21 graden op de meter, kil op de bank
Je lichaam verliest op twee manieren warmte in een kamer: aan de lucht eromheen en aan de oppervlakken waar het naar uitstraalt. Die tweede weg is de weg die je niet meet en wel voelt. Een groot raam met een oppervlaktetemperatuur van 13 graden, een tegelvloer van 17 of een buitenmuur zonder isolatie trekt warmte van je huid, ook als de lucht in de kamer keurig op 21 staat.
In de bouwfysica wordt de gevoelstemperatuur bij benadering gelijkgesteld aan het gemiddelde van de luchttemperatuur en de gemiddelde oppervlaktetemperatuur van de ruimte. Zit je in een kamer van 21 graden waarvan de vlakken gemiddeld op 17 zitten, dan voelt dat als ongeveer 19. Bij een schuifpui van vier meter op het noorden zakt dat gemiddelde nog verder, en zit je precies op de plek waar het effect het sterkst is: op de bank ertegenover.
De test kost tien seconden. Houd je handpalm twintig centimeter van het glas, dan van de binnenmuur. Voel je verschil, dan is er een koud vlak dat aan je warmte trekt, en dan verandert een graad op de thermostaat daar weinig aan.
Tocht doet er los van staan nog een schepje bovenop. Een luchtstroom van een halve meter per seconde langs je enkels, bijvoorbeeld onder een deur door of langs een slecht sluitend kozijn, scheelt in beleving al gauw twee graden. Ook de vloertemperatuur telt zwaar mee: onder de 19 graden gaat een harde vloer op blote voeten of op sokken meteen als koud voelen, terwijl diezelfde vloer met een kleed erop nauwelijks opvalt.
Alles wat hard is, kaatst terug
Een gietvloer, een glazen salontafel, gladde wanden en kale ramen: elk van die vlakken stuurt licht, geluid en warmtestraling terug de kamer in in plaats van het op te nemen. Dat is precies waarom een net opgeleverde nieuwbouwkamer kil aanvoelt en dezelfde kamer met een kleed en gordijnen erin niet.
Een vloerkleed is de grootste ingreep die je kunt doen, letterlijk in vierkante meters. Een kleed van 200 bij 300 cm dekt zes vierkante meter harde vloer af en isoleert net genoeg om het verschil onder je voeten te voelen. Leg hem zo dat de voorpoten van de bank erop staan, anders lijkt de zithoek erop te drijven. Welke afmeting bij welke opstelling hoort, en meer keuze in maten, staat bij de vloerkleden.
Kale ramen zijn de tweede grote post. Een raam zonder stof ernaast is 's avonds een zwart vlak dat de kamer terugkaatst en de warmte er letterlijk uit laat lopen. Gordijnen die van de plafondhoogte tot op de vloer vallen, met genoeg breedte om echt te plooien, dekken het glas af en dempen tegelijk het geluid. Een strak spangordijn zonder overlengte doet dat allebei half.
Daarna komt het kleine textiel. Twee of drie kussens met echt reliëf doen meer dan zes gladde. Een kussen van 50 bij 50 cm in terra en naturel met een deels geborduurd patroon vangt licht op de vezel op, en dat is wat een oppervlak warm laat lijken. Hoe je een kamer met materiaal in plaats van kleur laat werken, staat uitgebreider in het stuk over textuur zonder kleur.
Diezelfde harde vlakken zijn ook de reden dat zo'n kamer galmt. Die kant van het verhaal, met wat je waar aanbrengt, staat in wat je doet als een kamer galmt.
Licht met de verkeerde kleur
Kleurtemperatuur doet meer met de beleving van warmte dan de meeste mensen verwachten. Licht van 4000 kelvin is neutraal wit en hoort in een werkkast of boven een aanrecht. In een woonkamer geeft het een grijze waas over houttinten en beige, en dat leest als koud, hoe hoog de verwarming ook staat. Voor een zithoek zit je goed rond 2200 tot 2700 kelvin.
Het tweede probleem is de hoogte. Eén plafondlamp verlicht een kamer van bovenaf en laat de hoeken donker, wat de ruimte groter en leger laat lijken dan hij is. Drie tot vijf lichtpunten op ooghoogte of lager veranderen dat. Een tafellamp met amberkleurige glazen voet en linnen kap van 70,5 cm hoog op een dressoir doet in dat opzicht meer dan een sterkere plafondlamp, omdat het licht door de stof gaat en de wand eromheen oplicht.
Wat je in november en december verder aan lichtpunten en niveaus verandert, staat in het stuk over licht in de donkere maanden. Over kelvin en de keuze per lamp gaat kleurtemperatuur van verlichting.
De zithoek die uit elkaar is gevallen
De laatste oorzaak heeft niets met warmte te maken en alles met afstand. Als alle meubels tegen de muren staan, is het midden van de kamer leeg en zit iedereen ver van elkaar. Een gesprek over vier meter dwingt je harder te praten, en een ruimte waarin je harder moet praten voelt onherbergzaam.
Praktische maten: tussen twee zitplaatsen die met elkaar in gesprek moeten kunnen zitten hoort niet meer dan 2,20 tot 2,80 meter. De salontafel staat 30 tot 45 centimeter van de bank, dicht genoeg om er een kop koffie op te zetten zonder op te staan. Blijft er tussen de bank en de wand een halve meter over, dan is dat winst: de kamer krijgt lucht achter de zithoek in plaats van ernaast.
In een lange kamer werkt het bijna altijd beter om de zithoek naar één helft te trekken en de andere helft een eigen taak te geven, dan om alles netjes over de volledige lengte te verdelen. Twee groepen van drie meter lezen warmer dan één groep van zes.
Meer over welke meubels beter los van de wand staan en waarom, lees je terug in wat je beter niet tegen de muur zet.
Bekijk sierkussens en plaids
Bekijk de collectie


