Waar de aanslag vandaan komt
Vrijwel alles wat er op badkameraccessoires gaat zitten komt uit drie bronnen: kalk uit het leidingwater, zeepresten, en damp die na een douche blijft hangen. Geen daarvan is vuil in de gewone zin, en daarom werkt een sopje er ook zo slecht op.
Kalk slaat neer zodra water op een oppervlak verdampt. Wat achterblijft is een dun laagje mineraal dat elke dag een beetje dikker wordt, en dat na een paar maanden een matte waas op glas en chroom vormt. Zeepresten doen iets anders: die zijn vettig, ze binden stof, en op een poreuze steen trekken ze in plaats van erop te blijven liggen.
Damp is de derde en de vervelendste. Een badkamer die na het douchen een halfuur nat blijft, geeft schimmel de tijd om in de naad tussen twee delen te beginnen. Welke materialen daar wel en niet tegen kunnen, is per soort uitgezocht in welke badkameraccessoires tegen vocht kunnen. Het plan hieronder gaat ervan uit dat die keuze al gemaakt is.
Fase 1: dertig seconden na de laatste douche
De hele fase bestaat uit één handeling: neem het wastafelblad en alles wat erop staat droog af met een doek die naast de kraan hangt, direct na de laatste douche van de ochtend.
Dat klinkt te klein om iets uit te halen, en het is toch de ingreep die de rest overbodig maakt. Kalk kan alleen neerslaan als water verdampt; veeg je het weg voor het opdroogt, dan gebeurt er niets. Bij een zeeppompje is de kraag onder de pompkop de plek waar het misgaat, omdat daar altijd een druppel blijft staan. Op de chromen pomp van het zeeppompje van versteend hout van 10 bij 10 bij 16 cm zie je binnen twee weken een witte ring als die druppel elke ochtend blijft zitten.
Doe er twee dingen bij die geen tijd kosten. Zet het raam open of laat de afzuiging tien minuten doorlopen nadat de laatste persoon eruit is, en hang natte handdoeken open in plaats van dubbelgevouwen.
Stop je hier en doe je verder niets, dan blijft je badkamer maandenlang redelijk. Het enige wat zich dan nog opbouwt is stof en zeepaanslag op plekken die je niet aanraakt.
Fase 2: één keer per week, en per materiaal anders
Deze fase kost een kwartier en bestaat uit het optillen van alles wat op het blad staat. Daar zit meteen de reden dat een dienblad zo praktisch is: je tilt één ding op in plaats van zeven, en veegt eronder door.
Per materiaal ligt het daarna anders:
- Glas en verchroomd metaal verdragen een vochtige doek en een druppel afwasmiddel. Nawrijven met een droge doek, anders staat de kalk er meteen weer op.
- Travertijn en marmer krijgen alleen een licht vochtige doek met water. Het travertijn blad van 30 bij 15 cm uit de badkamerset met zeeppompje en waxinelichthouder is kalksteen, en kalksteen en zuur gaan niet samen. De volledige aanpak per steensoort staat in wat marmer en travertijn nodig hebben om niet dof te worden.
- Versteend hout is dicht als steen maar heeft een ruwe, onregelmatige buitenkant. Daar komt een doek niet in; een droge tandenborstel langs de open vlakken haalt er meer uit dan poetsen.
- Schelp en parelmoer gaan droog af en verder niets. De schelp zelf kan tegen damp, de lijm en de laklaag eronder niet.
Kaarsen horen ook in deze ronde. Een waxinelichthouder als de schelpenbol van 11,5 bij 11,5 bij 8 cm vangt in een badkamer een dun vettig laagje van damp en zeep, en dat laagje houdt stof vast. Haal het waxinelichtje eruit, keer de houder om en klop hem uit boven de prullenbak. Waar één brandend punt per kamer in de rest van het huis het meeste doet, staat in hoe je een huis op een donkere winterdag warm laat aanvoelen.
Eindpunt van deze fase: het blad is leeg geweest, alles staat droog terug, en er zit nergens een rand onder een object.
Fase 3: twee keer per jaar de dingen die niemand doet
Nu pas komen de handelingen waar gereedschap of geduld bij komt kijken. Twee keer per jaar is genoeg, bijvoorbeeld in maart en in oktober.
- De pompkop ontkalken. Zeeppompen verstoppen van binnenuit. Draai de kop los, laat hem een uur in lauw water met wat citroenzuur staan, spoel na en pomp een paar keer schoon water door. Het pompje zelf houd je buiten dat bad, zeker wanneer de romp van steen of versteend hout is.
- Vilten schijfjes vervangen. Onder elk object dat altijd op dezelfde plek staat hoort vilt, en vilt wordt na een halfjaar hard en vies. Ze kosten bijna niets en ze zijn het enige wat een blijvende kring op een stenen blad voorkomt.
- Achter en onder alles vegen. Trek het handdoekenrek van de muur af, haal de prullenbak weg, kijk in de hoek achter de wc-borstel. Daar begint schimmel het eerst, omdat daar nooit lucht langs komt.
- Textiel doorschuiven. Handdoeken die stug aanvoelen of muf ruiken zijn verzadigd met zeep en wasverzachter. Was ze een keer op zestig graden zonder verzachter en met een half kopje azijn in het wasvakje.
Handdoeken gaan bovendien langer mee met een lus. Het badlaken van 70 bij 140 cm in leopardprint weegt 450 gram per vierkante meter, wast op veertig graden en heeft een ophanglusje, en aan een haak droogt zo'n laken in een paar uur tegen een hele dag over een stang.
Wat je in een badkamer beter niet gebruikt
Vier middelen richten meer schade aan dan ze schoonmaken, en ze zitten allemaal in de gemiddelde schoonmaakkast.
Azijn, citroenreiniger en antikalkspray horen niet op travertijn, marmer of ander kalksteen. Ze werken uitstekend op glas en tegels, en op steen etsen ze het oppervlak in één beurt dof. Verdwaalde spray telt ook mee: spuit dus altijd op de doek als er steen in de buurt staat.
Schuurmiddel en schuursponsjes zijn de tweede. Chroom, goudkleurig metaal en gelakte oppervlakken hebben een dunne toplaag, en die krijg je er met korrel in één keer af.
Bleek in een ruimte zonder ventilatie is de derde, en wasverzachter op badtextiel de vierde: die legt een laagje om de vezel waardoor een handdoek zacht aanvoelt en juist minder water opneemt.
Bij de badkameraccessoires staat het materiaal in de specificaties, en dat veld bepaalt welk van deze vier middelen je in huis moet laten liggen.






