Centreren is een reflex, geen besluit
Zodra er iets aan een muur moet, gaat het rolmaatje naar het midden. Niemand besluit dat; het gebeurt, omdat het midden het enige punt op een wand is dat je zonder nadenken kunt terugvinden. Daar zit de hele aantrekkingskracht in. Het is de enige plek waarvoor je geen argument nodig hebt.
En dat is precies het bezwaar. Een kamer die volledig uit standaardkeuzes bestaat, ziet eruit alsof niemand hem heeft ingericht. De console midden op de wand, de spiegel midden boven de console, links en rechts hetzelfde object: iedereen heeft die opstelling honderd keer gezien en niemand herinnert zich er één.
Symmetrie zelf is het probleem niet. Ongegronde symmetrie is het probleem, symmetrie die er staat omdat het de makkelijkste uitkomst was. Wanneer spiegelen wél de sterkste keuze is, staat uitgewerkt in symmetrie of asymmetrie; dit stuk gaat over de gevallen daarbuiten, en dat zijn er in een gemiddeld huis meer.
Het midden van de wand is bijna nooit het midden van de kamer
Hier zit het echte argument. Een woonkamerwand is zelden een vrije rechthoek. Er zit een deur in, een radiator onder het raam, een schoorsteenboezem, een meterkast, een stopcontact op een ongelukkige hoogte. De meetkundige helft van het stucwerk valt vrijwel nooit samen met de plek waar je binnenkomt, met de as van de zithoek of met de lijn waar je dagelijks doorheen loopt.
Neem een doorzonkamer met de deur linksachter en de bank tegen de lange wand. Vanaf die bank kijk je niet naar het midden van de wand tegenover je, maar naar een punt dat er anderhalve meter naast ligt. Hang je daar iets precies in het midden, dan hangt het voor de meetlat goed en voor de bewoner scheef.
Op een wand van vier meter maakt dat verschil zich meteen zichtbaar. Consoletafel Locarno is 120 cm breed en 83,5 cm hoog; zet je die in het midden, dan houd je aan weerszijden een lege strook van ruim anderhalve meter over die allebei even leeg zijn en dus allebei even betekenisloos. Schuif hem naar de kant waar je langsloopt en de wand krijgt een begin en een eind. Er ontstaat een korte kant en een lange, en dat verschil is wat het oog leest als richting.
Dezelfde redenering geldt voor meubels die met de rug tegen de muur gaan; welke dat wel en niet zijn, staat in wat je beter niet tegen de muur zet.
Wat het je kost
Het eerste dat je opgeeft is de mogelijkheid om dingen bij elkaar te zetten. Zodra elk voorwerp in het midden van zijn eigen ondergrond staat, verwijst niets meer naar iets anders. De kamer wordt een verzameling losse optredens: een vaas alleen op een dressoir, een schilderij alleen op een wand, een lamp alleen op een tafel. Alles klopt, en er gebeurt niets.
Het tweede is beweging. Een symmetrische opstelling is een eindpunt: je kijkt ernaar, je begrijpt hem in een halve seconde en je kijkt weg. Een opstelling die uit balans is gehouden, houdt het oog aan het werk, omdat het zoekt naar het tegenwicht.
Zo werkt dat in de praktijk. Hang Spiegel Loan van 80 bij 120 cm niet boven het midden van de console maar boven de linkerhelft ervan, en zet aan de rechterkant van het blad iets kleins en hards dat licht vangt, bijvoorbeeld het kristallen object Ted van 25 cm hoog. De spiegel en het object staan niet op één lijn en juist daardoor lees je ze als één opstelling in plaats van als twee besluiten. In de rest van de spiegels werkt hetzelfde: hoe zwaarder de lijst, hoe meer het uitmaakt of hij ergens naast hangt of nergens naast.
Het derde is dat het midden onvergeeflijk is. Een gecentreerd werk dat twee centimeter uit het midden hangt, ziet er fout uit. Datzelfde werk, bewust naast het midden, kan tien centimeter opschuiven zonder dat iemand het merkt.
Waar dit betoog niet opgaat
Vaste punten winnen altijd. Een hanglamp zit waar het lichtpunt zit, en een eettafel die daar niet onder staat is een grotere fout dan alle symmetrie bij elkaar. Verzet je niet tegen de elektra; verplaats de tafel of verplaats het punt.
Een bed hoort in het midden van zijn wand, met aan weerszijden hetzelfde. Daar is de symmetrie geen luiheid maar comfort: twee mensen die aan hun eigen kant hetzelfde binnen handbereik hebben. Hetzelfde geldt voor een schouw. Een schoorsteenboezem is een architectonische as die er al lag voordat jij er stond, en die negeren leest niet als een keuze maar als een vergissing.
En in een kleine, drukke kamer werkt centreren juist rustgevend. Als er weinig ruimte is en veel te zien, geeft een gecentreerde opstelling het oog een plek om te landen. Het argument in dit stuk gaat op zodra een kamer genoeg lengte heeft om ergens naartoe te lopen. In een kamer van drie bij drie is dat niet zo, en dan is de reflex ineens het juiste antwoord.



