Ga naar hoofdinhoud

Zomervakantie: bestellingen geplaatst van 15 t/m 29 augustus verzenden we vanaf 31 augustus · showroom vanaf 27 augustus op afspraak, vanaf 28 september weer normaal geopend

Eigen bezorgservice · Veilig betalen · 5.0/5 reviews
Interiori by Noenoes DecoratiesInteriori by Noenoes Decoraties naar de homepage

Stylinggids

Textuur toevoegen zonder er één kleur bij te halen

Beige kamers krijgen vaak het verwijt saai te zijn, en soms klopt dat ook. Alleen ligt het dan zelden aan de kleur. Een ruimte in één tint kan alle kanten op zolang de oppervlakken van elkaar verschillen: bouclé naast geborsteld eiken, linnen naast ruw keramiek, gevlochten riet naast glad glas. Zo bouw je dat op, kamer voor kamer.

NNoenoes team5 min leestijd
Eethoek in beige en bruin met gestoffeerde bouclé stoelen rond een houten tafel, een visgraatvloer, een open wandkast en een dressoir met kandelaars

Eén beige is saai, vijf beiges is een interieur

Knijp je ogen half dicht in je eigen woonkamer. Wat overblijft zijn vlakken: de bank, de vloer, de muur, de gordijnen. Als die vlakken allemaal dezelfde gladheid hebben, ziet je oog vier keer hetzelfde en houdt het op met kijken. Zitten er in diezelfde vier vlakken een geweven stof, een geborsteld hout, een ruw geglazuurd oppervlak en een grove wol, dan gebeurt er van alles terwijl er nog steeds maar één kleur is.

Textuur werkt omdat licht er anders op valt. Een glad vlak kaatst het licht in één richting terug en oogt daardoor vlak. Een lus, een noppenweefsel of een reliëf vangt het licht en maakt eigen schaduwtjes, en die schaduwen zijn wat je als warmte ervaart. Dat is ook waarom een bouclé fauteuil in cappuccino, zoals de ronde bouclé fauteuil van 91x82x72 cm op donkerbruine houten poten, in een lichte kamer nooit als een gat leest, terwijl een gladde stoel in exact dezelfde tint dat wel kan doen.

De rest van dit stuk gaat kamer voor kamer langs. Niet omdat elke kamer een ander principe volgt, maar omdat de plek waar je textuur kunt toevoegen per kamer verschilt.

Woonkamer: de zit doet het meeste werk

De grootste oppervlakken zitten hier, dus hier valt het meest te winnen. Een bank van ruim twee meter is in je gezichtsveld belangrijker dan tien accessoires bij elkaar. De bank Tudor in natural boldweave, 205 cm breed met een zitdiepte van 80 cm heeft een duidelijk zichtbare weefstructuur, en dat ene gegeven bepaalt al een deel van hoe de kamer aanvoelt.

Op die bank gaat het mis zodra alle kussens dezelfde stof hebben. Leg er twee die elkaar tegenspreken: een crème linnen kussen van 50x50 cm met franje rand naast een kussen met bobbelig, teddyachtig reliëf. Zelfde kleurfamilie, totaal ander oppervlak. Hoeveel kussens er in totaal op passen staat in hoeveel sierkussens horen er op een bank.

Een plaid hoort daar los overheen en niet strak gevouwen over de rugleuning. Een plaid die scheef ligt met zichtbare vouwen geeft schaduw; dezelfde plaid als een rechthoek gedrapeerd geeft een tweede glad vlak en dus niets. Datzelfde geldt voor een mand naast de bank: gevlochten riet of zeegras is een van de weinige materialen die in bijna elke neutrale kamer past, omdat het zowel structuur als warmte meebrengt.

En kijk naar beneden. Een vloerkleed met hoge pool onder een gladde salontafel doet meer voor de kamer dan welk object dan ook op dat tafelblad. In de sierkussens en plaids zit trouwens de goedkoopste manier om dit uit te proberen voordat je aan meubels begint.

Eethoek: hard blad, zachte rug

Een eethoek is van nature de hardste plek in huis. Een houten of stenen blad, een gladde vloer, glas in de kast: alles kaatst. Dat hoor je zelfs, want zulke ruimtes galmen.

De stoelen zijn hier de kortste weg naar zachtheid. Een gestoffeerde eetkamerstoel zoals de Kenzi van 82 cm hoog en 44 cm breed in natural linear bouclé zet zes zachte volumes rond een hard blad, en dat verandert de hele hoek zonder dat er kleur bij komt.

Op tafel houd je het grof en laag. Drie travertine kaarshouders van 9,5 x 9,5 cm in oplopende hoogte, van 4 tot 9 cm, brengen een poreuze steenstructuur binnen op een blad dat verder alleen glad is. Wat er verder op een eettafel hoort staan als er niet gegeten wordt, staat in het middenstuk van de eettafel.

Slaapkamer: textuur die je vooral voelt

Hier draait het minder om wat je ziet vanaf de deur en meer om wat je aanraakt. Gewassen linnen beddengoed kreukt en houdt die kreuk vast, en juist die onregelmatigheid maakt een bed uitnodigend. Strijk het glad en het bed oogt als een hotelkamer in het weekend na een schoonmaak.

Bouw in laagjes die niet dezelfde dikte hebben. Een dun laken, een dikkere deken, een grof gebreide plaid aan het voeteneind. Drie diktes over elkaar leest voller dan drie kussens naast elkaar.

Aan de raamkant zit het derde grote vlak. Linnen gordijnen die tot op de vloer vallen hangen zwaarder en met diepere plooien dan een strakke, gladde stof, en die plooi is een textuur op zichzelf. Meer over rust in de slaapkamer staat in een slaapkamer rustig inrichten.

Hal en badkamer: kleine ruimtes, grof materiaal

In een smalle hal of een badkamer is bijna elk oppervlak hard: tegels, spiegelglas, geverfde muur. Eén ruw element haalt daar meteen de kilte af. Een keramische vaas met reliëfstructuur van 25x25x30 cm op een consoletafel doet in een hal wat een schilderij niet doet, omdat je er langs loopt en het licht er de hele dag anders op valt.

Een tweede plek die vaak vergeten wordt is de muur zelf. Structuurverf, een grof geweven wandkleed of een houten paneel verandert een hal ingrijpender dan een extra lamp, juist omdat je er van dichtbij langs schuift. In een huurwoning waar boren en verven niet mag, komt een loper met zichtbare weefstructuur over een gladde tegelvloer een heel eind.

Houd het aantal stukken laag. Een hal van anderhalve meter breed verdraagt één object en één stuk textiel, meer wordt een obstakel. In de badkamer zijn dat vanzelf de handdoeken: wafelstof of badstof met zichtbare structuur in dezelfde tint als de tegels werkt beter dan een gladde handdoek in een afwijkende kleur.

Hoeveel texturen kan een kamer hebben

Vier tot zes verschillende texturen in één ruimte is een werkbaar bereik. Onder de vier blijft het vlak, boven de zes gaat het rommelen, ook als alles beige is.

Tel ze een keer letterlijk. Loop de kamer rond en noem hardop wat je aanraakt: geweven bankstof, geborsteld eiken, ruw keramiek, glad glas, hoogpolige wol, gevlochten mand. Kom je op drie, dan weet je waar de vlakheid vandaan komt. Kom je op negen, dan is er iets te veel en meestal is dat het kleinste spul.

Twee dingen helpen daarbij. Herhaal elke textuur minstens twee keer in de ruimte, zodat het geen los ongelukje lijkt: hetzelfde weefsel in een kussen en in een gordijn, hetzelfde hout in een tafel en in een lijst. En zet de ruwste en de gladste versie dicht bij elkaar, want het contrast maakt allebei zichtbaar. Hoe materialen onderling reageren staat uitgebreider in hout, steen, glas en textiel in één kamer.

Bekijk alle fauteuils en loungestoelen

Bekijk de collectie

Meer stylinginspiratie