De plint valt pas op als hij te laag is
Zet twee foto's van dezelfde kamer naast elkaar, één met een plint van 7 cm en één met een plint van 15 cm, en bijna iedereen wijst de tweede aan als de mooiste kamer. Waarom precies is lastiger te zeggen. De muur is even hoog, de vloer is dezelfde, er staat niets anders.
Wat er gebeurt is dat de wand een voet krijgt. Een hoge plint leest als iets waar de muur op rust, en dat maakt de overgang naar de vloer tot een bewuste lijn in plaats van een naad.
Er is een verhouding die daarbij helpt. Bij een plafond van 260 cm, de gangbare hoogte in naoorlogse woningen, werkt een plint van 10 tot 12 cm. Zit je op 280 tot 300 cm, dan kan hij naar 15 cm. In een jaren-dertig woning met 320 cm plafond zijn plinten van 18 tot 20 cm gewoon, en juist daar oogt de standaard nieuwbouwplint van 7 cm alsof hij vergeten is.
De diepte telt ook mee. Een plint van 15 cm hoog en 2 cm dik heeft een schaduwlijn; dezelfde hoogte in 9 mm MDF blijft plat op de muur plakken.
Wit, muurkleur of vloerkleur
Er zijn drie richtingen, en ze doen alle drie iets anders met de kamer.
Wit is de bekendste. De plint wordt een lichte band onderaan de wand die de kamer omlijst, wat prettig werkt bij gekleurde muren en bij een klassiek interieur. Nadeel: bij een lage kamer knipt die band de wand af en oogt het plafond lager.
Plint in de muurkleur laat de wand doorlopen tot op de vloer. De kamer leest dan als één hoog vlak, en dat is de reden dat stylisten het bij lage plafonds bijna altijd adviseren. Schilder de plint dan wel in een andere glansgraad dan de muur: matte muurverf en zijdeglans op het houtwerk, in exact dezelfde kleur, geeft een verschil dat je alleen ziet als het licht erop valt. Wat glansgraden verder met een oppervlak doen staat in het stuk over mat, zijdeglans en hoogglans.
De derde optie is de plint in de toon van de vloer. Dat werkt bij donkere houten vloeren en trekt de vloer als het ware een paar centimeter de wand op, waardoor de vloer breder oogt en de kamer lager.
Deurlijsten zijn de tweede lijn in de kamer
Plinten en deurlijsten horen bij elkaar, want ze komen in de hoek bij elke deuropening samen. De gebruikelijke verhouding is een deurlijst die iets smaller is dan de plint hoog is: 6 tot 9 cm lijst bij een plint van 10 tot 15 cm. Andersom, een lijst die breder is dan de plint, oogt altijd verkeerd om.
Een standaard binnendeur is 201,5 cm hoog. In nieuwbouw en bij verbouwingen komen doorlopende deuren van 231 cm steeds vaker voor, en die vragen om een smallere lijst, anders wordt het kozijn zelf het grootste vlak op de wand.
Kozijnen en lijsten in de muurkleur laten een deur verdwijnen, wat prettig is in een kamer met vier deuren op een rij. Wit houtwerk doet het omgekeerde en maakt elke opening zichtbaar.
Dezelfde logica geldt voor wat je aan de wand hangt. De spiegel Loan van 80 bij 120 cm met een brede messing lijst doet aan een stuk wand precies wat een deurlijst aan een opening doet: hij markeert de rand en maakt het vlak erbinnen belangrijk. Hangt zo'n spiegel in een kamer met dun, wit lijstwerk, dan wint de spiegel en verdwijnt het houtwerk helemaal.
Lijstwerk aan de wand en tegen het plafond
Wandpanelen, of lambrisering, zijn geen historische verplichting. De standaardhoogte ligt rond een derde van de wand: bij een plafond van 260 cm komt de bovenrand op ongeveer 85 tot 90 cm. Dat is min of meer de hoogte van een stoelrug, en daar komt de oorspronkelijke functie ook vandaan.
Loopt het paneelwerk hoger, tot 120 cm of meer, dan drukt het de kamer omlaag. In een hal of eetkamer met een hoog plafond mag dat, in een woonkamer van 250 cm zelden.
Een kroonlijst tegen het plafond werkt de andere kant op: het oog volgt de lijst omhoog en de bovenrand van de kamer krijgt aandacht. Onder een plafondhoogte van 250 cm is een zware kroonlijst van 10 cm echter contraproductief, omdat hij de vrije wandhoogte letterlijk verkleint. Andere manieren om die hoogte te winnen staan in lage plafonds optisch verhogen.
Verlichting hoort bij die indeling. Hang je wandlampen op een gepaneelde wand, plaats ze dan in het midden van een paneelveld en niet half over een lijst heen. De wandlamp Collin van 44 cm hoog en 21 cm diep is dimbaar van 200 tot 780 lumen, en juist dat lage bereik laat de schaduwlijnen van het lijstwerk uitkomen; op vol vermogen vlakt het reliëf af. Voor wat er verder op zo'n wand kan hangen is de wanddecoratie een goed startpunt.
Wat er tegen de plint aan komt te staan
Elke plint kost ruimte. Een meubel met een gesloten onderkant, zoals een dressoir of een kast, staat door een plint van 2 cm dik ook 2 cm van de wand af, en bij een hoge plint zie je die spleet meteen. Meubels op poten hebben daar geen last van: de console Blake van 120 cm breed en 81 cm hoog staat op een rond onderstel, zodat de plint gewoon onder het blad doorloopt.
Nog drie dingen die op de plint stuklopen:
- Vloerkleden. Laat rondom 2 tot 5 cm vrij tussen het kleed en de plint. Een kleed dat tegen de plint aan ligt, oogt te groot geknipt en krult daar als eerste op.
- Stopcontacten. Die zitten meestal op 30 cm en dus net boven de plint. Bij een plint van 20 cm wordt die afstand krap, dus bespreek de hoogte voordat de plinten erop gaan.
- Stof. De bovenrand van een hoge plint is een horizontaal vlak van 1 tot 2 cm breed dat stof vangt. Bij afneembare plinten in zijdeglans veeg je dat er in één keer af; matte muurverf op diezelfde rand houdt het vast.
In een huurhuis of een woning waar de plint niet vervangen mag worden, is er nog een tussenoplossing: een tweede, hogere plint over de bestaande heen, in dezelfde kleur als de muur geschilderd. Je wint dan de hoogte zonder de vloer los te halen, wat bij een gelegde laminaat- of parketvloer het duurste deel van de klus is.
Bekijk de spiegels
Bekijk de collectie





