De vijf maten die je nodig hebt
Voor bijna elk meubel zijn dit de getallen waarmee je de bestelling wint of verliest:
- De vrije wandmaat op de plek zelf, van hoek tot hoek of van deurlijst tot kozijn.
- De vrije vloerruimte ervoor, in de richting waarin je erlangs loopt.
- De smalste doorgang op de route naar binnen: voordeur, trapgat, bocht in de gang.
- De hoogte: van de vloer tot het plafond, en van de vloer tot wat er aan de wand zit.
- De diepte van het meubel inclusief alles wat naar voren komt, dus ook een openstaande deur of een uitgetrokken lade.
Vier van de vijf staan niet op de productpagina. Die moet je zelf in huis opnemen, met een rolmaat en een blad papier, voordat je een model uitkiest.
De wand is langer dan de plek
De wandmaat is het eerste getal dat mensen noteren en meteen ook het getal dat het vaakst tot een te grote bestelling leidt. Een wand van 300 cm biedt geen 300 cm aan meubelruimte. Er staat een plint tegenaan, er zit een deur in de zijmuur die opendraait, en aan de andere kant begint een kozijn.
Trek van de gemeten wand eerst de obstakels af, en houd daarna aan beide kanten 10 tot 15 cm lucht over. Een 3-zitsbank van 283 cm breed past dan nog net op die wand van 300 cm, maar hij raakt links en rechts vrijwel de hoek, en dat leest als ingeklemd. Op een wand van 340 cm staat dezelfde bank rustig.
Hoeveel ruimte je vóór het meubel nodig hebt staat uitgewerkt in het artikel over loopruimte in centimeters: 60 cm voor één persoon die passeert, 90 cm voor een route waar je dagelijks doorheen loopt.
Komt het ook naar binnen
Een binnendeur in een Nederlandse woning geeft meestal een vrije doorgang van 78 tot 83 cm. Een bank van 64 cm zitdiepte gaat daar op zijn kant doorheen, maar de hoogte van 73 cm bepaalt dan of hij ook de bocht van de gang naar de woonkamer haalt.
Meet daarom niet alleen de deur. Meet ook:
- de breedte van het trapgat en de vrije hoogte boven de treden
- de diagonaal van de bocht op de overloop, van hoek tot leuning
- de breedte van het balkon of de galerij als het meubel via buiten moet
- de binnenmaat van de lift, inclusief de hoogte tot het plafond
Bij een groot meubel is de diagonaal belangrijker dan de breedte. Een dressoir van 192 cm lang en 80 cm hoog draait in een gang van 100 cm breed niet zomaar de hoek om; op de tekening lukt het, in het trappenhuis niet.
Wat er boven en onder het meubel gebeurt
Hoogte wordt bijna altijd te laat gemeten. Meet de plafondhoogte (in veel naoorlogse woningen rond 260 cm, in oudbouw vaak 300 cm of meer) en noteer daarna de hoogte van alles wat op die wand zit: de bovenkant van de radiator, de onderkant van de vensterbank, de stopcontacten, de meterkast.
Een dressoir haalt de hoogte van het meubel plus wat erop staat. Het dressoir Tivoli van 192 cm breed en 80 cm hoog vraagt daarboven nog dertig tot veertig centimeter voor een vaas of een lamp voordat er kunst aan de wand kan. Zit de vensterbank op 90 cm, dan valt die combinatie af en wordt het een lager model.
Onder een vensterbank meet je de vrije hoogte tot de onderkant van de bank, niet tot het glas.
De diepte die niemand opmeet
De diepte in de specificaties is de diepte van het gesloten meubel. In gebruik is een kast dieper dan dat.
Een deur van 48 cm breed zwaait bij het openen ongeveer 48 cm de kamer in. Een lade komt er zo'n 40 cm uit. Een fauteuil met een gekantelde rugleuning wint vijftien tot twintig centimeter aan diepte zodra iemand achterover leunt. Al die centimeters gaan af van je looppad, precies op het moment dat je het meubel gebruikt.
Noteer per meubel dus twee dieptes: dicht en open. Bij een kast tegenover een eettafel is de open maat degene die telt, want daar staat ook nog een stoel die naar achteren geschoven wordt.
Meet de kamer erbij, niet alleen de wand
Een meubel dat op zijn eigen plek past kan de kamer alsnog vastzetten. De afstand tussen bank en salontafel hoort tussen de 35 en 45 cm te liggen: dichterbij en je komt er niet langs, verderweg en je zit met gestrekte arm.
Een vierkante salontafel van 90 x 90 x 42 cm vraagt met die tussenruimte dus een vrije vloer van ruim 160 cm vanaf de voorkant van de bank. Past dat niet, dan is een langwerpig model de logische wijziging.
Dezelfde rekensom geldt voor het vloerkleed eronder. In het stuk over welke maat vloerkleed je nodig hebt staat hoeveel kleed er onder de voorpoten van de zitgroep moet vallen; dat getal bepaalt mede hoe groot je zithoek in totaal wordt. Voor de volgorde waarin je een lege kamer aanpakt is er het artikel over inrichten na een verhuizing.
De fout die het vaakst misgaat
De meest gemaakte fout is niet verkeerd meten. Het is de maat wel opnemen en hem daarna niet in de kamer neerleggen.
Op papier is 283 cm een getal. Op de vloer, afgeplakt met schilderstape in de werkelijke breedte en diepte, is het ineens een oppervlak waar je omheen moet. Plak de omtrek van het meubel af, zet er een stoel bij waar de stoel komt, en loop er een paar dagen omheen voordat je bestelt. Zeker bij een grote bank of een brede kast levert dat vaker een wijziging op dan het narekenen van de wand.
Een tweede punt dat regelmatig misgaat: meten met een slap kleermakerslint. Dat hangt door en geeft al snel twee tot drie centimeter verschil over een wand van drie meter. Gebruik een rolmaat met een stugge band, meet op vloerhoogte en op ooghoogte, en noteer de kleinste van de twee. Muren staan zelden zuiver haaks, en het is de kleinste maat waar je meubel doorheen moet.
Bij een complete herinrichting scheelt het tijd om de maten per categorie naast elkaar te zetten. Op de pagina met banken staan breedte, zithoogte en zitdiepte per model vermeld, zodat je ze direct tegen je eigen wandmaat kunt houden.



