Het komt terug, maar nooit precies hetzelfde
Travertijn lag in de jaren zeventig in half Nederland op de salontafel, verdween daarna zo grondig dat het in de jaren negentig als hopeloos gedateerd gold, en staat nu weer in de mooiste woonkamers. Een ronde bijzettafel met travertine blad van 30 cm doorsnee en 63 cm hoog is in materiaal precies dezelfde steen als toen.
Alleen ziet hij er anders uit. Het blad is kleiner, de voet is slanker, de kleur gaat naar warm grijsbruin in plaats van naar geel. Dat is het patroon: het materiaal keert terug, de vorm gaat mee met wat er nu verder in de kamer staat.
Bouclé volgde dezelfde route. De stof komt uit de jaren dertig, was in de jaren vijftig en zestig overal, verdween daarna richting wachtkamers en is nu de standaardbekleding van elke accentstoel. Een fauteuil in bouclé van 91 x 82 x 72 cm met houten poten had zestig jaar geleden gewoon in een woonkamer kunnen staan, zij het met dunnere armleuningen en een hogere rug.
Herkennen dat iets een terugkeer is, verandert hoe je ernaar kijkt. Je weet dan ongeveer waar in de golf je instapt, en dat is bruikbare informatie op het moment dat je iets bestelt dat vijftien jaar in je kamer staat.
Waarom de cyclus ongeveer twintig jaar duurt
De termijn is opvallend constant en heeft weinig met design te maken. Hij hangt aan mensen. Wat je meemaakte als kind is voor jou geen stijl maar gewoon hoe een huis eruitziet. Rond je dertigste ga je zelf inrichten, en dan komt dat beeld terug als iets warms en vertrouwds, terwijl de generatie erboven het nog associeert met het huis dat ze net hebben leeggeruimd.
Tegelijk werkt afkeer op een kortere termijn. Iets is pas echt afgeschreven als het overal tegelijk was: chroom in de jaren negentig, hoogglans wit rond 2010, grijs in alle tinten in de jaren daarna. Hoe breder iets is uitgerold, hoe harder de terugslag en hoe langer het duurt voordat het weer neutraal aanvoelt.
Messing laat beide kanten zien. Het was in de jaren tachtig het metaal van de trapleuning en het schilderijlijstje, verdween twintig jaar volledig achter geborsteld staal, en zit nu in lampen, kandelaars en beslag. Een windlicht van glas en messing van 50 cm hoog leest vandaag als klassiek, niet als jaren tachtig. Hoe je dat metaal combineert met wat je al hebt, staat in het stuk over goud, zwart en chroom mixen.
Welke laag van je interieur meebeweegt
Een kamer bestaat uit lagen die met heel verschillende snelheid vervangen worden, en de trendgevoeligheid loopt daar precies omgekeerd aan.
De vaste laag is alles waar een vakman aan te pas komt: vloer, keuken, tegels, binnendeuren, ingebouwde kasten. Die gaan vijftien tot twintig jaar mee en soms langer. Een keuze daar zit je uit, of je hem nog mooi vindt of niet. Dat is precies de laag waar een sterke trend het meeste schade aanricht: een visgraatvloer in een uitgesproken kleurtint kun je niet in een middag omruilen.
De halfvaste laag zijn de grote meubels: bank, eettafel, kast. Reken op acht tot vijftien jaar. Hier loont het om op vorm en constructie te kopen en de mode in de bekleding of de afwerking te zoeken.
Neem een woonkamer van 30 vierkante meter met een eikenhouten vloer, een grijze bank en een wand vol kussens in de kleur van dat moment. Over acht jaar staat die vloer er nog, is de bank aan vervanging toe en zijn de kussens al twee keer vervangen. De vloer bepaalt dus veel langer hoe de kamer voelt dan de kleur die je vandaag het spannendst vindt.
De losse laag beweegt het snelst. Kussens, plaids, vazen, kaarsen en kleine objecten wissel je zonder wroeging na drie tot vijf jaar. Als er ergens ruimte is voor iets dat over vijf jaar gedateerd zal zijn, dan is het hier: in de sierkussens en plaids en op het dressoir. Verwant hieraan is een interieur dat meegroeit, waarin dezelfde gelaagdheid vanuit een ander vertrekpunt langskomt.
Meedoen zonder er vijftien jaar aan vast te zitten
Eén trend per kamer is een werkbare grens. Twee is een keuze, drie is een tijdsbeeld, en een tijdsbeeld veroudert in één keer helemaal.
Houd het trendaandeel klein in oppervlak. Als ruwweg een tiende van wat je in de kamer ziet uitgesproken van nu is, valt het op zonder de kamer te dateren. Dat kan één stoel zijn, of de kussens en een lamp, of een schaal en een paar objecten op de kast.
Zet de trend bovendien op de plek waar je hem los kunt maken. Een gekleurde muur schilder je over in een dag. Een keukenfront in dezelfde kleur staat er tien jaar. Hetzelfde geldt voor metaal: een lamp is te vervangen, kraanwerk en deurbeslag door het hele huis zijn een project.
En de eerlijkste test: zou je dit ding ook mooi vinden als niemand het had? Voor bouclé, travertijn en messing is dat antwoord voor veel mensen ja, en dat is precies waarom ze terugkomen. Bij een vorm die alleen bestaat omdat hij nieuw is, ligt dat anders. Waaraan je ziet dat iets uit de tijd is geraakt, staat uitgebreider in wanneer een interieur gedateerd oogt.
Wat je koopt als je het niet weet
Kies bij de duurdere en vastere aankopen voor materiaal boven afwerking. Hout, steen, glas, wol en linnen zijn nooit uit de mode geweest; ze zien er over vijftien jaar hooguit ouder uit, niet fout. Een gekleurde coating of een uitgesproken print heeft die reserve niet.
Kies daarnaast voor rustige silhouetten in de halfvaste laag. Een bank met een strakke, tijdloze lijn kan drie keer een andere kussenset dragen en drie keer bij de mode horen. Een bank met een uitgesproken modevorm kan dat één keer.
Er is nog een reden om dat rustig te doen. De stijlen die het langst meegaan, zijn zelf ook uit een terugkeer ontstaan: het Scandinavische wonen van nu grijpt terug op de jaren vijftig, en wabi-sabi op een Japanse traditie van eeuwen ouder. Trendloos zijn ze daarmee niet. Wel taaier dan een kleur die twee winters meegaat.
Wacht bij twijfel één seizoen. Wat je na zes maanden nog steeds wilt hebben, wilde je waarschijnlijk zelf. Wat je dan al vergeten bent, was het beeld van een ander. Hoe je dat afweegt tegen de rest van je budget staat in je interieurbudget verdelen.
Bekijk alle kandelaars en windlichten
Bekijk de collectie





