Het uur waarop de kamer van lichtbron wisselt
Rond half zes in november gebeurt er iets in een woonkamer dat je maar zelden bewust bekijkt. Tot dat moment komt al het licht van één groot vlak: het raam. Het valt van boven en van opzij binnen, het is diffuus, en het bereikt elk oppervlak in de kamer ongeveer even hard.
Dan gaan de lampen aan en krimpt dat vlak tot drie of vier punten. Een schemerlamp op een dressoir, een vloerlamp naast de bank, misschien een spot in het plafond. Alles wat op tafelhoogte staat wordt nu van opzij aangelicht in plaats van van boven, vanaf een halve meter afstand in plaats van vanaf de straat, en met een bron die je bijna kunt aanraken.
Voor een vaas is dat geen kleine verandering. Het is een ander soort licht, en materialen die overdag op elkaar lijken lopen 's avonds uit elkaar.
Glas houdt op met kleur en begint met doorgeven
Overdag toont een glazen vaas vooral zijn tint. Rookbruin is rookbruin, gelijkmatig, van boven tot onder ongeveer even donker.
Zet er 's avonds een lamp naast en dat verdwijnt. Het glas wordt een doorgeefluik: op de zijde die naar de lamp wijst staat een felle streep, de rest van de wand zakt weg in bruin dat bijna zwart wordt. Bij de glazen vaas Shani met ribbels gebeurt dat per ribbel apart. De vaas is 35 cm hoog met een basis van 30 cm, en het geribbelde oppervlak verdeelt één lamp in een reeks verticale lichtlijnen die naar de bovenrand toe smaller worden.
De schaduw eronder verandert mee. Een ondoorzichtig object werpt een donkere vorm op het blad; glas werpt een schaduw met een lichte kern erin, omdat een deel van het licht dwars door de wand heen komt en aan de andere kant weer naar buiten valt. Op een licht dressoirblad is die kern goed te zien.
Staat de lamp aan de kijkkant, dan gebeurt er weinig. Glas geeft dan alleen de weerspiegeling van de lampenkap terug en verder niets, en dat is meteen de reden dat een glazen vaas overdag mooier kan staan dan 's avonds.
Kristal verplaatst het licht naar de muur
Bij geslepen kristal blijft het niet bij de vaas zelf. Het licht dat erin gaat komt er onder een andere hoek uit, en dat betekent dat de omgeving meedoet.
De kristallen vaas Celia in amber is 19 cm hoog en 14 cm breed, opgebouwd uit gestapelde lagen die een stervorm vormen. Onder daglicht is dat een aardige structuur en verder een amberkleurig object. Onder een lamp op korte afstand staat er ineens een handvol kleine, warme lichtvlekken op het blad eromheen, en die vlekken verschuiven als je van de bank naar de deur loopt.
Diffuus daglicht kan dat niet, omdat het uit te veel richtingen tegelijk komt en de vlekken elkaar uitwissen. Voor dit effect is één puntbron nodig, en die heb je in een kamer pas 's avonds.
Parelmoer en capiz ruilen van rol
Overdag is capiz het materiaal dat oplicht. De plaatjes laten licht door, dus zodra er daglicht op valt lijkt de vaas van binnenuit te gloeien. Parelmoer doet het rustiger: het kaatst terug, met die kleurzweem die verschuift als je van kijkhoek verandert. Dat verschil, en waar het vandaan komt, staat uitgewerkt in het stuk over capiz en parelmoer naast elkaar.
's Avonds keert de rangorde om. Een capizvaas op een halconsole met alleen een spot in het plafond heeft niets meer om door te geven. Wat overblijft is een grijzig oppervlak waarop je vooral de naden tussen de plaatjes ziet, als een fijn ruitpatroon.
Parelmoer wint juist. Waar daglicht over het hele oppervlak een gelijkmatige glans legde, zet een enkele lamp er één heldere plek op, en die plek reist over het mozaïek zodra je opstaat. De kleurverschuiving die overdag subtiel blijft, van roze naar groenig, wordt in de avond scherper omdat er minder omgevingslicht is om hem te verdunnen.
Mat aardewerk is afhankelijk van de richting
Mat steengoed weerkaatst nauwelijks, dus de kleur ervan verandert 's avonds het minst van alle materialen op deze pagina. Crème blijft crème. Wat wel verandert is de textuur.
Overdag komt licht van boven en van opzij tegelijk, en dat vult elk kuiltje in het oppervlak weer op. Eén lamp op dezelfde hoogte als de vaas doet het omgekeerde: het licht scheert over de wand, elke oneffenheid krijgt een klein schaduwstaartje, en het reliëf komt naar voren.
De steengoed vaas Dotty in crème laat allebei de kanten tegelijk zien. Het lichaam is 44 cm hoog en 31 cm breed en mat afgewerkt, en daar gebeurt niets spannends. De paarse bolletjes die erop zitten zijn wél glanzend, en die worden 's avonds elk een eigen lichtpunt. Bij daglicht is het één vaas met een structuur; onder een lamp is het een matte vorm met tientallen glimmertjes erop.
Een spot recht van boven maakt dat weer ongedaan. Loodrecht licht vult de schaduwtjes op en het oppervlak wordt zo vlak als een foto.
Metaal neemt de kleur van de lamp over
Van alle materialen is metaal het enige dat de lichtbron letterlijk herhaalt. Een messingkleurig oppervlak heeft geen eigen kleur die het onder alle omstandigheden vasthoudt; het geeft terug wat erop valt. Onder een warm peertje van 2200 kelvin schuift antiek messing naar oranjerood, onder neutraal wit van 4000 kelvin naar grijsgroen. Dezelfde vaas, twee kamers, twee kleuren.
De bewerking bepaalt hoe hard dat aankomt. De aluminium vaas Leia in smoke is 37,5 cm hoog en met de hand gegraveerd in een visgraatpatroon; overdag leest dat als een gelijkmatige glans over de bol, 's avonds als afwisselend lichte en donkere banden, omdat elke groef een andere kant op wijst dan de groef ernaast.
Bij de ijzeren vaas Maleen in brass antique van 65 cm hoog werkt het via de vorm. Over het lichaam zitten meerdere trompetvormige openingen, en die zijn overdag gewoon openingen. Zodra er één lamp op staat worden het zwarte gaten in een oplichtend oppervlak en verandert het object in een silhouet met perforaties.
In een ruimte met twee zithoeken is dat verschil dagelijks te zien. Zo'n kamer heeft meestal ook twee vloerkleden die de zones markeren, en boven elke zone hangt of staat een eigen lamp. Dezelfde vaas verhuizen van de ene zone naar de andere levert 's avonds een ander object op, terwijl er om vier uur 's middags geen verschil te zien was. In het vazenassortiment staat per stuk het materiaal en de afwerking vermeld, en dat is precies het gegeven dat bepaalt wat er na zonsondergang overblijft.









