Ga naar hoofdinhoud

Zomervakantie: bestellingen geplaatst van 15 t/m 29 augustus verzenden we vanaf 31 augustus · showroom vanaf 27 augustus op afspraak, vanaf 28 september weer normaal geopend

Eigen bezorgservice · Veilig betalen · 5.0/5 reviews
Interiori by Noenoes DecoratiesInteriori by Noenoes Decoraties naar de homepage

Stylinggids

Eén vloer door het hele huis of per kamer een andere

Bij een nieuwe vloer valt de keuze vroeg of laat samen tot één vraag: leg je overal hetzelfde, of krijgt elke kamer zijn eigen materiaal? Het is geen smaakkwestie alleen. Een doorlopende vloer verandert hoe groot een huis aanvoelt, en een wissel per ruimte geeft je materiaal dat bij die ruimte past. Hieronder wat allebei precies opleveren, waar een overgang wel logisch is, en waar je op moet letten zodra de vloeren verschillend dik zijn.

NNoenoes team6 min leestijd
Eetkamer met een zwarte ovale eettafel, stoelen met grafische stof en een zwarte open kast, op een lichte vloer met marmertekening

Eén vloer overal, of per kamer een andere

De keuze komt neer op twee effecten die elkaar uitsluiten. Eén doorlopende vloer maakt een huis optisch groter; per kamer een andere vloer geeft elke ruimte een eigen karakter.

Het eerste effect is meetbaarder dan het klinkt. Je oog leest een aaneengesloten vlak als één ruimte en stopt bij elke onderbreking. Loopt dezelfde vloer van de hal via de woonkamer tot in de keuken, dan telt je brein die drie oppervlakken bij elkaar op. Legt elke ruimte een ander materiaal, dan zie je drie kamers van 12, 30 en 10 m², en dat voelt kleiner dan 52 m² aan één stuk, ook al is de vierkante meterprijs dezelfde.

Die winst is het grootst waar de doorgangen smal zijn. Een standaard binnendeur is 83 cm breed, dus bij een vloerwissel in de deuropening kijk je door een gat van 83 cm naar een ander materiaal. Loopt de vloer wel door, dan wordt diezelfde opening een verlengstuk van de kamer waar je staat. In rijtjeshuizen met een hal van rond de 110 cm breed scheelt dat verrassend veel, en het is dezelfde logica als achter zichtlijnen vanaf de deur.

Daar staat wat tegenover. Per kamer kiezen betekent dat je per kamer het juiste materiaal kunt nemen: iets warms en zachts in de slaapkamer, iets hards en waterbestendigs in de badkamer, iets dat tegen zand kan in de bijkeuken. Het betekent ook dat schade beperkt blijft tot één ruimte. Een gietvloer die scheurt is een probleem voor het hele vlak; een tegelvloer in de bijkeuken herstel je met vier tegels.

En het spreidt de kosten. Eén vloer door het hele huis leggen is een project van weken, per kamer werken kan over jaren. Wel is de prijs per vierkante meter bij één grote bestelling meestal lager, en je houdt aan het eind een paar dozen over voor reparaties, wat na vijf jaar goud waard is omdat dezelfde partij dan niet meer leverbaar is.

De middenweg die in de praktijk het vaakst wordt gekozen: één vloer op de hele begane grond, iets anders op de trap en boven. Dat volgt de manier waarop je door een huis beweegt, want beneden loop je van ruimte naar ruimte en boven ga je een kamer in en weer uit.

Waar een overgang wel logisch is

Er zijn ruimtes waar doorlopen eerder een probleem dan een winst is, en die hebben bijna allemaal met water, geluid of vuil te maken.

De badkamer is de duidelijkste. Een houten of laminaatvloer die daar doorloopt staat bij elke douchebeurt in de damp, en de naden zijn het eerste wat opzet. Tegels, gietvloer of een watervaste PVC-vloer zijn hier de logische keuze, en de overgang komt dan onder de gesloten deur te liggen.

Het toilet en de bijkeuken volgen dezelfde redenering: water, schoonmaakmiddelen en modder van buiten vragen om een materiaal dat je met een natte dweil te lijf kunt zonder erover na te denken.

Boven speelt geluid mee. Een harde vloer op een houten verdiepingsvloer klinkt door in de kamer eronder, vooral in woningen met een houten balklaag. Tapijt of een zachte vloerbedekking in slaapkamers dempt dat, en dat is precies de reden dat veel huizen beneden hout hebben en boven iets zachts. Hoe geluid zich verder door een kamer beweegt staat in een kamer die galmt.

Voor de trap geldt iets praktisch. Een trap in hetzelfde materiaal als de vloer beneden oogt rustig, maar traptreden slijten sneller dan een vlakke vloer en zijn lastiger te vervangen. Veel mensen kiezen daarom bewust voor een andere afwerking op de trap zelf.

Waar je de overgang legt is belangrijker dan of je hem legt. De regel die altijd opgaat: leg de naad recht onder het deurblad, dus in het midden van het kozijn, zodat je bij een gesloten deur vanuit geen van beide kamers een strook van het andere materiaal ziet. Een overgang die 10 cm de kamer in ligt, valt bij elke stap op.

Hoogteverschil, drempels en wat er onder de deur past

Vloeren verschillen sterk in opbouwhoogte, en dat is de reden dat het wisselen van materiaal bijna altijd een hoogteverschil oplevert.

Grofweg: een gietvloer bouwt 2 tot 3 mm op, een PVC-kliksysteem 5 tot 6 mm, laminaat 8 mm plus 2 tot 3 mm ondervloer, een keramische tegel 8 tot 12 mm plus een lijmlaag, en een houten plankenvloer 14 tot 21 mm. Tussen een gietvloer en een dikke plankenvloer zit dus zomaar 2 cm.

Dat verschil los je op drie manieren op. Egaliseren onder de dunste vloer, zodat beide op dezelfde hoogte uitkomen. Een overgangsprofiel in metaal of hout, dat het verschil overbrugt maar wel zichtbaar blijft. Of een echte drempel, wat in een badkamerdeur vaak sowieso wenselijk is tegen lekwater.

Meet daarnaast de deuren. Een standaard binnendeur is 201,5 cm hoog en hangt met ongeveer 1 cm speling boven de vloer. Leg je een vloer die 2 cm hoger uitkomt, dan schuurt elke deur, en moeten ze allemaal afgekort worden. Kom je met een dik vloerkleed in de doorloop, dan geldt hetzelfde: reken op minstens 1,5 cm vrije ruimte onder het deurblad.

Twee dingen die vaak worden vergeten:

  • Dilatatie. Houten en laminaatvloeren werken met vocht en temperatuur mee. Rondom houd je 10 tot 15 mm vrij van de muur, en die naad verdwijnt onder de plint. Dat is meteen een reden om plint en vloer in één plan te bekijken; wat een plint verder doet staat in plint en lijstwerk.
  • Vloerverwarming. Niet elke vloerafwerking mag daarboven. Leveranciers werken met de warmteweerstand van de vloer, en boven ongeveer 0,15 m²K/W komt de warmte er te traag doorheen. Dikke houten planken en een hoogpolig kleed vallen daar sneller buiten dan tegels.

Meten voordat je bestelt is bij vloeren nog belangrijker dan bij meubels, omdat je fouten niet kunt terugsturen zodra er gezaagd is. De volgorde staat in meten voor je bestelt.

Wat één doorlopende vloer daarna van de inrichting vraagt

Kies je voor één vloer overal, dan verlies je het gereedschap waarmee de vloer zelf ruimtes afbakende. Dat werk verhuist naar drie andere dingen: kleden, licht en de plaatsing van meubels.

Kleden doen het meeste. Op een doorlopende vloer markeert een kleed waar een zithoek begint en eindigt, en de maat bepaalt of dat overtuigt. Een vloerkleed La Gomera van 300 bij 400 cm met een poolhoogte van 1,5 cm is groot genoeg om een bank plus twee fauteuils met de voorpoten erop te zetten, wat de hele groep tot één eiland maakt. Te klein gekozen en het kleed drijft midden in de kamer; welke maat bij welke opstelling hoort staat in vloerkleed maat kiezen.

Licht is het tweede. Eén plafondlamp in het midden van een doorlopende ruimte maakt er weer één grote hal van. Zet in plaats daarvan een lichtpunt per zone, laag genoeg om een cirkel te maken: een vloerlamp Lorén van 166 cm hoog met een kap van 50 cm doorsnede verlicht ongeveer de zithoek eronder en laat de rest donkerder, waardoor je zonder wanden toch twee kamers ziet. Andere hoogtes en kapmaten vind je bij de vloerlampen.

Het derde is meubelplaatsing. Op een vloer zonder naden mogen meubels los van de muur staan, en juist dat bepaalt waar de ene zone ophoudt. Een set van twee salontafels van elk 90 bij 90 bij 38 cm vult het midden van een zithoek zonder een wand nodig te hebben, en de open ruimte eromheen doet de rest. In een open woonruimte is dat de manier waarop je zones maakt zonder iets te bouwen.

Nog een detail dat pas opvalt als de vloer ligt: de legrichting. Planken die in de lengterichting van de langste wand lopen, rekken de ruimte in die richting op. In een lange, smalle kamer werkt dat versterkend, dus daar kies je juist voor de andere richting, of voor een visgraatpatroon dat geen richting kiest.

Bekijk de vloerkleden

Bekijk de collectie

Meer stylinginspiratie