Waarom messing donker wordt, en wanneer dat winst is
Messing is een legering van koper en zink, met koper als grootste bestanddeel. Koper reageert met zuurstof en vocht uit de lucht, en die reactie stopt nooit. Eerst verdwijnt de spiegelglans, daarna komt er een warme oranjebruine tint bij, en na verloop van jaren wordt het geheel donkerbruin tot bijna zwart. Dat is geen vuil en het gaat niet weg met een sopje.
De snelheid hangt bijna helemaal af van de lucht in de kamer. In een droge woonkamer duurt het jaren voordat het opvalt. In een badkamer of een keuken, waar de luchtvochtigheid dagelijks boven de 70 procent komt, zie je het verschil binnen een paar maanden. Zeewind versnelt het nog verder, wat verklaart waarom messing in een huis aan de kust een heel ander tempo aanhoudt dan hetzelfde object twintig kilometer landinwaarts.
Vingerafdrukken zijn de tweede versneller. Zweet bevat zouten en vetzuren, en die tasten het oppervlak plaatselijk aan. Daarom verkleurt een greep of een kandelaarschacht eerder dan de rest van hetzelfde object, en daarom ziet een messing object er na twee jaar vaak vlekkerig uit in plaats van gelijkmatig donker.
Die gelijkmatige donkere laag is precies wat patina heet. Het is een oxidelaag die het metaal eronder afsluit, dus hij beschermt en beschadigt niet. Bij antieke stukken is het bovendien het bewijs van leeftijd; wegpoetsen kost er waarde. De vraag is dus niet of je messing moet poetsen, maar of je de oranjebruine of de goudglans mooier vindt. Wat vaak nog wel de moeite waard is: de vlekkerige tussenfase gelijktrekken, zodat het object in één toon donkert in plaats van in plekken.
De wandlamp Amara van messing en opaalglas laat zien hoe fabrikanten daarop vooruitlopen. De lamp is 30 cm hoog en 26 cm diep, en het messing frame heeft al een brass antique afwerking: een donkere toon die het verouderingsproces nabootst, zodat een paar jaar oxidatie er niet uit springt.
Gelakt of onbehandeld: de test die alles bepaalt
Vrijwel alle nieuwe messing objecten zijn afgelakt met een dunne, kleurloze laklaag. Die laag houdt de goudglans jarenlang vast, en het is precies de laag die je met een poetsmiddel binnen één beurt vernielt.
Weten wat je in handen hebt kost vijf minuten. Zoek een onopvallende plek, bijvoorbeeld de onderkant. Leg daar een watje met wat citroensap op en laat het vijf minuten liggen. Veeg af en droog na. Is de plek lichter en glanzender geworden, dan raakte het zuur het metaal en zit er geen lak op. Is er niets veranderd, dan ligt er een laklaag tussen.
Een tweede aanwijzing kost helemaal niets: kijk hoe het object verkleurt. Onbehandeld messing wordt ongelijk donker, het snelst op de plekken die worden vastgepakt. Gelakt messing verkleurt overal even weinig en blijft glanzend, ook op de handgreep.
Zit er lak op, dan is de hele onderhoudsroutine één regel lang: een uitgeknepen doek met lauw water en een druppel afwasmiddel, en meteen nadrogen met een droge doek. Geen metaalpoets, geen schuurspons, geen azijn, geen allesreiniger met ammoniak.
Beschadigde lak is de vervelende tussensituatie. Zodra er een kras of een kaal plekje in zit, oxideert het messing alleen daar, en dat is niet weg te poetsen zonder de rest van de lak te beschadigen. Netjes oplossen betekent de hele laklaag verwijderen met aceton en het object daarna onbehandeld verder laten leven. Dat is een middagje werk en het is de enige route die geen vlekkenpatroon achterlaat.
Onbehandeld messing poetsen, en de plekken die je overslaat
Twee keer per jaar is voor onbehandeld messing ruim voldoende. Vaker poetsen levert weinig op en kost elke keer een flinterdunne laag metaal.
De volgorde telt. Was het object eerst met lauw water en een druppel afwasmiddel en droog het volledig af, want poetsmiddel over een vette of stoffige laag schuurt het vuil juist in het oppervlak. Breng daarna een messingpoets aan met een zachte katoenen doek, in rechte banen en niet in cirkels. Poets af met een schone doek, spoel na met water en droog binnen een minuut helemaal na. Achtergebleven poetsmiddel in een naad droogt op tot een witte streep die later moeilijker weggaat dan de oorspronkelijke aanslag.
De klassieke huismiddelen werken, met een kanttekening. Een halve citroen met een theelepel zout of een pasta van bakpoeder en water haalt de aanslag er prima af, maar het zuur blijft actief zolang het op het metaal ligt. Grondig naspoelen is dus geen luxe, en op objecten waar messing tegen hout, steen of glas aanligt zou ik zuur helemaal overslaan; het bijt in kalksteen en het beschadigt de lijmnaad.
Sla reliëf en gravures over met de doek en gebruik daar een zachte tandenborstel. In een verdiept patroon blijft poetsmiddel achter als lichte aanslag, en die valt na het drogen meer op dan de donkere tint die je wilde weghalen.
Twee categorieën laat je helemaal met rust. De eerste is alles waar messing rechtstreeks tegen glas, steen of hout aan is gemonteerd, zoals een lampframe of een tafelrand met een messing profiel: daar krijg je het poetsmiddel niet meer uit de naad en het geeft binnen een week een grijze rand. De tweede is elk object waarvan je niet zeker weet of het massief is; twijfel is in dit geval het antwoord, want een poetsbeurt op een dun laagje is onomkeerbaar en een halfjaar wachten kost niets.
Na het poetsen begint het proces opnieuw, tenzij je het afsluit. Een dun laagje carnaubawas of meubelwas houdt lucht en vocht een halfjaar tot een jaar op afstand. Wat verder scheelt: pak een gepoetst object aan de onderkant vast en zet het niet in de damp van een keuken of een badkamer. De algemene volgorde bij vlekken, eerst opnemen en dan pas reinigen, staat uitgebreider in het stuk over meubels onderhouden per materiaal.
Goudkleurige afwerkingen, chroom en RVS: afnemen in plaats van poetsen
Het grootste deel van het goudkleurige metaal in een interieur is helemaal geen messing. Brass antique, brushed gold en messing plating zijn afwerkingen van enkele micrometers dik over ijzer, aluminium of zelfs MDF. Metaalpoets haalt zo'n laag er plaatselijk af, en dan zit je met glimmende vlekken op een verder donker object die je nooit meer weggewerkt krijgt.
Herkennen kan meestal aan de omschrijving. De kandelaar Harlow van 32 cm hoog en 14 cm doorsnee is van ijzer met een brass antique afwerking, de wandlamp Leeza van 80 cm is ijzer en veiligheidsglas in brushed gold, en het nachtkastje Russo met travertine blad heeft messing plating over MDF. Drie keer goudkleurig, drie keer een toplaag die je alleen afneemt.
Voor al die stukken is een droge microvezeldoek de standaardbehandeling. Zit er vet of kaarsvet op, gebruik dan een licht vochtige doek met een druppel afwasmiddel en droog meteen na. Laat nergens water staan, en zeker niet in een naad of rond een schroef, want daar kruipt het onder de laag en begint het onderliggende ijzer te roesten. Bij kandelaars is de plek onder de kaars het kwetsbaarst; laat gemorst kaarsvet eerst hard worden en duw het er met je duim af in plaats van het weg te krabben. Meer over die categorie objecten staat bij de kandelaars en windlichten.
Chroom en RVS spelen een ander spel. Chroom oxideert niet zichtbaar, dus dof chroom is bijna altijd kalk of zeepresten en geen aantasting. Warm water met een scheutje schoonmaakazijn, een paar minuten laten inwerken, naspoelen en droogwrijven lost dat op. Geborsteld RVS vraagt één extra regel: wrijf altijd in de richting van de borstelstructuur, want dwars erop krijg je fijne krasjes die het licht anders weerkaatsen en die je daarna in elk daglicht ziet zitten. Staalwol en schuurpoeder horen bij geen van beide materialen in de buurt.
Bekijk alle decoratieve objecten
Bekijk de collectie








