Ga naar hoofdinhoud

Zomervakantie: bestellingen geplaatst van 15 t/m 29 augustus verzenden we vanaf 31 augustus · showroom vanaf 27 augustus op afspraak, vanaf 28 september weer normaal geopend

Eigen bezorgservice · Veilig betalen · 5.0/5 reviews
Interiori by Noenoes DecoratiesInteriori by Noenoes Decoraties naar de homepage

Stylinggids

Wabi-sabi in huis: waarom onaf rustiger oogt dan perfect

Op een houten blad staat een schaal met een barst die iemand ooit met lijm heeft gedicht. Ernaast een kaars die scheef is opgebrand en een steen die van het strand komt. Niets aan die hoek is af en toch is het de plek waar het oog blijft hangen, terwijl de kast ernaast met alles gelijk en gaaf erin geen seconde aandacht krijgt. Dat effect heeft een naam, een geschiedenis van vijfhonderd jaar en een aantal spelregels die zich prima laten uitleggen.

NNoenoes team7 min leestijd
Rustige woonkamer met crèmekleurige bouclé bank en fauteuil, een ovale salontafel met licht geaderd blad en een brandend geribbeld windlicht

Een theekom die niet rond was

De term komt uit Japan en is ouder dan de meeste stijlen waar hij tegenwoordig naast staat. In de zestiende eeuw brak theemeester Sen no Rikyū met de gewoonte om de theeceremonie te vieren met geïmporteerd Chinees porselein, glad en symmetrisch en duur. Hij koos ruwe, plaatselijk gedraaide kommen met een scheve rand en een ongelijke glazuurlaag.

Twee woorden dragen het idee. Wabi stond oorspronkelijk voor de soberheid van iemand die alleen leeft, later voor de rijkdom die in eenvoud zit. Sabi betekent iets als de schoonheid die met tijd komt: roest, sleet, verkleuring. Samen beschrijven ze een houding, geen inrichting.

Het duidelijkste voorbeeld van die houding is kintsugi, de techniek waarbij een gebroken kom wordt gelijmd met lak vermengd met goudpoeder. De barst wordt niet weggewerkt maar uitgelicht. Wat het object meemaakte hoort bij het object, en het stuk is achteraf meer waard dan ervoor.

Dat idee is in een Nederlands huis lastiger dan het klinkt, want onze standaard is het tegenovergestelde: gelijkmatig, glad, en zo lang mogelijk als nieuw.

Waarom een onregelmatig oppervlak rust geeft

Er zit iets tegenstrijdigs in het effect. Onregelmatigheid zou onrust moeten geven, en toch werkt het omgekeerd zodra je een kamer binnenloopt met veel natuursteen, hout en textiel.

De verklaring zit in hoe je ogen een ruimte aftasten. Een volkomen glad, egaal vlak geeft je blik niets om aan vast te houden, dus glijdt hij door naar het volgende. Een oppervlak met kleine variatie houdt de blik even vast en laat hem daarna los. Dat korte ophouden is wat een kamer traag laat aanvoelen in plaats van gehaast.

Travertijn is daar een goed voorbeeld van, omdat de steen ontstaat rond bronwater en daardoor open poriën en horizontale aders houdt. Het blad van de salontafel Chainey van 110 cm doorsnee heeft die natuurlijke aderstructuur en rust op een onderstel van geschakelde mangohouten ringen; geen twee bladen uit dezelfde groeve zijn identiek.

Textiel doet hetzelfde op kleinere schaal. Een geweven stof met een ongelijke draaddikte, zoals grof linnen of bouclé, vangt licht in korrels in plaats van in één vlak, en daarom oogt een bank in zo'n stof zachter dan dezelfde bank in effen katoen. Dat is ook de reden dat een kamer met vijf verschillende gladde oppervlakken drukker aanvoelt dan een kamer met vijf verschillende ruwe.

Bij een geprinte imitatie werkt dat niet, en dat merk je ook al kun je het zelden benoemen. Een print herhaalt zich na een halve meter of een meter, en je oog vindt die herhaling sneller dan je denkt. Vanaf dat moment leest het vlak als één ding in plaats van als steen.

Wabi-sabi is geen Japandi

De twee worden voortdurend door elkaar gebruikt en dat levert misverstanden op bij het inrichten.

Japandi is een stijl, met kenmerken die je kunt aanwijzen: lage meubels, lichte houtsoorten, rechte lijnen, gedempte kleuren, weinig decoratie. Je kunt een Japandi-kamer volledig nieuw kopen, alles glad en gaaf, en de stijl klopt.

Wabi-sabi is geen stijl maar een verhouding tot tijd. Een kamer die eraan voldoet kan donker zijn of licht, vol of leeg, mits de dingen erin hun leeftijd mogen laten zien. Een gebutste koperen schaal van je grootmoeder past er in; een identieke nieuwe schaal doet dat pas over vijftien jaar.

Voor de praktijk maakt dat verschil meer uit dan het lijkt. Wil je Japandi, dan koop je een samenhangende set en ben je in één keer klaar. Wil je het andere, dan is er weinig te kopen en veel te laten gebeuren, en duurt het jaren. Dat is voor de meeste mensen het punt waarop ze erachter komen dat ze eigenlijk het eerste bedoelden.

Waar ze elkaar raken is in materiaalkeuze en in terughoudendheid met kleur. Dat verklaart waarom de twee zo vaak in dezelfde foto's opduiken. Het verschil merk je pas als er iets kapotgaat: in een Japandi-interieur vervang je het, in een wabi-sabi-interieur repareer je het zichtbaar.

Materialen die ouder worden in plaats van slechter

Praktisch komt het neer op één sorteerslag door je materialen. De ene groep wordt na verloop van tijd interessanter, de andere alleen maar sjofeler.

Naar de eerste groep gaan massief hout, natuursteen, ongelakt leer, linnen, wol en messing. Hout krijgt donkere plekken waar handen komen. Leer wordt lichter op de plooien. Messing verkleurt van goud naar oranjebruin en daarna naar donkerbruin, en die laag beschermt het metaal eronder; wat je daar wel en niet mee doet staat in het stuk over messing en goudkleurig metaal.

De tweede groep bestaat uit hoogglans lak, chroom, folie en print. Die materialen kennen maar één goede staat, namelijk nieuw, en elke kras is een stap naar beneden. Er is niets mis mee, maar ze horen niet in dit verhaal thuis.

Schelp zit in de eerste groep, en wel op een bijzondere manier. De schelpenvaas van mother of pearl, 40 cm doorsnee en 77 cm hoog is met de hand belegd met losse schelpdelen, en elk deeltje breekt het licht net iets anders. Van dichtbij zie je de naden; van drie meter afstand zie je een egale glans die met de dag beweegt. Waarom de ene schelpsoort dat sterker doet dan de andere staat uitgelegd bij het verschil tussen capiz en parelmoer.

Kijk bij het kiezen dus niet alleen naar hoe iets er nu uitziet, maar naar wat er over vijf jaar mee gebeurd zal zijn.

De grens tussen onaf en slordig

Dit is de vraag die iedereen stelt en die zelden eerlijk beantwoord wordt, want het verschil is wel degelijk aan te wijzen.

Het zit in twee dingen: intentie en netheid. Een verweerde plank op twee bakstenen is slordig als het toevallig zo gegroeid is en overtuigend als het duidelijk een keuze was. Dat verschil lees je af aan de omgeving. Staat er ruimte omheen, is het schoon, en staat er verder niets tegenaan dat om aandacht vraagt, dan leest het oog het als bedoeld.

Drie werkregels helpen. Houd per vlak één ding dat onregelmatig is en laat de rest rustig. Zorg dat alles wat oud of ruw is schoon en stofvrij blijft, want stof is het enige signaal dat een kijker meteen als verwaarlozing leest. En laat rond een onregelmatig object minstens een handbreedte leeg, zodat het niet in een rij verdwijnt.

Asymmetrie hoort er ook bij, en dat is de plek waar het vaakst iets misgaat. Ongelijk plaatsen werkt alleen als het visuele gewicht aan beide kanten toch klopt: een hoog smal object aan de ene kant en twee lage aan de andere. De travertijnen kaarshouders in de maten S, M en L, respectievelijk 4, 6,5 en 9 cm hoog op eenzelfde vierkant grondvlak van 9,5 cm, zijn precies daarvoor gemaakt: drie hoogtes die samen een lijn vormen die niet vlak is. Over de bredere afweging tussen gelijk en ongelijk opstellen staat meer in symmetrie voelt rustig, asymmetrie voelt echt.

Wat je hiervoor niet hoeft te kopen

De grootste vergissing is deze benadering behandelen als een winkellijstje. Een kamer wordt er niet rustiger van als je hem vol zet met nieuwe objecten die op oud lijken; kunstmatig verweerde spullen zijn per definitie een imitatie van iets wat je gratis kunt krijgen door te wachten.

Beginnen doe je met wegnemen. Haal weg wat glimt en wat niets doet, en kijk daarna pas naar wat er ontbreekt. In de meeste kamers ontbreekt er dan minder dan verwacht.

Vervang vervolgens op het moment dat iets kapotgaat of versleten raakt, en kies dan een materiaal uit de eerste groep. Zo verandert een interieur in vijf jaar van karakter zonder dat er ooit een grote aankoop aan te pas komt. Een enkel stuk mag daarbij het tempo aangeven: de tafellamp Blair van 68 cm met gestapelde travertijnen ringen en een beige linnen kap doet dat op een dressoir of een bijzettafel, doordat zowel de steen als het linnen licht ongelijkmatig doorlaten.

En houd het bij één plek per kamer. Een hele woonkamer die uitgevoerd is als een verklaring over vergankelijkheid wordt vermoeiend; een hoek waar dat gebeurt is genoeg, en de rest van de kamer mag gewoon praktisch zijn. Voor die ene hoek zijn losse objecten uit de categorie vazen en schelpenvazen meestal het makkelijkste startpunt, omdat een vaas van nature al één ding is waar ruimte omheen hoort.

Meer stylinginspiratie