Hoeveel hanglengte heb je echt nodig
De vraag waarmee elke kleedkamer begint is niet welke kast er komt, maar hoeveel strekkende meter roede je nodig hebt. Dat reken je uit voordat je iets bestelt.
Op één strekkende meter roede hangen ongeveer 25 tot 30 kledingstukken aan gewone hangers, en 50 tot 60 aan de dunne fluwelen hangers. Voor één persoon met een complete garderobe kom je uit op 2,5 tot 3 strekkende meter, plus wat er nog uit het seizoen ligt. Voor twee personen dus rond de 5 tot 6 meter.
Die meters verdeel je over twee hoogtes, want dat is waar de winst zit.
- Kort hangen vraagt 100 tot 110 cm vrije hoogte. Overhemden, blouses, colberts, rokken.
- Lang hangen vraagt 150 tot 170 cm. Jurken, jassen, lange mantels.
- Broeken over de stang vragen ongeveer 80 cm.
Zet in een kastvak van 210 cm hoog twee roedes boven elkaar, op ongeveer 100 en 200 cm, en je verdubbelt de capaciteit binnen dezelfde vierkante meters. Eén vak houd je op volle hoogte vrij voor het lange werk; meer dan één is bijna altijd overbodig.
Twee maten die het verschil maken tussen een kast die werkt en een kast die klemt: reken op 60 cm binnenwerkdiepte, want de schouder van een hanger is al 45 cm breed en je wilt kleding er langs kunnen schuiven zonder dat het tegen de deur komt. En hang de roede op 5 tot 6 cm van de achterwand, anders schuurt alles wat je ophangt langs het paneel.
Die diepte bepaalt meteen of een kamer zich leent voor een inloopkast. Met kasten aan één wand heb je 60 cm kast plus 90 cm looppad nodig, dus een kamer van minstens 150 cm breed. Wil je aan twee kanten kasten, dan wordt dat 60 plus 100 plus 60, oftewel 220 cm. Zit je daar tussenin, dan is een wand vol kasten in de slaapkamer een beter plan dan een kleedkamer waar je zijwaarts doorheen moet.
Staat de kast open in de kamer, houd dan 90 tot 100 cm vrij tussen twee tegenover elkaar liggende fronten, zodat je een la kunt uittrekken en er nog langs kunt.
Vouwen, leggen en de laden ertussen
Wat niet hangt ligt, en daar gaat het vaker mis dan bij het hangen.
Houd planken op maximaal 40 cm diep. Alles daarachter zie je niet meer, en wat je niet ziet draag je niet. Voor stapels truien reken je 30 tot 35 cm tussen twee planken, met stapels van hooguit vier of vijf stuks; hoger dan dat en de onderste trui komt er nooit meer uit zonder de rest om te gooien.
Schoenen vragen hun eigen maat. Een paar platte schoenen naast elkaar past op een plank van 25 cm diep met 15 tot 18 cm hoogte ertussen. Hakken vragen 20 cm hoogte, laarzen staand 45 cm. Een schuine schoenplank van ongeveer 15 graden laat je de neuzen zien in plaats van de zijkanten, wat op dezelfde plek meer overzicht geeft.
In laden werkt een vaste indeling beter dan losse bakjes die schuiven. Reken 10 tot 12 cm ladehoogte voor ondergoed en sokken, 18 tot 20 cm voor truien, en 25 cm voor alles wat volume heeft.
Voor sieraden, horloges en riemen is een gesloten doos praktischer dan een open bakje, omdat er niets in stoft. De opbergdoos Rex in dark brown croco met zwart suède interieur meet 25 bij 25 bij 9 cm en past daarmee op een plank van 30 cm zonder over de rand te steken. Meer varianten in maat en afwerking staan bij opbergen, en de bredere logica van gesloten versus open bewaren staat in opbergen in het zicht.
De spiegel en het licht: hier valt de beslissing
In een kleedkamer bepaalt de spiegel of je klaar bent of nog een keer omkleedt. Die verdient meer plek dan hij meestal krijgt.
Voor een beeld van top tot teen heb je twee dingen nodig: een spiegel die hoog genoeg is en ruimte om achteruit te stappen. De spiegel Maylinn met boogvorm van 190 bij 80 cm is maar 4 cm diep en verdwijnt dus vlak tegen de wand, maar je hebt er wel 150 tot 200 cm vloer voor nodig om jezelf helemaal te zien. Zonder die afstand koop je een spiegel waarin je alleen je bovenlijf beoordeelt.
Past dat niet, dan is een staand model met een voet vaak praktischer, omdat je hem kunt draaien naar het licht. Reken dan wel op de vloer die de voet kost: een ovale passpiegel van 170 cm hoog op een ronde ijzeren voet neemt zo'n 40 cm diepte in beslag, en dat is precies de strook waar je anders langs zou lopen. Op welke hoogte een hangende spiegel het beste uitkomt staat in een spiegel ophangen, en de vormen die er zijn staan bij de spiegels.
Een tweede spiegel maakt meer verschil dan een grotere eerste. Hang een klein exemplaar schuin tegenover de grote, onder een hoek van ongeveer 45 graden, en je ziet de achterkant van wat je aanhebt zonder je te draaien. Een rond model van 40 tot 50 cm doorsnee is daarvoor genoeg; groter wordt het zelf een blikvanger.
Licht is de tweede helft van dezelfde vraag. Eén spot in het plafond boven de spiegel geeft schaduw onder je ogen en onder je kin, en laat een marineblauwe trui zwart lijken. Wat wel werkt zijn twee lampen links en rechts van de spiegel, met het midden van de kap op ongeveer 160 tot 165 cm, zodat het licht van voren komt. De wandlamp Magly met een witte glazen cilinderkap is 40 cm hoog en steekt maar 12 cm uit de muur, dus hij zit niet in de weg als je je aankleedt.
Kies daarbij lampen met een kleurweergave-index vanaf 90 en een kleurtemperatuur tussen 2700 en 3000 kelvin. Onder de 80 verschuiven kleuren merkbaar, en dan koop je 's ochtends een combinatie die buiten niet klopt. Het verschil per ruimte staat in kleurtemperatuur en kelvin.
Rust houden in een kamer vol spullen
Een kleedkamer wordt onrustig van kleur en van variatie, niet van hoeveelheid. Twee ingrepen doen daar het meeste werk.
De eerste: houd ongeveer zeventig procent achter een deur en laat dertig procent open. Wat je open laat zien moet één materiaal of één kleurfamilie hebben. Een open vak met tassen in drie tinten bruin oogt rustig; hetzelfde vak met tien kleuren erin oogt als een winkelrek.
De tweede: één soort hanger. Hetzelfde model in dezelfde kleur, over de hele lengte van de roede, verandert het beeld meer dan welk meubelstuk ook. Het oog leest de bovenrand dan als één doorlopende lijn in plaats van als een rij verschillende haken.
Zorg verder voor een zitplek. Schoenen aandoen terwijl je op één been balanceert kost elke ochtend een halve minuut en een keer je evenwicht. De poef Ciela in beige chevron van 51 bij 51 bij 43 cm heeft precies de zithoogte waarop je makkelijk opstaat, en met een vlak van iets meer dan een halve meter kun je er ook een stapel kleding op leggen. Houd er 70 cm vrije vloer voor, anders zit je met je knieën tegen de kast.
Tot slot: haal er twee keer per jaar uit wat niet in het seizoen hoort. Wat je in januari niet aantrekt hoeft in januari geen roede te bezetten. Waar je dat opslaat en hoe je het terugvindt staat in decoratie en spullen opbergen per seizoen. En houd één plank of één la structureel leeg, want zonder lege plek is er nergens om iets tijdelijk neer te leggen, en dan komt het op de grond terecht.






