Ga naar hoofdinhoud

Zomervakantie: bestellingen geplaatst van 15 t/m 29 augustus verzenden we vanaf 31 augustus · showroom vanaf 27 augustus op afspraak, vanaf 28 september weer normaal geopend

Eigen bezorgservice · Veilig betalen · 5.0/5 reviews
Interiori by Noenoes DecoratiesInteriori by Noenoes Decoraties naar de homepage

Stylinggids

Licht in de donkere maanden: bouw de avond op in drie lagen

Het is kwart over vijf, half november. Je komt binnen, drukt op de schakelaar bij de deur en de plafondlamp doet wat hij altijd doet: hij maakt de kamer zichtbaar en verder niets. Het blad van de salontafel licht op, de hoeken blijven donker, en het voelt eerder als een wachtkamer dan als een huis. Dat ligt niet aan de lamp, maar aan het feit dat hij er in zijn eentje staat.

NNoenoes team7 min leestijd
Drie brandende kaarsen op een dienblad voor een beige bank met sierkussens, een bruin-witte bontplaid en een boek op de salontafel

Wat er tussen eind oktober en februari verandert

Zodra de klok eind oktober een uur terug gaat, wordt de woonkamer een avondkamer. Niet één avond, maar vier maanden lang: rond de kortste dag is het in Nederland tegen half vijf donker en pas na half negen weer licht. Alles wat je van je kamer ziet, zie je in die periode bij kunstlicht.

Precies daar wringt het bij de meeste kamers, want die zijn ingericht op daglicht. Overdag komt licht binnen door een raam van misschien wel acht vierkante meter, verdeeld over de hele wand, en het strijkt zijwaarts over meubels en objecten heen. Dat is de reden dat een kamer om drie uur 's middags in november nog aangenaam kan zijn en om zes uur ineens niet meer.

De plafondlamp is dan de standaardoplossing en tegelijk het probleem. Licht dat vanaf 250 cm recht naar beneden komt, valt op de vloer, op de bovenkant van de salontafel en op de bovenkant van hoofden. Wangen en oogkassen komen in de schaduw te liggen, waardoor gezichten er vermoeid uitzien, en de kamer krijgt één egaal verlicht vlak zonder diepte. Je ziet alles, en er is niets om naar te kijken.

Een kamer waar het 's avonds klopt, heeft geen sterkere lamp nodig maar meer lichtpunten op meer hoogtes. Vijf tot zeven aparte punten in een gemiddelde woonkamer is een werkbaar aantal; hoe je die verdeelt zonder plafondlamp staat in het stuk over een woonkamer verlichten met losse lichtpunten. De rest van dit artikel gaat over de opbouw daarvan, van laag naar hoog.

De onderste laag: alles onder 80 cm

Begin bij de vloer, want die laag wordt het vaakst overgeslagen en doet het meest voor de sfeer. Licht dat van onderaf of van lage hoogte komt, werpt schaduwen omhoog in plaats van omlaag, en dat is de omkering waardoor een kamer meteen zachter oogt.

De eenvoudigste vorm is een vloerlamp in de hoek. Een staande lamp van 135 cm met een koepelvormige kap zet licht op de wand en het plafond in plaats van in het midden van de kamer, en die weerkaatsing is warmer dan wat de lamp zelf uitstraalt. Zet hem niet in de verste hoek achter de bank, maar op ongeveer 40 cm van de zijkant van je zithoek, zodat het licht binnen de hoek valt en niet erbuiten. Hoe je dat precies uitmeet staat in het artikel over de vloerlamp in de hoek.

Daaronder komt het niveau van de kaars. Een windlicht op de vloer naast een fauteuil, of een lantaarn van 80 cm hoog naast de haard, geeft een lichtpunt op kniehoogte waar geen enkele lamp komt. Dat is ook de plek waar je in de donkere maanden het meeste effect haalt voor de minste moeite: er hoeft geen stopcontact in de buurt te zitten.

Er is één plek waar je in deze laag geen licht wilt: recht achter de televisie of het scherm waar je naar kijkt. Een lamp op die plek geeft tegenlicht en dat vermoeit de ogen sneller dan helemaal geen licht. Zet hem een meter opzij, of gebruik hem juist om de wand naast het scherm aan te zetten, zodat het contrast tussen scherm en muur kleiner wordt.

Kijk tot slot naar wat het licht opvangt. Een vloerkleed met textuur en een plaid over de armleuning nemen licht op en geven het zacht terug, terwijl een kale tegelvloer het hard terugkaatst. Dezelfde lamp doet in een kamer met textiel meer dan in een kale kamer. Vloerlampen in verschillende hoogtes vind je bij de vloerlampen.

De middelste laag: tussen 70 en 130 cm

Dit is de laag waar je 's avonds naar kijkt, want hij ligt op ooghoogte van iemand die zit. De regel die hier alles bepaalt, gaat over de onderrand van de lampenkap: die hoort tussen ongeveer 110 en 130 cm boven de vloer te zitten. Zit hij lager, dan kijk je in de lamp; zit hij hoger, dan schijnt hij over je heen.

Reken vanaf het meubel. Op een dressoir van 80 cm hoog werkt een tafellamp van 60 tot 78 cm, want dan komt de bovenkant van de kap rond 150 cm en de onderrand precies goed. Op een salontafel van 40 cm hoog werkt datzelfde formaat niet, en daar is een lage tafellamp van 32 cm op zijn plaats: die geeft een lichtvlek op tafelhoogte zonder dat je erin kijkt als je op de bank zit. Welke lamp op welk meubel hoort, staat uitgewerkt in het overzicht van tafellampen per plek.

Let ook op de kap zelf. Een linnen of stoffen kap laat licht door de wand van de kap heen en verlicht daarmee ook de omgeving; een gesloten metalen kap stuurt alles naar beneden en maakt een scherpe cirkel op het blad. In de donkere maanden wil je meestal het eerste, omdat dat de kamer eromheen mee oplicht.

Twee tafellampen in dezelfde kamer, op twee verschillende meubels, doen meer dan één sterke lamp. Je krijgt er twee lichtpunten voor terug in plaats van één, en daarmee diepte: het oog ziet afstand doordat het ene punt dichterbij is dan het andere.

Vergeet in deze laag de plekken buiten de zithoek niet. Een lamp op de vensterbank is 's winters het lichtpunt dat je vanaf de bank ziet als het buiten al zwart is, en die vult het gat dat het raam overdag opvult. Ook een lamp op een consoletafel in de hal telt mee, want je ziet hem als je de kamer binnenkomt en hij bepaalt daarmee de eerste indruk van het hele huis. Twee van zulke lampen op een tijdschakelaar die om vier uur aangaat, schelen meer dan een extra lamp in de woonkamer zelf.

De bovenste laag, en hoe je de avond opbouwt

Boven 130 cm hoort licht dat je niet direct ziet. Wandlampen op 150 tot 160 cm hoogte wassen de muur en geven de kamer hoogte terug die de lage lampen wegnemen; een hanglamp hoort boven de eettafel en nergens anders, op 75 tot 85 cm boven het blad, waarover meer staat in het stuk over de hanglamp boven de eettafel.

Een spiegel telt in deze laag mee als lichtbron, ook al brandt er niets in. Hang hem tegenover of schuin tegenover een lamp, dan verdubbelt het aantal zichtbare lichtpunten zonder extra stroom. Dat effect is het sterkst in een kamer met één raam, zoals beschreven in het artikel over een donkere kamer die licht leent met een spiegel.

Dan de kaarsen, want die horen in geen enkele laag en tegelijk in alle drie. Een windlicht van 28 cm op de salontafel, twee kaarsen op het dressoir en één op de vensterbank zijn samen vier bewegende lichtpunten. Hoeveel er in een woonkamer passen zonder dat het een altaar wordt, staat in het stuk over kaarslicht in de woonkamer.

De opbouw van de avond zelf is een kwestie van in stappen minder licht aandoen naarmate het later wordt. Rond het moment dat het buiten donker wordt, doe je de bovenste laag aan: wandlampen, eventueel de hanglamp boven de tafel. Bij het eten branden die plus de tafellampen. Zodra de tafel is afgeruimd gaan de bovenste lampen uit en blijven alleen de vloerlamp, de tafellamp en de kaarsen over. Je gaat van zeven punten naar drie, en die drie staan allemaal onder 130 cm.

Wat die opbouw makkelijk maakt, is groepen maken. Zet de lampen die tegelijk aan moeten op één schakelaar of één stekkerdoos, zodat je 's avonds drie handelingen hebt in plaats van zeven. In de praktijk zijn dat er meestal drie: de eetgroep, de zithoek en de losse sfeerpunten. Dat inregelen kost een half uur en gaat de rest van de winter mee.

Voor de lampen zelf maakt de kleurtemperatuur het verschil tussen warm en klinisch. Blijf in de woonkamer onder 2700 kelvin, en kies voor de lampen die na negenen nog branden liever 2200 kelvin, dicht bij de kleur van een kaarsvlam. Dimbaar is daarbij belangrijker dan sterk: een lamp die je 's avonds op een derde kunt zetten, is 's winters vijf maanden lang bruikbaar, terwijl een niet-dimbare lamp van hetzelfde vermogen na acht uur 's avonds gewoon uit blijft.

Meer stylinginspiratie