Waar zet je de lamp, als er geen stopcontact in de kast zit
Dat is de vraag die bijna iedereen als eerste stelt, en het antwoord bepaalt de rest. Er zijn drie werkbare plekken: tegen de onderkant van de plank erboven, tegen de zijkant van het frame, of achter de objecten tegen de achterwand. Alle drie kunnen op batterij of op een snoer dat langs de achterkant naar beneden loopt.
Wat niet werkt: één lamp in de kamer die de kast van een meter afstand moet verlichten. Een kast van 40 cm diep, zoals de glazen vitrinekast Sierra van 100 x 40 x 180 cm, heeft achterin een halve meter afstand tot de lichtbron in de kamer. Op die afstand valt er nog maar een fractie van het licht, en juist daar staat wat je wilde laten zien.
De kortste route naar een goed verlichte kast is dus licht dat al in de kast zit. De rest van dit stuk gaat over waar precies, in welke kleur en hoeveel.
Van boven, van opzij of van achter
Licht van bovenaf is de standaard en de reden is praktisch: de onderkant van een plank is de enige vlakke, onzichtbare plek in een kast. Het licht valt dan van boven op de objecten, precies zoals daglicht dat doet, en dat leest natuurlijk.
Het nadeel zie je bij alles met een rand. Een schaal krijgt een harde schaduw in zijn eigen kom, een vaas een donkere band onder de opening. Bij lage, brede objecten is dat storend genoeg om voor een andere richting te kiezen.
Licht van opzij doet het omgekeerde. Het strijkt over het oppervlak en maakt structuur zichtbaar: het reliëf van een schelp, de aders in natuursteen, de rug van een boek. Vorm wordt platter, textuur wordt sterker.
Licht van achteren is de meest theatrale optie en werkt alleen bij objecten die licht doorlaten. Een agaatschijf van 15 x 8 x 23 cm op een zwart metalen voet verandert compleet als er licht doorheen komt: de aders lichten op en de schijf wordt van een steen een venster. Zet zo'n object dus niet met de rug tegen een dichte achterwand, maar met wat ruimte ervoor en een lichtbron erachter.
In één kast mag je die richtingen combineren. Bovenlicht op de planken met boeken en objecten, en één strook achterlicht op de plank waar het glas en het steen staan.
De lichtkleur die objecten eerlijk laat zien
Voor een kast in de woonkamer zit je goed rond 2700 kelvin. Dat is dezelfde warme tint als de meeste tafellampen, waardoor de kast bij de rest van de kamer hoort in plaats van eruit te springen als een koud vak. Bij 3000 kelvin krijg je iets meer helderheid en blijft het nog steeds warm.
Boven de 4000 kelvin wordt het licht blauwig. Hout gaat er grauw uitzien, beige wordt grijs en messing verliest zijn goudtoon. Dat is prima in een werkkast of garage en zelden mooi boven decoratie. De achtergrond bij die getallen staat in het stuk over kleurtemperatuur en kelvin.
Let daarnaast op de kleurweergave, de Ra- of CRI-waarde op de verpakking. Onder de 80 gaan roodtinten dof staan en verliest hout zijn warmte. Voor een kast met decoratie is 90 of hoger het verschil tussen een object dat er goed uitziet en een object dat er goedkoop uitziet, en dat scheelt vaak maar een paar euro per lamp.
Eén kleur per kast. Twee verschillende witten in dezelfde kast valt altijd op, ook als je niet meteen kunt aanwijzen waarom het niet klopt.
Hoeveel licht is genoeg
Meer dan je denkt is bijna nooit het antwoord. Een kast hoeft niet te presteren als een werkblad; hij moet oplichten ten opzichte van de muur eromheen. Reken op 100 tot 150 lumen per plank. Ter vergelijking: een kleine tafellamp geeft er zo'n 400.
Ledstrips worden verkocht per meter, meestal in 300 tot 600 lumen per meter. Op een plank van 100 cm breed is de zwakste variant al genoeg, zeker als de strip vlak boven de objecten zit. Neem een dimbare variant of een strip met een schakelaar in drie standen; overdag mag hij zachter dan 's avonds.
Verlicht ook niet elke plank. Een kast van vijf planken waarin er drie oplichten, heeft ritme. Een kast waarin alle vijf even hard branden, is een vitrine in een winkel. Welke planken je overslaat, hangt samen met hoe je ze hebt ingedeeld; daarover gaat open kastruimte rangschikken.
Zonder snoer: wat werkelijk werkt
Losse ledspots op batterijen zijn de snelste oplossing. Ze plakken of schroeven tegen de onderkant van een plank, lopen op drie AAA-batterijen en geven licht in een smalle bundel. Reken bij dagelijks gebruik van een paar uur op enkele maanden per set batterijen. Kies een model met een afzonderlijke afstandsbediening of een timer, anders sta je elke avond met je hand in de kast.
Oplaadbare strips en staafjes met een magnetische bevestiging zijn comfortabeler. Je haalt het staafje eraf, laadt het op via usb en klikt het terug. Voor een kast die je elke avond aan hebt is dat de prettigste variant.
Werk je toch met een snoer, leg het dan langs de achterkant van het frame naar beneden en zet het per plank vast met kabelclips. Bij een open metalen kast als de zwarte vitrinekast van 100 x 38 x 200 cm valt een dun zwart snoer langs een zwarte stijl vrijwel niet op. Bij een goudkleurig of licht frame kies je een wit snoer, want het contrast is wat je ziet, niet het snoer zelf.
Glas, spiegeling en de plank waar je op kijkt
Een glazen plank laat licht door naar de plank eronder, en dat is meestal winst: één lichtbron bovenin bedient dan twee niveaus. Het kost je wel de onderkant van de objecten, want daar valt geen licht meer op.
Een glazen deur is lastiger. Glas spiegelt alles wat achter je staat, en een lamp of raam recht tegenover de kast zie je terug als een felle vlek precies over je mooiste plank. Verschuif in dat geval niet de kast maar de lichtbron in de kamer, of hang hem lager. Streepvrij glas helpt daarbij ook mee; hoe je dat schoonhoudt staat in het stuk over rookglas en hoogglans streeploos houden.
Zit de lichtbron zelf in het zicht, dan kijk je de hele avond tegen een lichtpunt aan in plaats van naar wat het beschijnt. Plaats een strip daarom altijd achter de voorrand van de plank, minstens 2 cm naar achteren, zodat je de lichtbron niet ziet vanaf zithoogte. Controleer dat zittend vanaf de bank, niet staand voor de kast.
Wat het licht doet met wat erin staat
Led wordt nauwelijks warm, maar de driver en de voeding wel een beetje. Houd 2 tot 3 cm ruimte tussen de strip en het dichtstbijzijnde object; dat is genoeg voor de warmte en het scheelt ook schaduwvorming.
Licht is verder gewoon licht, en licht bleekt. Zijdebloemen, papieren boekruggen en gekleurd textiel verkleuren onder een lamp die elke avond vier uur brandt, alleen langzamer dan in de zon. Zet die spullen op de planken die je niet verlicht, en houd de verlichte planken voor glas, steen, keramiek en metaal. Die materialen worden er alleen maar mooier van.
Kaarsen in een gesloten kast zijn geen goed idee, hoe mooi het beeld ook is. Wil je die flikkering toch, dan doen ledkaarsen op een verlichte plank hetzelfde werk zonder warmte en zonder roet op het glas.
Zoek je liever een lichtoplossing buiten de kast om, bijvoorbeeld een lamp die de kast van opzij aanstraalt, kijk dan bij de decoratieve objecten waarmee je die plank vult en bij het overzicht van lichtbronnen: peertje, spot of strip.
Bekijk alle verlichting
Bekijk de collectie





