Ga naar hoofdinhoud

Zomervakantie: bestellingen geplaatst van 15 t/m 29 augustus verzenden we vanaf 31 augustus · showroom vanaf 27 augustus op afspraak, vanaf 28 september weer normaal geopend

Eigen bezorgservice · Veilig betalen · 5.0/5 reviews
Interiori by Noenoes DecoratiesInteriori by Noenoes Decoraties naar de homepage

Stylinggids

Kast of vitrinekast in de woonkamer: 40 cm diep, half gevuld

Een kast is meestal het grootste ding dat nog aan een woonkamer wordt toegevoegd nadat de bank er staat. Hij bepaalt hoe hoog de kamer aanvoelt, hoeveel loopruimte er overblijft en hoeveel van je spullen zichtbaar zijn. De belangrijkste keuzes vallen al voordat je naar het model kijkt: de hoogte volgt je plafond, de diepte volgt wat erin moet, en de verdeling tussen open en gesloten vakken bepaalt of het meubel rust geeft of juist wegneemt.

NNoenoes team6 min leestijd
Donkerbruine open wandkast met drie schappen, sober ingericht met een boek, een wit koraalobject en een gouden doos, met gesloten deuren onderin en een vloerlamp ernaast

Reken vanaf het plafond, niet vanaf de wandbreedte

Bij een plafond van 260 cm, de hoogte van de meeste woningen van na 1990, werkt een kast van 180 tot 220 cm. Wat je overhoudt boven de bovenste plank bepaalt hoe het meubel leest, en dat verschil is groter dan mensen verwachten.

De vitrinekast Sierra van 100 bij 40 bij 180 cm laat onder zo'n plafond 80 cm lucht. De kast blijft onmiskenbaar een meubel: je kijkt eroverheen, de wand loopt door, de kamer houdt zijn hoogte. Bij de zwarte metalen vitrinekast van 200 cm met 5 planken zakt die marge naar 60 cm en begint de kast de wand te claimen. Bij de wandkast Carter van 220 cm hoog blijft er 40 cm over, en dat is een bewuste andere keuze: dit meubel hoort bij de wand in plaats van dat het ervoor staat.

Onder de 30 cm vrije ruimte kantelt het. Dan leest de kast als een halve inbouwwand en trekt hij het plafond visueel mee omlaag. In een oudbouwkamer met 290 cm plafond kun je dus zonder bezwaar 220 cm nemen; in een appartement met 240 cm is 180 cm je bovengrens en niet je startpunt.

Meet eerst je plafond op. De wandbreedte komt daarna.

35 tot 45 cm diep is genoeg voor alles wat je erin zet

Kijk eens naar wat er werkelijk in een woonkamerkast staat. Een roman is ongeveer 13 cm diep, een gebonden boek 15 tot 17 cm, een koffietafelboek van 30 bij 24,5 cm past liggend of staand allebei binnen 25 cm. Een opbergdoos van 22 bij 22 cm en een schaal van rond de 30 cm doorsnee blijven daar ook onder.

Daarom werkt 35 tot 45 cm zo goed. De genoemde zwarte vitrinekast is 38 cm diep, de wandkast Sheridon met 6 rookglazen planken 40 cm. In beide gevallen staat alles wat je erin zet met de voorkant in het zicht en houd je een paar centimeter speling achter.

Dieper dan 45 cm levert zelden iets op. De achterste 10 cm blijft leeg of raakt gevuld met dingen die je niet meer terugvindt, en ondertussen steekt het meubel verder de kamer in. Reken dat mee: voor een looppad langs de kast heb je 80 cm nodig, dus een kast van 50 cm diep kost je in totaal 130 cm van je kamerdiepte. In een woonkamer van 350 cm breed is dat merkbaar.

De uitzondering is de kast die opbergruimte moet leveren en niet alleen displayruimte. Voor ordners, spelletjesdozen en apparatuur is 50 cm terecht. Maar kies dat dan bewust, en niet omdat de kast toevallig zo diep was.

Open vakken boven, gesloten vakken onder de 90 cm

Staand kijk je op ongeveer 150 tot 165 cm; zittend op een bank op zo'n 110 cm. Alles boven die lijn zie je frontaal, alles ver eronder kijk je schuin in. Dat is de reden dat de meeste goed werkende kasten open zijn in het midden en bovenin, en dicht onderin.

De opbergkast Rivertree van 210 cm met 4 open vakken en 2 deuren onderaan is precies zo opgebouwd. De Carter doet hetzelfde met 4 open schappen boven een onderkast met 2 lades. Wat onder de 90 cm zit verdwijnt achter hout, wat erboven zit mag gezien worden.

Boeken en objecten open, papier en snoeren dicht

De verdeling is minder ingewikkeld dan hij lijkt. Achter een deur of in een lade horen papieren, kabels, opladers, batterijen, medicijnen en alles wat een merknaam of een felle kleur op de verpakking heeft. Op een open plank horen boeken, één sculpturaal object per vak, een doos die zelf mooi is en soms een lamp.

Boeken zijn hierin het meest onderschat. Een stapel van drie liggende koffietafelboeken haalt ongeveer 8 cm en vormt meteen een sokkel voor iets kleins erbovenop. Staande boeken vragen om een begrenzing: de marmeren boekensteunen van 15 cm hoog en 11,8 cm diep passen ruim op een plank van 38 of 40 cm en houden een rij van tien boeken rechtop zonder dat je het vak volzet.

Hoe je die combinatie van open en gesloten opberging door de rest van de kamer doortrekt, staat uitgewerkt in het stuk over opbergen in het zicht.

Een volle open kast oogt onrustiger dan een dichte kast

Dit is het punt waar de meeste kasten stuklopen, en het is contra-intuïtief: een dichte kast met rommel erin oogt rustiger dan een open kast met mooie spullen erin.

Een gesloten deur is één vlak, één kleur, één houtnerf. Je oog registreert het in één keer en gaat verder. Een open plank met twaalf voorwerpen is twaalf silhouetten, twaalf randen en meestal zes of zeven kleuren. Je oog moet elk voorwerp apart afhandelen. Dat kost aandacht, en die aandacht voelt als onrust, ongeacht hoe mooi de losse stukken zijn.

Twee getallen brengen dat terug. Houd per plank 40 tot 50 procent van de plankbreedte leeg, en laat het hoogste object niet boven twee derde van de vakhoogte uitkomen. De Sheridon verdeelt 200 cm over 6 planken, dus zo'n 33 cm per vak; het hoogste object daarin blijft dan onder de 22 cm. Groepeer wat overblijft in twee of hoogstens drie clusters per plank, met echte leegte ertussen. Losse voorwerpen die gelijkmatig over de plank verdeeld staan zijn de meest onrustige indeling die er bestaat.

Wat ook helpt: zet niet in elk vak evenveel. Eén leeg vak in een kast van zes maakt de andere vijf rustiger.

Wanneer vol juist klopt

De regel gaat niet altijd op, en het is nuttig te weten waar hij afvalt.

Een echte boekenkast, van boven tot onder gevuld met boeken op de rug, oogt niet onrustig maar juist rustig. Dat komt doordat honderd boekruggen samen één patroon vormen: gelijke hoogte, gelijke diepte, gelijk ritme. De onrust komt nooit van het aantal voorwerpen, maar van het aantal verschillende voorwerpen. Vijf willekeurige objecten op een lege plank kunnen drukker ogen dan honderd boeken.

Hetzelfde geldt voor een verzameling die er echt een is. Twintig glazen objecten in dezelfde tint lezen als één geheel; twintig ongelijksoortige souvenirs lezen als twintig dingen. Wil je verzamelen en tonen, groepeer dan op materiaal of kleur en niet op herkomst.

Waar het altijd misgaat, is de tussenvorm: een kast die voor ongeveer een derde uit boeken bestaat en voor twee derde uit losse spullen. Geen patroon, geen leegte, alleen variatie. Kies dan een kant. Ruim de objecten grotendeels weg en maak er een boekenkast van, of haal de boeken eruit en werk met veel minder stuks op meer lucht. Het principe achter dat laatste, hoogte maken met minder objecten, staat in het artikel over decoratie op een verhoging.

Twijfel je nog tussen open en gesloten, kijk dan hoe de rest van je kamer erbij staat. Is er al veel te zien, dan is de dichte variant de rustigere keuze. Is de kamer eerder kaal, dan mag de kast het werk doen. Het volledige aanbod kasten en vitrinekasten laat die twee uitersten goed naast elkaar zien, en de indeling van het blad eronder werkt vervolgens net als bij een dressoir in drie zones.

Meer stylinginspiratie