De kamer die eruitziet als een wachtruimte
In een pijpenla staat bijna altijd hetzelfde: de bank tegen de lange muur, de kast ertegenover, en in het midden een strook lege vloer van anderhalve meter breed die van de deur naar het raam loopt. Alles kijkt naar de overkant, niemand kijkt naar elkaar, en de kamer voelt smaller dan hij is.
Dat komt doordat de inrichting de vorm van de kamer versterkt. Een ruimte van 3,20 bij 7 meter die aan beide lange zijden bezet is, laat je oog in één keer van voor naar achter schieten. Er is niets dat die beweging onderbreekt.
De oplossing is niet meer ruimte maar een onderbreking. Zodra je de lengte in twee stukken knipt, kijkt het oog naar twee kamers van 3,20 bij 3,50 en die verhouding is bijna vierkant.
Knip de lengte in twee zones
Meet de lengte en deel hem in tweeën, of in twee derde en een derde als de ene functie meer ruimte nodig heeft. Bij 7 meter geeft dat 4 en 3 meter, en bij 6 meter twee keer 3.
De grens tussen die twee zones ligt dwars op de lengterichting. Zet daar iets neer wat het oog opvangt: de rugleuning van een bank, een open kast, een console, een groot vloerkleed dat precies daar ophoudt. Dat hoeft geen wand te zijn en mag niet hoger dan ongeveer 90 cm, want daarboven gaat het als een muur werken.
Welke twee functies je kiest hangt van het huis af. In de meeste pijpenla's wordt het zitten bij het raam en eten of werken bij de deur, omdat het daglicht dan bij de zithoek terechtkomt. Hoe je zulke zones markeert in een ruimte zonder muren staat verder uitgewerkt in zones maken in een open woonruimte.
Zone 1: de bank van de lange muur af
De belangrijkste ingreep in een smalle kamer is de bank draaien. Zet hem met de rug naar de tweede zone toe, dwars in de ruimte, in plaats van tegen de lange muur.
Dat kost minder ruimte dan het lijkt. Achter een bank van 70 cm diep hoef je maar 20 cm vrij te laten als er niet gelopen wordt, en die 20 cm kun je vullen met een smalle console. Een console van 140 cm breed en 80 cm hoog, zoals de console Claridge met omkeerbaar blad, staat precies op die plek goed: hoog genoeg om achter de rugleuning uit te komen, laag genoeg om over de zone heen te kunnen kijken.
Bij een kamerbreedte van 3,20 meter blijft er naast een bank van 220 cm nog 100 cm over. Genoeg voor een smalle doorloop of voor een fauteuil aan het uiteinde.
Staat de bank eenmaal dwars, dan is er nog één regel: laat hem niet precies in het midden van de breedte staan. Iets uit het midden geeft een bredere looproute aan de ene kant en een rustige hoek aan de andere.
Het vloerkleed trekt de grens
Een vloerkleed is in een lange kamer het goedkoopste stuk gereedschap dat je hebt, omdat het de zone zichtbaar maakt zonder iets in de weg te zetten.
Kies er twee in plaats van één lange. Eén kleed van 200 bij 300 cm onder de zithoek, zoals het vloerkleed Arles in beige met een poolhoogte van 1 cm, dekt een bank van 220 cm met de voorpoten erop en houdt er ongeveer 40 cm aan weerszijden bij. Daar houdt de zone op.
De rand van dat kleed hoort minstens 20 cm van de plint af te blijven. Loopt het kleed tot tegen de muur, dan leest het als vloerbedekking en verdwijnt het effect. Welke maat waar past staat in welke maat vloerkleed heb je nodig.
Tussen de twee kleden mag gerust een stuk kale vloer van 40 tot 80 cm liggen. Die onderbreking is precies wat de kamer in tweeën knipt.
Zone 2: eten, werken of lezen
De tweede zone is meestal kleiner en heeft baat bij een ronde vorm, omdat een rond blad de hoeken van een smalle ruimte niet nog eens benadrukt.
Een ronde eettafel van 110 tot 120 cm doorsnee biedt plaats aan vier personen en heeft in een kamer van 3,20 meter breed aan alle kanten 100 cm ruimte om een stoel achteruit te schuiven. Een rechthoekige tafel van 90 bij 180 cm past ook, maar dan wordt hij vanzelf in de lengterichting gezet en daarmee wordt de kamer weer langer.
Voor een leeshoek in plaats van een eethoek werkt hetzelfde principe. Een ronde salontafel van 80 cm doorsnee en 40 cm hoog, zoals de salontafel Calma in beige, laat je er langs lopen zonder een hoek tegen je scheenbeen.
De korte muren doen het meeste werk
De twee korte muren zijn de vlakken waar je bij binnenkomst en aan het eind van de kamer tegenaan kijkt. In een pijpenla blijven ze meestal leeg, en dat is zonde, want juist daar bepaal je hoe diep de ruimte oogt.
Hang aan de verste korte muur iets groots. Eén object dat minstens 60 procent van de wandbreedte beslaat, of één spiegel van formaat. Een spiegel van 80 bij 120 cm, zoals de spiegel Loan in brass antique, verdubbelt op die plek de kamerbreedte in het beeld en niet de lengte, precies wat een smalle kamer nodig heeft.
Hang hem wel haaks op het raam en niet er recht tegenover, anders kijk je vanuit de zithoek in een lichtvlek. Meer daarover staat in een donkere kamer leent licht met een spiegel.
De looproute langs de zones
Trek op papier de lijn van de deur naar het raam en kijk waar je langs de meubels loopt. In een smalle kamer is dat één route, en die moet aan één kant van de zones liggen, niet erdoorheen.
Reken op 80 cm vrije breedte voor een hoofdroute, en 60 cm voor een route die je een paar keer per dag gebruikt. Tussen een salontafel en een bank is 40 cm genoeg, want daar loop je niet doorheen maar langs.
Deuren en radiatoren bepalen die route vaker dan je denkt. Een deur die naar binnen opendraait vraagt een kwartcirkel van ongeveer 80 cm vrij, en dat stuk vloer is meteen ook het begin van je route. Meet het één keer met de deur wijd open en teken het in.
Verschuif de route liefst niet halverwege van links naar rechts. Een rechte lijn langs één zijde laat de kamer breder ogen dan een zigzag tussen de meubels door, ook al is het aantal centimeters gelijk.
Drie ingrepen die averechts werken
Alles langs de lange muren zetten om ruimte te winnen is de eerste. Dat levert wel loopruimte op, en het maakt de kamer optisch smaller dan hij is, omdat er niets is dat de blik onderbreekt.
De tweede is een reeks kleine meubels. Vier kastjes van 40 cm langs één muur lezen als rommel; één kast van 180 cm leest als één vlak en oogt rustiger. Datzelfde geldt voor de wanddecoratie: drie kleine lijstjes op een lange muur maken hem langer, één groot vlak niet.
De derde is een lang smal vloerkleed dat de hele kamer beslaat. Dat volgt de vorm van de ruimte en versterkt hem daarmee. Twee kortere kleden onder de twee zones doen het omgekeerde. Voor de maatvoering per zone kun je terecht bij de vloerkleden, waar de gangbare formaten van 160 bij 230 tot 300 bij 400 cm naast elkaar staan.
Bekijk alle meubels
Bekijk de collectie


