Ga naar hoofdinhoud

Zomervakantie: bestellingen geplaatst van 15 t/m 29 augustus verzenden we vanaf 31 augustus · showroom vanaf 27 augustus op afspraak, vanaf 28 september weer normaal geopend

Eigen bezorgservice · Veilig betalen · 5.0/5 reviews
Interiori by Noenoes DecoratiesInteriori by Noenoes Decoraties naar de homepage

Stylinggids

Objecten combineren op een plank, van hoog naar laag

Een plank die niet klopt, ligt zelden aan de objecten zelf. Het ligt bijna altijd aan de volgorde waarin ze er zijn beland: eerst een kaars, later een fotolijst, daarna nog een schaaltje dat ergens anders geen plek had. Als je in plaats daarvan bij het grootste stuk begint en van daaruit werkt met hoogte, aantal, materiaal en lucht, valt de rest vanzelf op zijn plek. Hieronder staan de stappen op volgorde, met de maten erbij.

NNoenoes team6 min leestijd
Bruine marmeren knoopsculptuur op een stapel boeken, voor een bank met beige en bruin gedessineerde sierkussens.

Zet het zwaarste stuk als eerste neer

Meet eerst de vrije hoogte tussen twee planken. In open kasten en wandplanken zit daar meestal 30 tot 35 cm tussen, en dat getal bepaalt vooraf wat er kan. Een glazen vaas van 43 cm hoog zoals de vaas Torra past daar niet tussen. Die hoort op de bovenste plank of op de kast zelf, waar hij vrij naar boven kan.

Het hoogste object dat wél past, zet je als eerste neer. Niet in het midden, maar op ongeveer een derde van de plank gerekend vanaf de linker- of rechterrand. Vanaf dat punt bouw je alles verder op, en dat is precies waarom de volgorde uitmaakt: als je met de kleine dingen begint, staat het grote stuk er straks tussen geperst.

Een tweede maat die je alvast wilt weten is de diepte. Wandplanken zijn vaak 20 tot 25 cm diep, en objecten van 16 cm diep vullen dat bijna helemaal. Dat is geen probleem zolang je het weet, want het bepaalt of je nog iets achter of naast dat object kwijt kunt.

Bij een zwevende plank boven een bank speelt er nog iets mee. Die hangt meestal op 45 tot 55 cm boven de rugleuning, waardoor je er vanaf de zithoogte tegenaan kijkt en niet erop. Alles wat plat ligt verdwijnt dan uit beeld. Op zo'n plank zet je dus rechtopstaande objecten en laat je de liggende stukken over aan een dressoir of salontafel.

De driehoek: drie hoogtes die elkaar niet raken

De regel die het meeste oplevert is ook de simpelste. Zet drie objecten neer met duidelijk verschillende hoogtes, zodat hun toppen een schuine lijn vormen in plaats van een rechte. Verschil van twee of drie centimeter zie je niet; reken op minstens een derde verschil tussen hoog en laag.

Een groep die in de praktijk klopt: de koraaldecoratie op marmerlook voet van 19,5 cm hoog als hoogste punt, de kristallen boekenstandaards van 18,4 cm ernaast met twee of drie boeken ertussen, en vooraan de opbergdoos met schaakbordpatroon van 16x16x7,5 cm. Die laatste is minder dan de helft van de hoogte van het koraal, en dat verschil is wat de groep laat werken.

De driehoek loopt bij voorkeur van hoog naar laag in één richting, en niet hoog-laag-hoog. Dat laatste maakt van je plank een symmetrische opstelling met een gat in het midden. Wil je juist wel die symmetrie, dan is het goed om te lezen wanneer symmetrie werkt en wanneer asymmetrie.

Groepen van drie, en waarom vier lastiger is

Oneven aantallen werken beter dan even aantallen, en daar zit een praktische reden achter. Bij drie objecten kiest je oog vanzelf één stuk als hoofdrol en twee als bijrol. Bij vier objecten zoekt het naar twee paren, en dan moet je die paren ook echt maken, anders zweeft er één los rond.

Op een plank van 80 tot 100 cm breed passen doorgaans twee groepjes: één van drie en één van één of twee. Op een plank van 60 cm houd je het bij één groepje van drie en verder niets.

Vijf objecten kan ook, maar dan gelden er strengere voorwaarden. Ze moeten uiteenvallen in een groep van drie en een groep van twee, met minstens 15 cm ruimte ertussen, anders leest de plank als één lange rij. Bij een boekenkast met vier of vijf planken onder elkaar is dat meteen de reden om niet op elke plank hetzelfde te doen: wissel een volle plank af met een plank waar alleen boeken en één object op staan.

Een enkel groot object mag ook alleen staan. Dat is de uitzondering waarbij het aantal er niet toe doet, omdat het object zelf al genoeg massa heeft. De marmeren knoop sculptuur van 26x20x9 cm is zo'n stuk: laag en breed, met genoeg gewicht in het beeld om een halve plank in zijn eentje te dragen.

Meng de materialen, houd de kleuren dicht bij elkaar

Een plank waarop alles van hetzelfde materiaal is, valt visueel samen tot één blok. Marmer naast kristal naast linnen naast glas geeft die plank diepte, omdat elk materiaal het licht anders terugkaatst. Steen slikt het licht, kristal breekt het, linnen dempt het.

Met kleur werkt het andersom. Daar heb je juist rust nodig, dus houd twee of drie tinten aan die dicht bij elkaar liggen en laat één stuk het accent zijn. Bruin marmer met witte aders, crème en ivoor, en daartussen één donkerder object: dat is genoeg variatie voor een plank van een meter.

De linnen boekendozen in Clay, Leopard en Calm laten zien hoe dat in één stapel kan. Drie omslagen, van gedekt aardetint tot grafisch patroon, in maten van 33x25x4 cm tot 27x23x3,2 cm. Gestapeld vormen ze een sokkel van ongeveer 10 cm hoog waar een klein object bovenop kan.

Meer over hoe hout, steen, glas en textiel zich in één ruimte tot elkaar verhouden staat in het stuk over materialen combineren.

Laat ongeveer een derde van de plank leeg

Dit is het onderdeel dat de meeste mensen overslaan, en het is meetbaar. Leg een handbreedte van ongeveer 8 cm tussen twee groepjes en houd aan elke kant van de plank een stuk vrij. Als je meer dan tweederde van de lengte hebt volgezet, staat er te veel.

Die lege ruimte doet iets wat een extra object nooit kan doen: hij geeft de objecten die er wél staan een rand. Zonder die rand lopen ze in elkaar over en zie je alleen nog een rij.

In een hal of een gang is die derde nog belangrijker dan in de woonkamer, omdat je er langsloopt in plaats van naar kijkt. Je ziet de plank een halve seconde en onder een schuine hoek. Twee objecten met veel lucht ertussen registreer je dan nog; zes objecten worden één vlek.

Er is nog een tweede vorm van ruimte, en die zit in de diepte. Zet niet alles met de voorkant op één lijn tegen de plankrand. Schuif één object drie of vier centimeter naar achteren, dan krijgt de groep een voor- en een achtergrond. Op een dressoir werkt hetzelfde principe, in drie zones over de breedte.

Loop drie meter terug en kijk opnieuw

Stylen doe je van dichtbij, kijken doe je van een afstand. Ga staan waar je normaal in de kamer staat of zit, meestal drie tot vier meter van de kast, en kijk naar de plank alsof je hem voor het eerst ziet.

Twee dingen vallen dan meteen op. Objecten die van dichtbij duidelijk verschilden in hoogte, blijken op afstand gelijk; en kleine spullen onder de 10 cm verdwijnen helemaal. Die haal je weg of je zet ze op een verhoging, zoals decoratie op een verhoging laat zien.

Maak daarna een foto met je telefoon. Een foto vlakt de ruimte af tot twee dimensies en laat scheve lijnen, dubbele hoogtes en te volle hoeken zien die je in het echt over het hoofd ziet. Wat op de foto klopt, klopt in de kamer ook.

Werkt de opstelling nog niet, haal er dan één object af in plaats van er één bij te zetten. In negen van de tien gevallen is dat de ingreep die het oplost. Loop daarna nog even door de rest van de decoratieve objecten om te zien welk formaat er in je driehoek nog ontbreekt.

Meer stylinginspiratie