Opschudden is het halve onderhoud
Een sierkussen slijt zelden kapot; het zakt in. De vulling verdeelt zich naar het midden en de hoeken hangen leeg, en dat gebeurt sneller naarmate er meer op het kussen wordt geleund.
Klop kussens daarom rechtopstaand uit, niet plat op de bank. Rechtop zakt de vulling naar de hoeken in plaats van naar het midden, en dat is precies waar hij hoort. Eén keer per week is genoeg, en het duurt per kussen tien seconden. Hangt een hoes ondanks het kloppen slap, dan is de vulling te klein: een binnenkussen hoort één maat groter te zijn dan de hoes.
Wassen: het etiket wint van de gewoonte
De hoes van een kussen van 50 bij 50 cm kan meestal los van de vulling, en dat is de enige manier waarop hij de wasmachine hoort te zien. Volg het waslabel en droog hoezen liggend, want hangend rekt een gevulde weving uit.
Een plaid van nepbont of een zware bubbeltextuur is een ander verhaal: structuurstoffen verliezen in de machine hun reliëf. Lucht zo'n plaid liever een middag buiten op een droogrek, uit de zon, en borstel hem daarna zacht in de richting van de structuur. Voor vlekken geldt de textielregel van al het meubelonderhoud: dep met een licht vochtige witte doek, van buiten naar binnen, en wrijf niet.
Zon en seizoen
Textiel verbleekt op de plek waar het altijd ligt. Het kussen dat maanden op dezelfde bankhoek in de middagzon ligt, is aan één kant een tint lichter geworden voordat iemand het merkt. Draai en verleg kussens af en toe, en berg de wintertextiel in het voorjaar schoon op: een vlek die de zomer overstaat, zit er in oktober voorgoed in.
Meer wisselwerk staat bij de sierkussens en plaids; het onderhoud is bij elk ervan hetzelfde korte lijstje als hierboven.



