Koud maakt het los
Zet het windlicht een half uur in de vriezer. Kaarsvet krimpt bij kou sterker dan glas, waardoor de laag vanzelf loslaat; een bodemrestje klikt er daarna vaak in zijn geheel uit met lichte druk van een duim of een houten lepel. Lukt het nog niet, geef het dan een kwartier extra.
Dit is de methode voor dikke resten en complete bodemlagen. Past het niet in de vriezer, zoals bij het windlicht Crane van 24 cm doorsnee en 40 cm hoog, leg er dan een zak ijsblokjes in en wacht een half uur: hetzelfde effect, zonder gesjouw met de diepvries.
Warm veegt het weg
Voor spetters en dunne vegen werkt warmte sneller. Een föhn op de laagste stand maakt het vet in een halve minuut zacht, waarna je het wegveegt met keukenpapier. Wrijf daarna na met een druppel afwasmiddel op een vochtige doek, anders blijft er een matte waas op het glas staan.
Giet nooit kokend water in een koud glas, want die temperatuurschok kan het laten springen. Lauwwarm water mag wel, als het glas eerst op kamertemperatuur is.
Heeft het windlicht een houten voet, zoals het windlicht Sloane van 28 cm met een voet van mangohout, houd water dan bij het hout vandaan en werk alleen met föhn en keukenpapier.
Voorkomen scheelt poetsen
De roetrand bovenin komt bijna altijd van een te lange lont. Kort de lont voor het aansteken tot ongeveer een centimeter en het glas blijft vrijwel schoon.
Kies daarnaast een kaars die bij de maat van de houder past, met rondom twee tot drie centimeter lucht tussen vlam en glas, dan blijven spetters uit. En brand een kaars niet tot de laatste centimeter op; juist dat restje zorgt voor de hardnekkigste bodemlaag.
Hoeveel kaarsen een woonkamer aankan en op welke hoogtes ze horen, staat in het stuk over kaarslicht in de woonkamer. Wie aan vervanging of uitbreiding toe is, vindt de collectie bij de kandelaars en windlichten.



