Stap één: meet de hoogte die ontbreekt
Pak de spullen die nu op de plank of het dressoir staan even bij elkaar en zet ze op volgorde van hoogte. Vrijwel altijd zie je dan hetzelfde: er staat iets van veertig centimeter, er staat een handvol dingen tussen de vijf en de tien, en daartussen zit een gat.
Dat gat is precies de maat waarin boekensteunen en boekendozen werken. Een set boekensteunen zit tussen de 15 en de 25 cm hoog, en drie gestapelde boekendozen komen op een centimeter of tien. Samen dekken ze de laag waarin de meeste interieurs niets hebben staan, omdat vazen en lampen boven die laag beginnen en schaaltjes en kandelaars eronder eindigen.
Meet daarna de vrije hoogte boven het vlak. Tussen twee vaste planken zit meestal 30 tot 35 cm, en boven een dressoir tegen een lage wandlijst kan dat net zo krap zijn. Van die maat gaat de dikte van je stapel af, en wat overblijft is wat het object erbovenop nog mag zijn. Bij 32 cm vrije hoogte en een stapel van 10 cm houd je 22 cm over, en dan is een object van 18 cm een prettige keuze en een van 25 cm er een die klem komt te staan.
De derde maat die telt is de diepte, en die wordt het vaakst overgeslagen. Kristallen boekensteunen als de boekenstandaards Rosy van 18,4 cm hoog en 15,7 cm diep steken ver genoeg onder een gebonden boek om er gewicht op te krijgen. De marmeren steunen met kristallen bol van 15 cm hoog en 11,8 cm diep doen dat bij pockets prima en bij een zwaar fotoboek niet meer. Hoe hoogtes zich verder tot elkaar verhouden op één plank staat in objecten combineren op een plank.
De boekensteun is een object dat toevallig ook werk doet
Op een foto van een boekenkast valt de boekensteun nauwelijks op. In het echt is het een van de weinige dingen op een plank die je van opzij ziet, en dat maakt het silhouet belangrijker dan het materiaal.
Het gewicht doet trouwens het eigenlijke werk. De boekenstandaards Donky gold van 12,5 x 14 x 24,5 cm wegen samen 1,9 kilo, en dat is de reden dat ze een rij boeken tegenhouden en een licht metalen L-tje niet. Polyresin, marmer en kristal hebben die massa; dun plaatstaal moet het hebben van de rand die onder de boeken schuift, en die schuift langzaam weg zodra iemand er een boek uit trekt.
Voor de hoogte is er een verhouding die zelden misgaat: de steun mag laag zijn, maar niet lager dan ongeveer de helft van de boeken die hij tegenhoudt. Een gebonden roman is 22 tot 25 cm hoog, dus onder de 12 cm gaat de bovenste helft van de rij toch voorover hangen. Boven de boekhoogte uitkomen mag wel, en dan verandert de steun in de blikvanger van de plank. De ananas boekensteunen van 15 x 15 x 26 cm per stuk staan zo'n twee centimeter boven een gemiddelde roman uit; dat is genoeg om ze te zien en te weinig om er een display van te maken.
Een set is bijna altijd een set van twee, en niemand verplicht je ze naast elkaar te gebruiken. Twee steunen aan weerszijden van één korte rij leest als een boekhandel. Splits ze: één op de tweede plank, één op de vierde, allebei aan een andere kant. Dan hebben ze onderling nog steeds verband en krijgt de kast er geen symmetrie bij die er niet hoort.
En dan de variant waar de meeste mensen niet aan denken. Zet een rij boeken tegen de zijwand van de kast en gebruik één steun aan de open kant. De wand doet de helft van het werk gratis, en je houdt een steun over voor een andere plank. Dat werkt alleen als de boeken er strak tegenaan staan; laat je twee centimeter lucht, dan zakt de rij die kant op.
Wat een boekendoos oplost dat een echt boek niet oplost
Een boekendoos is een holle doos met een linnen kaft die eruitziet als een kunstboek. Dat klinkt als een truc, en op één punt is het dat ook. Op drie punten is het gewoon praktischer.
Het eerste is de maat. Bij echte boeken krijg je de dikte die je krijgt; bij een set kies je hem. De boekendozen Clay Tones, Leopard en Calm Living zijn 4, 3 en 3,2 cm dik en stapelen dus tot iets meer dan 10 cm, met bladmaten van 33 x 25 cm onderop tot 27 x 23 cm bovenop. Dat oplopende verschil van twee tot drie centimeter per laag is wat je bij een eigen stapel handmatig zoekt en zelden vindt.
Het tweede is het gewicht. Solidboard met een linnen kaft weegt een fractie van drie gebonden fotoboeken, en dat merk je op een zwevende plank, een smalle vensterbank en een nachtkastje van 35 cm breed.
Het derde is de binnenkant. Er past van alles in wat op een salontafel rondslingert: afstandsbedieningen, een oplaadkabel, de bril die je nooit terugvindt. Een stapel die er als decoratie uitziet en tegelijk drie dingen wegwerkt, is meer waard dan een stapel die alleen decoratie is. Voor de rest van dat probleem is er opbergen in het zicht.
Waar je op moet letten: de bladmaat. Een doos van 33 x 25 cm heeft een vlak nodig van minstens veertig centimeter breed, anders steekt hij aan twee kanten over en dat is precies wat een klein tafeltje er goedkoop uit laat zien. Op een bijzettafel van 40 cm doorsnee neem je de kleinste twee uit de set en laat je de grootste ergens anders liggen.

Wanneer een stapel als sokkel werkt, en wanneer niet
Een stapel wordt pas een sokkel als je er van opzij tegenaan kijkt. Dat is geen stijlvraag maar een kwestie van hoogte: zolang het vlak onder je oog zit, zie je het object tegen de achtergrond van de kamer, en dan telt elke centimeter die je eronder legt. Zit het vlak op ooghoogte of hoger, dan kijk je alleen nog naar de onderkant van het object en doet de stapel niets.
Grofweg loopt dat zo. Een salontafel van 40 cm en een poef bekijk je van bovenaf, en daar is een stapel vooral een manier om het blad in te delen; hoe dat werkt staat in boeken op de salontafel. Een nachtkastje van 55 tot 65 cm en een dressoir van 80 tot 85 cm zijn de plekken waar een sokkel het meeste oplevert, want vanuit een stoel of vanuit bed kijk je daar horizontaal overheen. Boven de 150 cm, dus op de bovenste planken van een kast, kun je de stapel net zo goed weglaten.
De set van drie dozen met een koraalornament, samen 28 cm hoog laat de verhouding zien die je zoekt: ongeveer een derde stapel en twee derde object. Loopt de stapel richting de helft van de totale hoogte, dan gaat het object eruitzien alsof het per ongeluk op een doos is beland.
Voor de voet geldt het omgekeerde van de hoogte. Die moet kleiner zijn dan het bovenste blad, met een rand van minstens drie centimeter rondom, anders wordt de stapel een onderzetter. Een breed, laag object hoort dus niet op een smalle stapel maar direct op het vlak.
Hoeveel een vlak aankan, ten slotte. Op een dressoir van 160 cm passen twee opstellingen met een stapel, één links en één rechts, met de lamp of de vaas ertussen. Op een console van 100 cm blijft het bij één. Op een plank in een open kast is één stapel per twee planken genoeg, want zodra elke plank er een heeft, ontstaat er een streep door de kast en ben je terug bij het probleem dat je wilde oplossen; het hele kastbeeld staat uitgewerkt in een boekenkast vullen.
Wat er bovenop komt mag gerust ergens anders vandaan komen dan uit de boekenhoek. Tussen de decoratieve objecten zit genoeg in de band van 15 tot 20 cm om drie vlakken in huis van een kop te voorzien zonder dat het rijmt.






