Vier bladmaterialen, en wat ze in de praktijk aankunnen
Op een bartafel wordt gemorst, gezet en geschoven. Het blad staat bovendien op ooghoogte van wie staat, dus elke kring en elke kras zie je meteen. Dit zijn de vier materialen die je in dit segment tegenkomt.
| Blad | Hoe het eruitziet | Wat het aankan | Dagelijks onderhoud |
|---|---|---|---|
| Keramiek met steenlook | mat, egaal, licht gespikkeld | hitte, water, krassen | vochtige doek, geen schuurmiddel |
| Massief mangohout | zichtbare nerf, warme kleur | stoten en gebruik, maar geen natte glazen | droog houden, ring meteen wegnemen |
| Gerookt of donker eiken | strakke tekening, diepe kleur | dagelijks gebruik, gevoelig voor vocht | droogdoek, jaarlijks oliën bij een geoliede afwerking |
| Marmer | levendige adering, koel aanvoelend | zwaar en stabiel, maar poreus | direct afnemen bij wijn, citroen of olie |
Keramiek is de onderhoudsvriendelijkste van het rijtje. Het travertin keramische blad van de bartafel Ritz, 140 cm breed en 105 cm hoog ziet eruit als natuursteen maar heeft geen open poriën, dus een glas rode wijn dat een uur blijft staan laat niets achter. Dat is precies het verschil met echt travertin, dat wél zuigt.
Hout gedraagt zich omgekeerd: het is warmer om aan te zitten en vergeeft een stoot, maar het houdt niet van vocht. Bij een blad van mangohout is de kringen-vraag geen theorie, want op een bar staan glazen langer stil dan aan een eettafel.
Marmer komt in deze categorie meestal terug in de voet en niet in het blad, en daar is het op zijn plek: zwaar, stabiel en niet de plek waar iemand een glas neerzet.
Rond, ovaal of rechthoekig: wat de vorm met de ruimte doet
De vorm bepaalt hoeveel mensen erlangs kunnen en of er een kopse kant ontstaat waar iemand alleen staat.
Een rond blad heeft geen kopse kant, en dat is bij een bar waar mensen staan het grootste voordeel. De ronde bartafel Harper van 107 cm hoog met een doorsnede van 81 cm draagt twee tot drie krukken. Wil je er vier kwijt, dan heb je een blad van rond de 110 cm nodig.
Ovaal is de tussenvorm en de meest praktische in een smalle ruimte. Het ovale mangohouten blad van de bartafel Revelin, 140 cm breed en 106 cm hoog biedt plaats aan vier tot zes personen zonder de scherpe hoeken die je in een doorloop tegen je heup krijgt.
Rechthoekig geeft de meeste bruikbare meters per vierkante meter vloer, en dat telt als de tafel tegen een wand staat. De keerzijde: aan de korte kant zit iemand met zijn rug naar de rest.
Het onderstel: vier typen en wat ze met je benen doen
Dit is de helft die op de productfoto het minst opvalt en in het gebruik het meeste bepaalt. Een bartafel wordt namelijk niet aangeschoven zoals een eettafel; je stapt erop en eraf, en je zet je voeten ergens neer.
| Onderstel | Stabiliteit | Beenruimte | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Zware conische voet | hoog, kantelt niet | rondom vrij | neemt vloeroppervlak in |
| Vier poten op de hoeken | goed | beperkt op de hoeken | een poot valt altijd waar iemand wil zitten |
| Slede of A-frame | goed bij lange bladen | ruim aan de lange zijde | dwarsbalk op kuithoogte |
| Slanke kruisvoet | matig bij hoge bladen | maximaal | leunen op de rand kan kantelen |
De conische voet is bij hoge tafels de veiligste keuze. Bij Harper bestaat die voet uit gerookt eiken met Morchana marmer onderin, en dat gewicht laag in het meubel is de reden dat de tafel niet kantelt als iemand er met zijn volle gewicht op leunt. Hoe hoger het blad, hoe zwaarder de voet moet zijn, want de hefboom wordt langer.
Poten op de hoeken zijn het lastigst bij een rechthoekig blad, omdat een kruk altijd net op een poot uitkomt. Meet daarom de vrije afstand tussen twee poten en deel die door 60 cm per persoon; dat is het aantal krukken dat er werkelijk past, niet wat de bladbreedte suggereert.
Let bij elk onderstel op de dwarsbalk. Zit die op 20 tot 25 cm boven de vloer, dan werkt hij als voetsteun en is hij een voordeel. Zit hij halverwege, dan staat hij precies waar je kuit hoort te zijn.
Waar blad en onderstel elkaar tegenwerken
Drie combinaties leveren in de praktijk problemen op.
Een zwaar stenen blad op een slank metalen frame is er een. Het kan constructief prima kloppen en toch topzwaar aanvoelen, en bij een hoogte boven de 105 cm is dat gevoel meestal terecht.
De tweede is een blad zonder overstek. Loopt het blad gelijk met de rand van de voet, dan kun je je knieën nergens kwijt en zit iedereen zijwaarts. Reken op 25 tot 30 cm vrije diepte onder de rand voordat je van een zitplek kunt spreken.
De derde is de statafel die als eettafel wordt gekocht. Een model als de bartafel Ritz van 128 cm hoog is bedoeld om aan te staan met een glas in de hand; er bestaan krukken voor die hoogte, maar prettig zitten ze zelden. Welke bladhoogte bij welke zithoogte hoort, staat op een rij in de hoogtes van bartafel, eetbar en keukeneiland.
Kleur, materiaalcombinatie en wat er op het blad blijft staan
Blad en onderstel hoeven niet in hetzelfde materiaal te zijn, maar er moet er wel één de toon zetten. Donker hout met zwart metaal leest als één meubel; licht keramiek op goudkleurig metaal leest als twee.
Voor een lichte, zandige inrichting werkt een keramisch blad in travertinlook beter dan gerookt eiken, omdat het licht teruggeeft in plaats van slikt. Waarom in zo'n palet zand en gebroken wit de basis vormen en blauw alleen als accent werkt, staat in waar de coastal stijl vandaan komt.
Houd het blad zelf grotendeels leeg, want het is een werkvlak en geen dressoir. Eén blad met wat erop hoort is genoeg: een dienblad houdt flessen, opener en onderzetters binnen één rand in plaats van verspreid over de tafel. Welke maten en soorten woonaccessoires ook standhouden als je ze voor iemand anders koopt, staat in tien interieurcadeaus op een rij.
Bekijk tot slot bij de bartafels altijd de vorm van het onderstel naast de bladmaat. De breedte staat in elke titel, de voet zelden, terwijl die de helft van het gebruik bepaalt.
Bekijk alle bartafels
Bekijk de collectie





