienblad Marlow van 40 cm breed en 5 cm hoog draagt de kandelaars, het zout en de servetten in één gang mee, en blijft daarna op tafel staan als vlak waarop die dingen bij elkaar horen. Meer over dat principe staat in een dienblad gebruiken.
Wind en zon bepalen meer dan de smaak
De eerste windvlaag laat meteen zien wat er buiten niet werkt: papieren servetten, een linnen loper met losse uiteinden, een hoge smalle vaas, en elke kaars zonder glas eromheen.
Reken op drie regels. Alles wat lichter is dan een half glas water gaat om of waait weg. Alles wat hoger is dan het smalste punt van zijn eigen voet valt bij de eerste vlaag. En alles wat over de tafelrand hangt, gaat als eerste bewegen.
Praktisch betekent dat: servetten onder het bestek of onder een steen leggen, een loper met de uiteinden op tafel en niet eroverheen, en kaarsen alleen in een glas dat hoger is dan de vlam. Vazen kies je laag en breed. Een bloemstuk in een lage schaal blijft staan waar een fles-vormige vaas van 40 cm allang omligt.
Sta je op een balkon of dakterras, dan is de wind nog een categorie steviger. Wat dat verder betekent voor de indeling van zo'n plek staat in een klein balkon inrichten.
De zon is de tweede factor, en die verandert terwijl je eet. Tussen half zeven en negen uur schuift hij een flink stuk op, en de plek die om half zeven schaduw had ligt om acht uur vol in het licht.
Zet de tafel daarom niet neer op de plek die nu prettig is, maar op de plek die het over anderhalf uur nog is. Kijk even naar de schaduw van de schutting of de gevel en waar die naartoe beweegt.
Er zijn ook dingen die de zon niet verdragen. Boter en zachte kaas horen tot het laatste moment binnen te blijven. Chocolade en slagroom houden het buiten geen twintig minuten. Wijn wordt in de zon binnen een kwartier te warm, dus die staat beter in een emmer met ijs dan op tafel, hoe mooi de fles er ook staat.
Een ronde tafel heeft hier een voordeel dat vaak over het hoofd wordt gezien: iedereen zit op dezelfde afstand van het midden, en dat scheelt bij het doorgeven van schalen. De ronde outdoor eettafel Rockyard heeft een diameter van 100 cm en een tafelhoogte van 76 cm, wat comfortabel zit voor vier personen zonder dat het midden onbereikbaar wordt.
Het middenstuk blijft laag
Dit is de fout die het vaakst gemaakt wordt en die je het snelst kunt herstellen: het middenstuk is te hoog en mensen kijken langs elkaar heen in plaats van naar elkaar.
Houd alles op tafel onder de 25 cm, of juist ruim erboven. Daartussen zit de zichtlijn tussen twee mensen die tegenover elkaar zitten. Kaarsen op een kandelaar van 30 cm staan precies verkeerd; dezelfde kaarsen in een laag windlicht van 12 cm staan goed.
Voor het centrale punt zelf werkt een lage brede schaal het beste. De schaal Xena in wit is 45 cm breed en 15 cm hoog en vult daarmee het midden van een ronde tafel zonder er iets van te blokkeren. Vul hem met citroenen, met drijvende kaarsen, of laat hem leeg als de rest van de tafel al vol is.

Meer manieren om het midden van een tafel op te bouwen staan in een eettafel stylen met een middenstuk.
Wat buiten wel en niet op tafel kan
Buiten dekken vraagt om andere materiaalkeuzes dan binnen, en dat gaat verder dan breekbaarheid.
Wat goed werkt: dik glas, steengoed, geglazuurd aardewerk, ijzer met een gepoedercoate of brass afwerking, en linnen dat zwaar genoeg is om te blijven liggen. Deze dingen kunnen tegen temperatuurverschil, tegen een vochtige onderzet en tegen een tafel die zelf warm is van de zon.
Wat tegenvalt: dun kristal, zilver dat aanslaat in de buitenlucht, papieren onderleggers, en alles van onbehandeld hout dat een nacht buiten blijft staan. Ook plastic bekers vallen tegen, niet omdat ze breken maar omdat ze in de wind het lichtst zijn van alles op tafel.
Kies daarnaast serviesgoed in een toon die past bij de vloer. Op grijze tegels leest wit servies fris; op een houten vlonder is crème of zandkleur warmer. Dezelfde afweging speelt bij het kiezen van de meubels zelf, en die staat uitgewerkt in tuinmeubelen en hun materiaal.
Licht dat de avond doortrekt
Rond half tien wordt het licht buiten snel minder, en op dat moment beslist de verlichting of iedereen blijft zitten of naar binnen gaat.
Kaarslicht op tafel doet daarbij het meeste werk, mits het niet uitwaait. Gebruik windlichten met een glas dat hoger is dan de kaars, en zet er meerdere in plaats van één grote: drie kleine lichtpunten op een tafel van 100 cm geven een gelijkmatiger beeld dan één kandelaar in het midden.
Zorg daarnaast voor één lichtbron buiten de tafel, op ooghoogte of hoger. Een lamp aan de gevel of een staande buitenlamp maakt dat je gezichten ziet in plaats van alleen handen. Zonder dat tweede punt wordt het aan tafel snel donkerder dan gezellig.
Bewaar wat verder van tafel af kan voor later op de avond: de koffie, een schaal met iets zoets, en de plaids. Die haal je pas als het echt afkoelt, en dat is meestal precies het moment waarop mensen anders zouden opstaan.
De tafel na afloop
Ruim het glaswerk en het textiel dezelfde avond nog naar binnen, ook als de rest kan blijven staan. Nachtelijke dauw slaat neer op alles wat buiten blijft, en een linnen loper die om zeven uur 's ochtends nog buiten ligt is klam en vlekkerig.
Wat wel buiten kan blijven, is het ijzeren dienblad, de schaal en de windlichten, mits ze leeg zijn. Kaarsresten in een glas dat vol regen loopt zijn de volgende ochtend een klus van tien minuten die je niet had hoeven maken.
Voor decoratie die je vaker buiten gebruikt, loont het om een vaste plek binnen te hebben waar het samen staat: één mand of één plank met de windlichten, de lopers en het buitenservies. Dan is de volgende keer die dertig minuten eerder twintig, want je hoeft niets meer te zoeken. Wat er nog meer op zo'n plank thuishoort staat bij de dienbladen en schalen.
Bekijk alle kandelaars en windlichten
Bekijk de collectie


