De fout: beginnen bij de gordijnen
Bijna iedereen die last heeft van galm hangt als eerste zwaardere gordijnen op. Dat helpt, maar minder dan verwacht, omdat gordijnen maar één wand bedekken en de rest van de kamer onaangeroerd blijft. De vloer is meestal het grootste harde vlak in de ruimte en die blijft na het ophangen van nieuwe gordijnen precies zo hard als hij was.
Reken het even na. In een woonkamer van 4 bij 6 meter is de vloer 24 m². Een raamwand van 4 meter breed en 2,60 meter hoog is bijna 10 m², en daarvan is misschien de helft echt raam. Je pakt met gordijnen dus hooguit een vijfde van het probleem aan, en betaalt daar het meeste voor.
Wat er in zo'n kamer gebeurt
Geluid kaatst tegen alles wat glad en hard is: tegels, gietvloer, gestuukte wanden, glas, een strak plafond. Elke weerkaatsing komt een fractie later bij je oor aan dan het oorspronkelijke geluid, en als er genoeg van die vertraagde kopieën zijn, versmelten ze tot galm.
De maat daarvoor is de nagalmtijd: hoelang het duurt voor een geluid is weggestorven. In een woonkamer waar praten prettig gaat, zit die ergens rond een halve seconde. Een lege nieuwbouwkamer met een gietvloer en zonder textiel haalt makkelijk het dubbele, en dan hoor je het meteen aan de manier waarop stemmen door elkaar gaan lopen zodra er drie mensen tegelijk praten.
Zacht en poreus materiaal doet het omgekeerde: het laat geluid de vezels in lopen en geeft er minder van terug. Hoe dikker en hoe losser geweven, hoe meer effect. Dat is de hele techniek achter alle ingrepen hieronder.
Ingreep 1: het vloerkleed, en dan een dik exemplaar
Het vloerkleed is verreweg de sterkste ingreep die je zonder verbouwen kunt doen, om de simpele reden dat het het grootste vlak bedekt. Belangrijk daarbij is de poolhoogte. Een dun geweven kleed van een halve centimeter doet visueel veel en akoestisch weinig; een vloerkleed met een pool van 3 cm in wol en katoen heeft genoeg volume om echt geluid op te nemen.
Ga ook voor formaat. In een kamer van 24 m² is een kleed van 200x300 cm zes vierkante meter, dus een kwart van de vloer. Dat is de ondergrens waarbij je het verschil hoort. Welke maat bij jouw zithoek past, staat in het stuk over de maat van een vloerkleed.
Een ondertapijt van vilt eronder scheelt nog een keer, omdat de laag lucht tussen kleed en vloer meewerkt. Bijkomend voordeel: het kleed schuift niet meer weg.
Ingreep 2: gordijnen, maar dan met genoeg stof
Gordijnen werken wel degelijk, alleen niet als ze strak gespannen hangen. De absorptie zit in de plooi en in de laag lucht erachter, dus je hebt stof nodig: reken op anderhalf tot twee keer de breedte van het raam aan stofbreedte, zodat het gordijn dicht nog steeds golft.
Hang de rail 10 tot 15 cm van de wand en laat de gordijnen doorlopen tot op de vloer of tot een centimeter erboven. Een gordijn dat op vensterbankhoogte stopt, laat het hele onderste deel van de wand open.
Velours, linnen en dikke katoen doen hier meer dan voile. Twee lagen, een dunne dag- en een dikke nachtlaag, is de meest effectieve combinatie omdat je dan ook overdag iets zachts voor het glas hebt hangen.
Ingreep 3: zacht materiaal op ooghoogte
Vloer en raam zijn de grote vlakken, maar galm die je als vervelend ervaart, kaatst vooral heen en weer tussen twee tegenover elkaar liggende harde wanden. Daar helpt textiel op ooghoogte, tussen ongeveer 100 en 200 cm boven de vloer.
Een canvas of een set jute panelen van 180 bij 120 cm heeft een zacht, poreus oppervlak en breekt tegelijk de vlakke wand. Hang zoiets bij voorkeur op de wand tegenover het raam, want dat is meestal de langste kale wand in de kamer. Meer opties staan bij de wanddecoratie.
Denk ook aan de plekken die je normaal overslaat. Een open trap, een gang zonder deur en een hoge vide voeren geluid rechtstreeks de woonkamer in, en een looper van 80 cm breed op de trap of een kleedje in de gang haalt daar al hoorbaar de scherpte af. Hetzelfde geldt voor een keuken die in dezelfde ruimte ligt: harde kastfronten en een stenen werkblad kaatsen alles terug wat er in de zithoek gezegd wordt.
Op de bank telt elk stuk stof mee. Vier kussens van 50x50 cm zijn samen één vierkante meter textiel, en een kussen met een grof gestructureerde stof doet meer dan een glad velvet exemplaar, omdat een ruw oppervlak het geluid breekt in plaats van het terug te kaatsen.
Ingreep 4: de kamer voller maken, tot een grens
Een open boekenkast is akoestisch gezien een van de beste meubels die er bestaan. Boeken van verschillende diepte vormen een onregelmatig oppervlak dat geluid alle kanten op verstrooit, waardoor je minder één duidelijke echo hoort. Een kast van 200 cm hoog en 80 cm breed die voor driekwart gevuld is, doet meer dan hetzelfde oppervlak aan glad kastfront.
Grote planten helpen op dezelfde manier, al is het effect kleiner dan vaak gedacht: bladeren verstrooien geluid vooral, ze slikken het niet op. Een boom van 180 cm in de hoek waar twee harde wanden samenkomen, staat wel op de goede plek.
Er is ook een grens. Een kamer volstoppen tot de galm weg is, levert een ruimte op die dof klinkt en druk oogt, en dat is waarom leeg laten een aparte overweging blijft. Werk van groot naar klein: vloer, dan raam, dan één grote wand, en meet daarna opnieuw of het nog stoort. Meestal is de derde ingreep de laatste die je nodig hebt.
Bekijk alle vloerkleden
Bekijk de collectie





