Tel eerst hoeveel zitplekken je echt hebt
Een woonkamer met een driezitsbank en één fauteuil heeft vier zitplekken. Komen er zes mensen, dan zitten er twee op een eetkamerstoel die iemand uit de andere kamer heeft gesleept, en die stoel staat de rest van de avond scheef in de kring.
Dat tekort is bijna altijd twee plekken groot. Niet vijf, niet één. Het is het verschil tussen een gewone avond en een avond waarop er twee vriendinnen extra meekomen, of waarop de buren aanschuiven omdat het toch gezellig werd. Een poef vult precies dat gat, en een brede poef vult het dubbel: de poef Noah met beige blockweave-bekleding is 120,5 cm breed en 66 cm diep, waardoor er twee mensen naast elkaar op kunnen zonder dat ze schouder aan schouder zitten.
Loop de kring een keer na op een avond dat het vol is. Niet het aantal stoelen telt, maar het aantal plekken waarvandaan je iemand kunt aankijken. Een kruk in de hoek achter de lamp is geen zitplek, ook al kun je erop zitten.
De eetkamerstoel die er anders bij wordt gehaald heeft twee nadelen die je pas ziet als hij staat. Hij is te hoog voor de kring, waardoor degene die erop zit boven het gesprek uitsteekt, en hij heeft een rugleuning die de zichtlijn naar de rest van de kamer afsnijdt. Een lage, zachte vorm valt weg tussen de meubels zodra er niemand op zit; een losse stoel blijft de hele avond zichtbaar als iets wat er niet hoort.
Hoe lang zit iemand prettig op een poef?
Ongeveer twintig tot dertig minuten. Daarna begint iedereen te schuiven, want er is niets om tegenaan te leunen en het lichaam gaat vanzelf op zoek naar een rugleuning die er niet is. Wie op een poef zit, gaat naar voren zitten, met de ellebogen op de knieën.
Dat is geen bezwaar, het is informatie over wie erop hoort. Geef de poef aan degene die de hele avond toch opstaat: de gastheer die glazen bijvult, degene die telkens naar de keuken loopt, het kind dat sowieso niet blijft zitten. Die persoon merkt het ontbreken van een leuning nauwelijks. Zet er niet je schoonmoeder op die na het eten twee uur blijft zitten.
Er is nog een verschil dat je meteen voelt: een poef zit lager dan een bank, waardoor iemand die erop zit letterlijk naar de rest opkijkt. Hoe je die hoogte afstemt op de zithoogte van je eigen bank staat in het artikel over het verschil tussen een poef en een voetenbank, inclusief wanneer een poef een tweede fauteuil kan vervangen.
Waar de poef staat op de dagen dat er niemand komt
Dit is de vraag die de aanschaf maakt of breekt. Een poef die vijftig weken per jaar in de weg staat en twee avonden per jaar redding brengt, is een slechte aankoop. Er zijn drie plekken waar hij zichzelf nuttig maakt zonder in de weg te staan.
De eerste is naast de fauteuil, als voetenbank. De tweede is voor het raam of onder de vensterbank, waar hij een lage, zachte vorm toevoegt aan een plek die anders alleen glas en kozijn is. Dat werkt vooral als er geen stof aan het raam hangt: zonder gordijnen is de onderrand van het raam een harde lijn, en een lage poef breekt die. Welke oplossingen er verder bestaan als je het raam kaal wilt houden, van jaloezieën tot niets ophangen, staat in de vergelijking van raamdecoratie zonder gordijnen.
De derde plek is de slaapkamer, aan het voeteneind of bij de kastdeur.
Wat niet werkt: de poef in de looproute tussen deur en bank. Daar wordt hij elke dag aangeschopt en verschuift hij scheef, en na een maand staat hij ergens anders. Kies een plek waar niemand langsloopt, en kies dan een poef die je met één hand optilt. De ronde poef Yoda van 45 cm doorsnee is zo'n formaat: klein genoeg om even naar de andere kant van de kamer te dragen wanneer de kring groeit.
De route van de voordeur naar de zitplek
Voordat iemand gaat zitten, staat hij eerst in de hal met een jas, een tas en soms een fles in zijn hand. Daar gaat het vaker mis dan in de woonkamer zelf.
Een poef bij de deur klinkt logisch, want dan kan iemand zitten om schoenen uit te doen. In de praktijk verdwijnt zo'n poef binnen een week onder de jassen en de tassen, en op de avond dat je hem nodig hebt als zitplek moet je hem eerst leegruimen. Hetzelfde geldt voor het halblad ernaast, dat volloopt met post, pakbonnen en sleutels van drie verschillende deuren; hoe je dat blad in stappen terugbrengt tot iets waar een gast zijn spullen kan neerleggen, staat in het stuk over post en sleutels bij de voordeur.
Praktisch: laat de zitpoef in de woonkamer staan en houd de hal leeg. Wat een gast in die eerste minuut nodig heeft is een vrije haak en een leeg oppervlak, niet een extra meubel. In wat gasten echt zien als ze binnenkomen staat wat er verder in die route toe doet.
Wat er tijdens de avond op de poef belandt
Zodra de poef in de kring staat, wordt hij tafel. Iemand zet er een glas op, en op een gestoffeerde zitting staat een glas nooit stabiel. Bij een poef met een gecapitonneerde bovenkant, waar de stof in vakken is doorgestikt, kantelt een wijnglas al bij een klein duwtje tegen de zijkant.
De oplossing is een dienblad met een vlakke bodem dat je over de zitting legt zodra er niemand meer op zit. Dat maakt van de poef een lage bijzettafel voor de rest van de avond, en het beschermt de stof tegen kringen.
Verder verdwijnen er plaids, telefoons en jassen. Een poef met een opklapbaar deksel vangt dat op voordat het gebeurt: de poef Corbeau in sand tweed heeft een opbergcompartiment onder het deksel, waar de plaids en de losse kussens in kunnen die anders op de bank blijven liggen. Een half uur voor de eerste gast belt gaat het deksel open, gaat alles erin, en is de kamer opgeruimd zonder dat je iets naar boven hebt gedragen.
Welke poef houdt een druk weekend uit?
Let op drie dingen, in deze volgorde: de stof, het gewicht en de bovenkant.
De stof krijgt de meeste klappen. Een geweven polyester in tweed of bouclé verdraagt spijkerstof, kruimels en een natte onderkant van een glas beter dan een gladde, effen stof, omdat de structuur vlekken en lichte slijtage optisch opneemt. Sommige bekledingen zijn bovendien brandvertragend uitgevoerd, wat je op de productpagina terugziet als fire retardant; dat is prettig op een avond waarop er kaarsen branden. In het overzicht van poefs en voetenbanken staat per model welke stof erop zit.
Het gewicht bepaalt of de poef daadwerkelijk verhuist. Een model op een metalen onderstel met schuimvulling til je met één hand op. Een opbergpoef met een multiplex frame en een deksel is een tweehandenklus, dus die zet je op een plek waar hij kan blijven staan.
De bovenkant tenslotte bepaalt of er iets op kan. Een vlakke, strak beklede zitting draagt een dienblad. Een bolle of doorgestikte zitting doet dat niet, en dan heb je alsnog een bijzettafel nodig. Weet je nu al dat de poef half zittend en half als tafel gebruikt gaat worden, kies dan de vlakke.






