Meet de zithoek, niet de kamer
De kamer bepaalt de bovengrens, de zithoek bepaalt de maat.
Zet de meubels waar ze horen te staan en meet dan het rechthoekje dat ze samen beslaan, van de buitenrand van de bank tot de buitenrand van de fauteuil aan de overkant. Dat is je vertrekpunt. Het kleed wordt daar iets kleiner of iets groter dan, afhankelijk van welke van de drie legmethodes hieronder je kiest.
Wat je níet doet is de kamer opmeten en er 50 cm vanaf halen. Dan krijg je een kleed dat past bij de vloer en niet bij de mensen die erop zitten, en dat is precies het kleed dat te klein aanvoelt terwijl het op papier groot is.
De drie manieren om een kleed te leggen
| Methode | Wat er op het kleed staat | Wanneer |
|---|---|---|
| Alle poten erop | Bank, fauteuils en salontafel volledig | Ruime kamer, geeft het rustigste beeld |
| Voorpoten erop | Voorpoten van bank en fauteuils, salontafel volledig | De standaard, werkt in vrijwel elke woonkamer |
| Zwevend | Alleen de salontafel | Alleen bij een kleine kamer of een zithoek langs een wand |
De middelste is de veilige keuze en ook de goedkoopste, want je hebt minder vierkante meters nodig dan bij de eerste.
De derde is geen echte methode maar een noodoplossing. Een kleed waar alleen de salontafel op staat maakt van je zithoek een eiland en van je kleed een placemat. Als je daarop uitkomt, is het bijna altijd beter om helemaal geen kleed te leggen dan een te kleine.
Concrete maten per zithoek
Voor een tweezitsbank van rond de 180 cm met één fauteuil: 200 bij 300 cm. Dat is de maat waar de meeste Nederlandse woonkamers op uitkomen, en bijvoorbeeld het vloerkleed Arles in beige zit precies in die maat.
Voor een driezits van 220 tot 250 cm met twee fauteuils: nog steeds 200 bij 300 als je de voorpoten-methode aanhoudt, maar 300 bij 400 als je alles op het kleed wilt.
Voor een ruime hoekbank is 300 bij 400 het minimum. Een hoekbank als de Pandora met 260 cm breedte en 320 cm diepte beslaat in zijn eentje al bijna een kleed van 300 bij 400, dus daar reken je vanaf de buitenrand van de chaise longue.
Houd aan alle kanten minstens 20 cm kleed vrij naast de bank. Zit je daaronder, dan lijkt het kleed onder het meubel weggeschoven in plaats van eronder gelegd.
Rond en ovaal volgen een andere regel
Bij een rond kleed telt de diameter en niet de oppervlakte, en dat maakt ze in de praktijk kleiner dan ze lijken.
Een rond kleed van 260 cm draagt een salontafel plus de voorpoten van een tweezitsbank, en meer niet. Voor een driezits is rond bijna nooit de juiste vorm, tenzij je een aparte leeshoek maakt met één fauteuil.
Rond werkt het best waar de opstelling zelf rond is: een ronde salontafel, een zithoek zonder rechte lijnen, of een hal waar het kleed op zichzelf staat. Bij een ronde salontafel van 110 cm doorsnee versterkt een rond kleed die vorm in plaats van ermee te concurreren.
Ovaal is de tussenvorm en wordt onderschat. Een ovaal kleed van 220 bij 320 cm geeft je de lengte van een rechthoek zonder de harde hoeken, wat prettig is in een kamer waar je langs het kleed loopt.
Onder de eettafel geldt een andere som
Hier is de regel niet de zithoek maar de stoel.
Het kleed moet aan alle kanten minstens 60 cm buiten het tafelblad uitsteken, want dat is de ruimte die een stoel nodig heeft om naar achteren te schuiven terwijl iemand opstaat. Blijft een achterpoot op de rand haken, dan is het kleed elke maaltijd een ergernis en slijt het bovendien op één plek.
Voor een eettafel van 180 bij 90 cm kom je daarmee op minimaal 300 bij 210, dus in de praktijk 300 bij 400. Voor een tafel van 220 cm zit je al richting 340 bij 240.
Dat is de reden dat veel mensen onder de eettafel helemaal geen kleed leggen. Als de maat niet haalbaar is, is dat een verdedigbare keuze.
Materiaal en poolhoogte
Viscose voelt zacht en heeft een lichte glans die het kleed duurder laat ogen dan wol van dezelfde prijs. De Velay in coffee met visgraatpatroon laat goed zien wat die glans doet: het patroon verandert met de kijkrichting.
Let wel op de gebruikssituatie. Viscose is gevoeliger voor vocht dan wol of polyester, dus onder een eettafel waar gemorst wordt is polyester praktischer. De Freya in brown pebble van 230 bij 350 is daar met polyester een makkelijkere keuze.
Poolhoogte van 1 cm is de meest bruikbare middenweg: hoog genoeg om zacht aan te voelen, laag genoeg dat een deur er nog overheen kan en een stoel er niet in wegzakt.
Als het kleed toch te klein blijkt
Dat overkomt vrijwel iedereen een keer, en er zijn twee eerlijke oplossingen.
De eerste is de meubels naar het kleed toe verplaatsen in plaats van andersom. Trek de bank tien centimeter naar voren zodat de voorpoten erop komen. Vaak is dat genoeg en kost het niets.
De tweede is een groot, neutraal kleed eronder leggen, bijvoorbeeld sisal of jute, en het te kleine kleed daarbovenop als accent. Dat werkt echt, maar alleen als de twee duidelijk verschillen in kleur en textuur. Doen ze dat niet, dan ziet het eruit als een fout die je probeert te verbergen.
Wat níet werkt is het kleed scheef leggen om het groter te laten lijken. Dat leest altijd als een noodgreep, ook bij mensen die niet kunnen benoemen waarom.






