Ga naar hoofdinhoud

Zomervakantie: bestellingen geplaatst van 15 t/m 29 augustus verzenden we vanaf 31 augustus · showroom vanaf 27 augustus op afspraak, vanaf 28 september weer normaal geopend

Eigen bezorgservice · Veilig betalen · 5.0/5 reviews
Interiori by Noenoes DecoratiesInteriori by Noenoes Decoraties naar de homepage

Stylinggids

Kleuren combineren met de 60-30-10 verdeling

Je koopt een kussen dat je in de winkel prachtig vindt. Thuis leg je het op de bank en het klopt niet. Je probeert de andere bank, de slaapkamer, een stoel. Overal hetzelfde gevoel, en je komt er niet achter waarom.

NNoenoes team4 min leestijd
Lichte bank met beige en bruine sierkussens, een witte geribbelde vaas met crèmekleurige bloemen en een wand met bladpatroon

Het probleem zit zelden in de kleur

Het kussen is niet het probleem.

Wat er misgaat is de verhouding. Er zit al te veel van die kleur in de kamer, of juist te weinig van iets anders, en één kussen kan dat in zijn eentje niet rechttrekken. Kleurcombinaties falen bijna nooit op smaak. Ze falen op hoeveelheid.

En hoeveelheid is iets waar je een getal aan kunt hangen.

Zestig, dertig, tien

Zestig procent van wat je ziet is één basiskleur. Dertig procent een tweede. Tien procent een accent.

De percentages zijn geen rekensom en niemand meet zijn kamer op. Het is een verhouding die je op het oog inschat: veel, minder, weinig. Wat de verdeling doet is je oog een hoofdrol, een bijrol en een uitroepteken geven, en dat is precies het onderscheid dat ontbreekt in een kamer waar twee kleuren in gelijke hoeveelheid naast elkaar staan. Die leest altijd als besluiteloos, hoe mooi de kleuren afzonderlijk ook zijn.

De zestig procent zijn de grote vlakken: wanden, vloer, gordijnen, de bank. Dit is de kleur die je nauwelijks als kleur ervaart, en dat hoort ook zo, want zodra je hem opmerkt is hij te sterk.

De dertig procent zit in de laag daarna: een fauteuil, het vloerkleed, een dressoir, de plaids. Die laag mag duidelijk afwijken van de eerste. Doet hij dat niet, dan heb je feitelijk één kleur uitgesmeerd over de hele kamer.

De tien procent is het kleinst en het zichtbaarst. Kussens, een schaal, een vaas, de kaft van een boek. Hier mag je durven, juist omdat het de laag is die je voor weinig geld weer kunt wisselen.

In een beige huis werkt het net zo

Bij een interieur in crème, taupe en hout denken de meeste mensen dat de regel niet voor hen geldt. Er zit tenslotte nauwelijks kleur in.

Hij verschuift alleen.

Warm wit wordt je zestig, een donkerder taupe of het hout van de meubels je dertig, en de tien procent wordt materiaal in plaats van kleur. Glans en textuur doen in een neutrale kamer exact het werk dat kleur elders doet: ze geven je oog een plek om te landen.

Concreet betekent dat iets als de schaal Lotus van 36 cm in natural resin, waarvan de golvende rand het licht anders opvangt dan het vlakke tafelblad eronder. Of de marmeren knoop van 26 bij 20 cm, die in dezelfde bruintint blijft als de rest van de kamer maar door het steen een heel ander gewicht meebrengt dan hout.

Daarom voelt een volledig neutrale kamer zonder één donker of glanzend element altijd een beetje vlak, hoe duur de stoffen ook zijn. Er is geen tien procent.

De laag die er nooit komt

Hier stranden verreweg de meeste kamers.

De zestig en de dertig staan er binnen een maand, want dat zijn de grote aankopen en daar denk je over na. De laatste laag wordt uitgesteld tot je toevallig iets tegenkomt dat past. Dat toeval komt niet, of het komt één keer, en dan staat er één opvallend object in een verder rustige kamer waar het eruitziet alsof het per ongeluk is blijven staan.

Eén keer is toeval. Drie keer is een keuze.

Kies dus één accentkleur of één accentmateriaal en laat die op minstens drie plekken terugkomen, verspreid over de kamer, zodat je oog er een lijn doorheen kan trekken.

Waar die tien procent vandaan komt

De tien procent hoeft niet uit tien voorwerpen te bestaan. Drie tot vijf dragers zijn genoeg in een gemiddelde woonkamer, mits ze ver genoeg uit elkaar staan.

Een verdeling die vrijwel altijd werkt:

  • Eén op de salontafel, laag en breed. Een schaal van 30 tot 36 cm doorsnee is hier de standaardmaat: groot genoeg om te zien, laag genoeg om overheen te kijken. Voor een ruime tafel kan een schaal van 45 cm met marmerpatroon in zijn eentje de hele accentlaag dragen.
  • Eén op het dressoir of de kast, met hoogte. Een glazen kandelaar van 30 cm in bruin haalt op ooghoogte precies het licht dat een massief object niet geeft.
  • Eén tot twee in textiel, op de bank. De goedkoopste drager, en de enige die je twee keer per jaar kunt wisselen zonder dat het iets kost.

Begin bij de textiel als je twijfelt. Een kussen kost het minst, is het snelst terug te draaien en zit precies in het beeld waar je het vaakst naar kijkt.

Wanneer de verdeling niet opgaat

Twee situaties waarin je hem los mag laten.

De eerste is een kleine ruimte met veel doorloop, zoals een hal of een overloop. Daar is je oog nooit lang genoeg om drie lagen te registreren, en werkt één kleur met één accent beter dan drie lagen die je in het voorbijlopen toch niet ziet.

De tweede is een kamer met een uitgesproken vloer of wand: een sterk gedessineerd vloerkleed, een balkenplafond, een schouw in natuursteen. Dat element eist zelf de rol van dertig procent al op, en als je daar nog een tweede bijkleur naast zet gaan ze vechten. Houd het dan bij zestig en dertig, en laat de tien procent klein en donker zijn.

In beide gevallen is de regel niet fout. Hij is alleen al ingevuld door iets waar je niet voor gekozen hebt.

Bekijk alle woonaccessoires

Bekijk de collectie

Meer stylinginspiratie