Waaraan zie je dat een kunstplant op is?
Er is een test die twee minuten kost en meteen uitsluitsel geeft. Pak een blad aan de muurkant van de plant, buig het voorzichtig naar voren en houd het naast een blad aan de raamkant. Zit daar een duidelijk verschil in kleur of glans, dan is de voorkant verouderd en kijk je daar al maanden naar zonder het te registreren.
Vier signalen komen daarbij het vaakst terug:
- De kleur wordt vlak. Nieuw kunstblad heeft verloop: donkerder bij de nerf, lichter naar de rand. Verouderd blad verliest dat verloop en wordt één egale tint, meestal een halve stap richting grijs.
- De bladrand rafelt. Kunstblad wordt uit textiel gesneden en de snijrand is verlijmd. Op de plek waar iemand er dagelijks langsloopt gaat die rand open en steken er vezeltjes uit.
- De steel komt niet meer overeind. In de meeste stelen zit een metalen draadkern. Die vermoeit, en een tak die je twee keer hebt teruggebogen blijft de derde keer hangen.
- Er zit glans waar geen glans hoort. Bij real touch blad slijt de zachte toplaag weg op het contactpunt en blijft daar een glimmend plekje achter.
De plant naast de voordeur, waar iedereen met een jas langs schuurt, laat alle vier het eerst zien. Dat is dan ook de plek waar een kunstplant het snelst versleten oogt, ongeacht wat hij heeft gekost.
Wat veroudert het eerst?
De volgorde is redelijk vast, en hij begint bovenaan.
Bloemen gaan als eerste. Het pigment op een bloemblad zit in een dunne laag op licht textiel, en gekleurde bloemen verliezen die het snelst. De vaas in ivory metallic met een lavendelopmaak is daar een goed voorbeeld van: de vaas is 110 cm hoog en het geheel komt op 220 tot 230 cm, dus de paarse pluimen zitten hoog in het licht. Paars is de kleur die het eerst grijzig wordt.
Daarna volgt het dunne, lichtgroene blad, en pas daarna het dikke donkergroene blad dat meer pigment per vierkante centimeter heeft.
Onzichtbaar verouderen twee andere dingen mee. Het eerste is de vulling in de steel: veel takken zijn hol en gevuld met schuim rond een draad, en dat schuim wordt na jaren bros. Je merkt het doordat de tak op één punt blijft knikken, altijd op dezelfde plek. Het tweede is stof dat in de naad tussen blad en steel is gekropen. Stof dat daar een paar jaar heeft gezeten hecht zich vast en komt er zonder wrijven niet meer uit, en wrijven beschadigt de nerf. Hoe je dat voorkomt met een vaste beurt staat in het stuk over kunstplanten onderhouden.
Wat kun je nog herstellen?
Meer dan je zou denken, zolang het om vorm gaat en niet om kleur.
Een kreukel in een groot blad krijg je er in de meeste gevallen uit met warme lucht. Zet een föhn op de laagste stand, houd hem op twintig centimeter afstand, verwarm het blad een paar tellen en trek het met je vingers glad terwijl het afkoelt. Op een blad van een Ficus Lyrata is dat de moeite waard, want een vouw in zo'n groot vlak zie je vanaf de bank; bij de vaas in champagne met een Ficus Lyrata hangen die bladeren op ooghoogte en hoger.
Een doorgezakte tak buig je terug in kleine stappen. Draadkernen scheuren bij een scherpe knik, dus werk met beide handen en verdeel de bocht over de hele lengte. Losse blaadjes zet je vast met een druppel doorzichtige hobbylijm bij de steelaanzet, niet in het midden van het blad.
Wat je niet terugkrijgt: verbleekt pigment, een uitgerafelde bladrand en een verdwenen real touch laag. Bij verkleuring aan één kant is er nog wel een tussenoplossing die jaren scheelt. Draai de verschoten zijde naar de muur en de goede kant de kamer in. Dat is geen reparatie, en het koopt tijd tot de rest van de plant het niveau van die kant heeft ingehaald.
Kun je één tak vervangen in plaats van de hele plant?
Bij een opgemaakte vaas vaak wel, en dat is het antwoord dat het meeste geld scheelt.
De stelen in zo'n opstelling staan los in een schuimblok of tussen de hydrokorrels. Je trekt er een uit en zet er een nieuwe voor terug. De Egg vaas in zwart-bruin met kunstorchideeën telt dertien losse takken. Raken er twee verkleurd of geknakt, dan vervang je die twee en blijft de rest onaangeroerd staan. De vaas is 90 cm hoog met een doorsnede van 60 cm, dus je komt er van bovenaf goed bij.
Twee dingen om op te letten. Neem een oude steel mee of fotografeer hem tegen een vel wit papier, want een nieuwe tak naast elf verkleurde takken valt harder op dan elf verkleurde takken bij elkaar. En vervang bij twijfel er één meer dan strikt nodig, zodat het verschil verdeeld raakt.
Bij een kunstboom op een echte houtstam werkt dit niet. Daar is de kroon in de fabriek als geheel opgebouwd en zit elke tak vast in de stam; dan is het alles of niets. Losse stelen om mee bij te vullen vind je bij de zijdebloemen per steel.
Hoe lang gaat een kunstplant mee?
Dat hangt bijna volledig af van de plek, en veel minder van de plant.
Neem twee keer hetzelfde exemplaar. Het ene staat in een hal zonder direct zonlicht, buiten de looproute; daar is de stofbeurt het enige dat over de levensduur beslist en gaat de plant jaren mee zonder dat iemand er iets aan ziet. Het andere staat op twee meter van een onafgeschermd zuidraam; daar is het verschil tussen de raamkant en de kamerkant na één zomer al te zien.
Buiten gaat het nog sneller. Zet je een kunstplant op een terras dat je als kamer inricht, reken dan met één seizoen in plaats van jaren, tenzij het om een exemplaar gaat dat uitdrukkelijk uv-bestendig is. Regen doet het minste kwaad; de zon doet de rest.
Het beslismoment zelf is eenvoudiger dan het lijkt. Zou je deze plant vandaag opnieuw voor deze plek kopen? Is het antwoord nee, dan is hij op, ook al is er niets kapot. En vervang dan de twee exemplaren die het meest in het zicht staan in plaats van alles tegelijk; dat is dezelfde afweging die geldt voor wat er in een interieur als eerste slijt. Bij de vazen met kunstplanten staat per model welke plant erin zit en welke totaalhoogte je krijgt, zodat je een versleten opstelling gericht kunt vervangen.
Bekijk de zijdebloemen per steel
Bekijk de collectie








