Stap één: haal de planken helemaal leeg
Zet alles op de eettafel en stof de kast af. Dat klinkt overdreven voor een klus die je in tien minuten wilde doen, en het is de enige manier om te zien wat je werkelijk hebt.
Sorteer daarna op hoogte in drie stapels: alles onder 15 cm, alles tussen 15 en 30 cm, en alles daarboven. Bij de meeste mensen zit tachtig procent in de eerste stapel, en dat is precies waarom een open kast rommelig oogt. Wat je nodig hebt zijn een paar grote dingen.
Meet eerst hoeveel ruimte je per plank hebt
Tussen twee planken zit meestal 35 tot 45 cm. Meet dat na, want die maat bepaalt alles wat volgt.
De wandkast Carter van 220 cm hoog en 50 cm diep heeft vier open schappen boven een onderkast; een kast met vijf glazen legplanken op 210 cm hoogte houdt per vak nog minder over. Een sculptuur van 60 cm, zoals het swirl-object op granieten voet, past daar dus in geen enkel vak en hoort op een dressoir of op de vloer. Reken met een object dat maximaal driekwart van de vakhoogte haalt, zodat er lucht boven blijft.
Eén zwaartepunt per plank, niet twee
Per plank kies je één object dat de aandacht trekt. Dat is het hoogste of het meest gekleurde stuk, en de rest ondersteunt.
Twee even sterke objecten op één plank werken tegen elkaar. Zet je een vaas van 50 cm links en een even hoge sculptuur rechts, dan weet het oog niet waar het moet beginnen en leest de plank als een winkelschap.
Bouw per plank een driehoek
Groepeer in drieën, met drie verschillende hoogtes: het zwaartepunt, iets van ongeveer tweederde daarvan en iets laags dat de groep aan de vloer van de plank vastzet.
Op een plank van 40 cm hoog kan dat zijn: een vaas van 30 cm, een gestapeld setje boeken van 12 cm en een plat object van 8 cm ervoor. Trek er in gedachten een lijn omheen en je hebt een driehoek in plaats van een rij.
Herhaal die vorm niet identiek op elke plank. Laat het hoogste punt per plank van links naar rechts verspringen, zodat je oog in een zigzag door de kast gaat.
Boeken zijn je bouwmateriaal
Boeken doen twee dingen tegelijk: ze vullen breedte en ze maken hoogte.
Leg drie tot vijf grote boeken plat op elkaar, ongeveer 10 tot 15 cm hoog, en zet daar één object bovenop. Zo staat een marmeren knoopsculptuur van 26 bij 20 bij 9 cm opeens op ooghoogte van de plank in plaats van plat op het hout. Waarom decoratie op een verhoging beter staat, staat uitgebreider in dit artikel over verhogingen.
Staande boeken vragen om een eindpunt. Een set boekensteunen van 15 cm hoog en 11,8 cm diep sluit een rij netjes af en telt zelf mee als object. Houd rijen kort, zes tot tien boeken, en wissel liggend en staand per plank af.
Gebruik de diepte, niet alleen de breedte
Een plank van 50 cm diep biedt ruimte voor twee lagen. Zet het grootste object achteraan, iets naar links of rechts van het midden, en plaats er een kleiner object schuin voor.
Houd de voorste rand vrij: laat het voorste object zo'n 3 tot 5 cm van de rand staan. Alles wat er precies op de rand staat, oogt alsof het eraf valt en wordt bovendien vaker omgestoten.
Kleine objecten die achteraan verdwijnen zet je op een boekenstapel of in een stolp. Een vlinder onder een glazen stolp van 11,5 bij 11,5 bij 16,5 cm is klein, maar de stolp geeft hem een omtrek waardoor hij ook van drie meter afstand blijft bestaan.
Herhaal materiaal en kleur over de planken heen
Elk materiaal moet minstens twee keer terugkomen, en niet op dezelfde plank. Staat er messing op de bovenste plank, laat het dan terugkeren op de derde. Zo trekt het oog diagonale lijnen door de kast en valt de opstelling niet in losse vakjes uiteen.
Beperk je tot drie materialen en twee kleuren plus hout. Meer dan dat en de kast wordt een verzameling. In het overzicht van decoratieve objecten zie je per stuk de afmeting staan, wat het makkelijker maakt om vooraf op hoogte te kiezen in plaats van achteraf te schuiven.
Laat ongeveer een derde leeg
Een open kast is geen vitrine die vol moet. Houd per plank zo'n 30 tot 40 procent van de breedte leeg, en laat één vak helemaal leeg of met één enkel object.
Bij een kast met vier schappen betekent dat drie ingerichte vakken en één rustpunt. Dat lege vak is wat de andere drie laat werken; meer daarover staat in leeg laten is ook inrichten.
Stap terug tot drie meter
Stylen doe je van dichtbij en kijken doe je van ver. Ga op de plek staan waar je normaal zit, meestal twee tot drie meter van de kast, en kijk alleen naar de silhouetten.
Drie dingen vallen dan meteen op: een plank waarop alles even hoog is, een object dat in de schaduw wegvalt, en een kleur die maar één keer voorkomt. Verplaats vanaf die afstand, loop terug, en herhaal het twee keer.
Blijft de kast onrustig ogen terwijl elke plank op zich klopt, dan staan er simpelweg te veel dingen in. Haal er per plank één object af en kijk opnieuw; welke kast zich daar het beste voor leent staat in de gids over een kast kiezen voor de woonkamer.









