Waarom voelt een open ruimte soms als één grote hal?
De muren gingen eruit voor het licht en de ruimte, en allebei zijn ze er gekomen. Maar ergens onderweg is er ook iets verdwenen: de plekken. In een huis met kamers wist elke activiteit waar hij hoorde; in een open woonruimte staat de eettafel zes meter van de bank en voelt geen van beide als een eigen gebied.
Het antwoord is niet de muur terugbouwen maar zones maken: zichtbare gebieden binnen dezelfde ruimte, elk met een eigen taak. Daar bestaan vier gereedschappen voor, en de meeste open ruimtes gebruiken er nog geen één bewust.
Het kleed is de plattegrond
Het krachtigste zonegereedschap ligt op de vloer. Een vloerkleed tekent letterlijk een gebied af: alles wat erop staat hoort bij elkaar, alles wat ernaast staat hoort ergens anders bij.
In een open ruimte betekent dat één kleed per zone, en vooral niet één kleed voor alles. Een kleed van 200 bij 300 cm onder de zithoek maakt van dat stuk vloer aantoonbaar de woonkamer, terwijl de eetzone op de kale vloer of op een eigen kleed zijn eigen gebied houdt. De maat rekent per zone, niet per ruimte.
Voor de eetzone geldt daarbij een eigen som: daar moet het kleed aan alle kanten minstens 60 cm buiten het tafelblad uitsteken, anders haken de stoelpoten elke maaltijd op de rand. Komt die maat niet uit, dan is een kale vloer onder de tafel de betere keuze, en blijft het kleed het exclusieve kenmerk van de zithoek. Ook dat is zoneren: het verschil tussen kleed en geen kleed is net zo leesbaar als het verschil tussen twee kleden.
Twee kleden in dezelfde ruimte mogen verschillen, maar niet vreemden zijn. Zelfde kleurfamilie, andere textuur is de veilige combinatie.
De rug van de bank is een muur van 70 centimeter
In een gesloten kamer staat de bank tegen de muur. In een open ruimte mag hij eindelijk doen waar hij goed in is: ruimte verdelen.
Een bank dwars in de ruimte, met de rug naar de eetzone, maakt in één klap twee gebieden zonder één centimeter licht te kosten. De rugleuning van 70 tot 85 cm hoog is precies laag genoeg om overheen te kijken en precies hoog genoeg om als grens te voelen.
Die rug hoeft geen achterkant te blijven. Een smalle console van 100 cm met travertine blad erachter geeft de grens een functie: een lamp, een schaal, een landingsplek voor wat van tafel komt. Zo kijkt de eetzone tegen een gestylede wand van meubels aan in plaats van tegen de achterkant van kussens.
Wil je een grens zonder meubel, dan werkt hoogte in losse vorm: een grote plant, een vloervaas met lange takken, of een open kast waar je doorheen blijft kijken. Alles wat het zicht filtert zonder het te blokkeren, verdeelt de ruimte zonder hem kleiner te maken. Een dichte kast van 180 cm hoog doet het tegenovergestelde; die bouwt de muur terug die er net uit is gehaald.
Licht maakt de zones af
Overdag doen kleed en meubels het werk. Zodra het donker wordt, neemt licht het over, en dan blijkt of de zones echt bestaan.
Geef elke zone een eigen lichtpunt op een eigen hoogte: de hanglamp laag boven de eettafel, een tafellamp of vloerlamp in de zithoek, en iets kleins in de tussenruimte. Een staand windlicht van 80 cm op de vloer markeert een overgang tussen twee gebieden zonder dat er een stopcontact aan te pas komt.
Het moment waarop een open ruimte 's avonds klopt: de zone waar je zit is verlicht, de zone waar je niet zit is gedimd, en de ruimte voelt groter en intiemer tegelijk.
De looproute is ook een zone
Tussen de gebieden door loopt verkeer: van de keuken naar de tafel, van de deur naar de bank. Die route verdient dezelfde aandacht als de zones zelf, want een looproute dwars door de zithoek maakt elke zone-indeling ongedaan.
Houd de route op 80 tot 100 cm breedte en laat hem langs de zones lopen in plaats van erdoorheen. De praktische toets: loop met een dienblad van de keuken naar de zithoek. Overal waar je moet indraaien of iemand moet laten opstaan, ligt de grens verkeerd.
Waar je moet stoppen met verdelen
Er is een grens aan het aantal zones, en die ligt lager dan de meeste plattegronden suggereren. Een ruimte van veertig vierkante meter draagt er twee, hooguit drie: zitten, eten, en eventueel een werk- of leeshoek. Elke zone daarbovenop maakt de gebieden zo klein dat het weer één rommelige ruimte wordt, alleen nu met meer kleden.
En houd één ding door alle zones heen gelijk: het materiaal- en kleurpalet. De zones verdelen de ruimte in gebieden; de terugkerende materialen houden hem één geheel. Dat evenwicht, verdeeld en toch één, is waar een open woonruimte het uiteindelijk van moet hebben.
Bekijk alle vloerkleden
Bekijk de collectie








