Ga naar hoofdinhoud

Zomervakantie: bestellingen geplaatst van 15 t/m 29 augustus verzenden we vanaf 31 augustus · showroom vanaf 27 augustus op afspraak, vanaf 28 september weer normaal geopend

Eigen bezorgservice · Veilig betalen · 5.0/5 reviews
Interiori by Noenoes DecoratiesInteriori by Noenoes Decoraties naar de homepage

Stylinggids

Ledkaarsen of echte kaarsen: waar kies je wat?

Een ledkaars kost je één keer moeite en brandt daarna elke avond. Een echte kaars vraagt elke keer iets van je en geeft er licht voor terug dat geen led nadoet. De keuze tussen die twee gaat minder over kwaliteit dan over de plek waar de kaars komt te staan, en over de vraag of er iemand in de buurt is die erop let.

NNoenoes team7 min leestijd
Lichte hoekbank met beige sierkussens en een glazen salontafel met een dienblad, zijdebloemen en twee brandende kaarsen in een stenen kaarshouder

Waar het verschil precies in zit

Een echte kaars geeft licht dat beweegt. De vlam reageert op elke luchtstroom, waardoor de schaduwen op de muur meebewegen en de kamer nooit helemaal stilstaat. Een ledkaars geeft licht dat beweegt volgens een patroon. Bij de betere modellen is dat patroon onregelmatig genoeg om vanaf twee meter te overtuigen, en van dichtbij zie je het verschil altijd.

Dat is het eerste onderscheid. De rest zit in wat een vlam nog meer doet: warmte afgeven, zuurstof gebruiken, roet maken, wax laten lopen en op raken.

Echte kaarsLedkaars
LichtbeeldOnregelmatig, reageert op luchtstroomGeprogrammeerde flikkering, regelmatiger
Warmte en geurGeeft warmte af, ruikt naar wasBlijft koud, ruikt nergens naar
VeiligheidOpen vuur, nooit onbeheerdGeen vlam, kan alleen achterblijven
OnderhoudKaarsvet, roet, lont bijknippenBatterij vervangen, stof afnemen
BrandduurOp zeker moment opBeperkt door de batterij
BereikbaarheidAansteken en doven bij elke keerAan met een knop of afstandsbediening
BuitenWaait uit, tenzij achter glasAlleen als het model buiten aankan

Wat in die tabel niet staat, is de belangrijkste vraag: waar staat het ding. Op een salontafel waar je de hele avond naast zit, wint de echte vlam bijna altijd. Op de plekken die je twintig keer per dag passeert en nooit bewust bedient, wint de ledkaars.

De plekken waar een vlam niet verstandig is

Er zijn kamers en situaties waarin een kaars niet zozeer verboden is als wel onpraktisch, omdat niemand hem gaat bewaken.

De hal is daar het duidelijkste voorbeeld van. Een kaars op de console brandt precies zolang je erlangs loopt, en juist daar wil je licht dat er al is als je thuiskomt. Hetzelfde geldt voor een vensterbank aan de straatkant: mooi van buiten, maar de gordijnen hangen ernaast en de kaars staat er alleen.

Bij gordijnen en vitrage is de vuistregel dat er minstens 30 cm ruimte tussen de vlam en de stof blijft, in alle richtingen, ook als het raam openstaat en de stof gaat bewegen. Kom je op die plek niet aan die 30 cm, dan is de keuze gemaakt.

In een kinderkamer en op een nachtkastje kan een ledkaars wat een kaars niet kan: aanblijven zonder dat er iemand op let. Een bolvormige ledkaars van 12 bij 13 cm in taupe geeft op een nachtkastje net genoeg gloed om de kamer niet zwart te laten worden, en hij blijft koud.

Een huishouden met een kat of een hond dat springt en tegen dingen aan loopt, hoort in hetzelfde rijtje. Een omgevallen windlicht met een brandende kaars is een ander soort ongeluk dan een omgevallen windlicht met een ledkaars erin.

Een open boekenkast is de laatste plek uit dit rijtje. Papier, gedroogde takken en zijdebloemen staan daar vaak binnen een handbreedte van waar je de kaars zou zetten, en een plank boven een kaars vangt de hitte op een vlak van tien centimeter breed. Op die plek is een lichtpunt zonder vlam de enige verstandige oplossing.

En dan buiten. Een kaars op tafel op het terras houdt het op een windstille avond een uurtje vol en gaat verder continu uit. Achter glas werkt het wel, maar controleer bij een ledkaars altijd of het model buiten mag: veel sfeerkaarsen zijn nadrukkelijk voor binnen bedoeld.

Het hoge windlicht is het sterkste argument

Sommige windlichten zijn zo gebouwd dat een echte kaars er onhandig in staat, en dat heeft niets met veiligheid te maken maar met bereikbaarheid.

Neem een vloermodel als het windlicht Reese van 80 cm hoog, met een cilinder van rookglas op een frame van mangohout. Om daar een kaars in aan te steken heb je een lange aansteker nodig, en om hem te doven moet je met je hand tot onder in de cilinder. Dat gaat de eerste twee keer goed en daarna staat het windlicht een half jaar leeg.

Het tweede probleem van een diepe, smalle cilinder is de luchttoevoer. Een vlam onder in een hoge koker krijgt minder zuurstof, gaat walmen en zet het glas van binnen zwart. Dat roet krijg je er alleen met een sopje en geduld weer uit, samen met de was die tegen de wand is aangeslagen. Hoe je dat aanpakt zonder het glas te beschadigen, staat in de aanpak voor kaarsvet in een windlicht.

In alles wat hoger is dan een centimeter of veertig, of nauwer is dan de breedte van je hand, is een ledkaars daarom simpelweg de bruikbaardere optie. In lagere modellen ligt dat weer anders: een windlicht van 21 tot 28 cm met een wijde opening steek je zonder moeite aan, en daar heeft de echte vlam alle ruimte. De hele reeks staat bij de kandelaars en windlichten.

Let bij de maat op de verhouding. Een kaars die precies zo breed is als de opening van het glas, past er niet meer in als hij een keer scheef staat. Houd aan iedere kant ongeveer 2 cm ruimte aan; een bol van 12 cm doorsnee vraagt dus een cilinder van rond de 16 cm.

Knopjes, batterijen en waar je ze bedient

Een ledkaars die je moet omkeren om hem aan te zetten, gaat na een week niet meer aan. Dat klinkt flauw, maar het is de reden waarom de meeste ledkaarsen ongebruikt in een kast belanden.

Kijk daarom naar de bediening voordat je naar de vlamimitatie kijkt. Een afstandsbediening voor ledkaarsen werkt op ongeveer 1 meter afstand en draait op een CR2025-knoopcel; met een apparaatje van 4 bij 8,5 cm zet je een hele groep kaarsen tegelijk aan zonder dat je aan iedere kaars afzonderlijk hoeft te komen. Dat is vooral prettig bij kaarsen die achter glas staan of hoog op een kast.

Een deel van de ledkaarsen op de markt heeft daarnaast een ingebouwde timer die de kaars elke dag op hetzelfde tijdstip laat aangaan en na een vast aantal uren weer uitzet. Handig in een hal, een vensterbank of een vitrinekast, waar je anders elke dag opnieuw langs moet.

Reken op batterijen als vast onderdeel van het onderhoud. Bij een groep van vijf of zes kaarsen betekent dat een laatje met batterijen in plaats van een laatje met lucifers, en het scheelt tijd als je bij aankoop meteen controleert welk type er in gaat. Zet nieuwe kaarsen bij aankoop allemaal tegelijk aan, zodat ze ook tegelijk leeg raken en je niet elke week één zwakke kaars tussen de rest hebt staan.

Voor het beeld maakt de kleur van het licht meer uit dan het merk. Een warm, geel licht komt in de buurt van een vlam; een ledkaars die wit of blauwig licht geeft, valt in een warm interieur meteen door de mand.

Waar de echte vlam onvervangbaar blijft

Aan tafel wint de kaars, en dat blijft zo. Een gedekte tafel met twee dinerkaarsen heeft iets wat geen enkele ledvariant nadoet: het licht valt op de glazen, de vlam beweegt als er iemand langsloopt, en de kaars wordt korter naarmate de avond vordert.

Een stenen kaarshouder van 18 bij 12,5 cm voor twee kaarsen is laag genoeg om overheen te kijken, wat op een eettafel de enige maat is die telt. Voor een groep op de salontafel geldt hetzelfde principe: hoeveel kaarslicht een woonkamer aankan en waar je het neerzet, staat uitgewerkt in het overzicht over kaarslicht in de woonkamer.

Op tafel telt vooral de hoogte. Een vlam die tussen 30 en 45 cm boven het blad zweeft, zit precies op ooghoogte van iedereen die zit, en dan kijk je de hele maaltijd in het licht in plaats van ernaar. Blijf dus onder de 25 cm met houder en kaars samen, of ga juist boven de 60 cm uit met een kandelaar waar je onderdoor kijkt.

Ook de geur telt mee. Bijenwas en sojawas ruiken licht naar zichzelf, en dat hoort bij het effect. Een ledkaars ruikt naar niets, en op een tafel valt dat op.

De praktische middenweg die in de meeste huizen ontstaat: echte kaarsen op de twee of drie plekken waar je 's avonds zit en ze bewust aansteekt, ledkaarsen op alle plekken die je alleen passeert. Zet ze dan wel niet naast elkaar op hetzelfde blad, want in elkaars gezelschap valt het verschil in flikkering onmiddellijk op. Meer sfeerkaarsen en houders staan bij de woonaccessoires.

Bekijk alle kandelaars en windlichten

Bekijk de collectie

Veelgestelde vragen

Geeft een ledkaars genoeg licht om een kamer te verlichten?+

Nee. Een ledkaars is sfeerlicht, net als een echte kaars: hij markeert een plek en geeft gloed, maar je leest er niet bij. Voor bruikbaar licht in een kamer heb je lampen op meerdere hoogtes nodig; de ledkaars komt daar bovenop.

Mag een ledkaars buiten staan?+

Alleen als het model daar uitdrukkelijk voor gemaakt is. Veel sfeerkaarsen zijn bedoeld voor gebruik binnenshuis en zijn niet bestand tegen regen of vocht. Controleer dat in de productomschrijving voordat je er een op het terras zet.

Welke maat ledkaars past in een windlicht?+

Houd rondom ongeveer 2 cm ruimte tussen de kaars en het glas aan. Een bolvormige ledkaars van 12 cm doorsnee vraagt dus een cilinder van rond de 16 cm. Zit de kaars strakker, dan krijg je hem er niet meer uit zodra hij scheef staat.

Meer stylinginspiratie