Ga naar hoofdinhoud

Zomervakantie: bestellingen geplaatst van 15 t/m 29 augustus verzenden we vanaf 31 augustus · showroom vanaf 27 augustus op afspraak, vanaf 28 september weer normaal geopend

Eigen bezorgservice · Veilig betalen · 5.0/5 reviews
Interiori by Noenoes DecoratiesInteriori by Noenoes Decoraties naar de homepage

Stylinggids

Waarom je kamer vol oogt terwijl er weinig staat

De veelgemaakte fout bij een kamer die te vol aanvoelt, is dat er spullen uit gaan. Er verdwijnen twee objecten van de salontafel, een lijstje van de wand, en een week later voelt het precies hetzelfde. Dat komt doordat het probleem meestal niet in het aantal spullen zit maar in het aantal losse vormen, randen en hoogtes dat je oog moet verwerken. Een kamer met acht objecten kan drukker zijn dan een kamer met twintig. Hieronder staan de vier oorzaken die daar het vaakst achter zitten, en per oorzaak wat je verplaatst.

NNoenoes team6 min leestijd
Woonkamer met een crèmekleurige gebogen bouclé hoekbank, twee bronskleurige salontafels met marmeren blad, een schelpvormige vloerlamp en een rond vloerkleed

Je telt spullen, je oog telt randen

Ga in de deuropening staan en tel tien seconden lang alles wat je als losse vorm kunt aanwijzen. Niet alleen de objecten, maar ook de vier poten van de salontafel, de drie planken van de open kast, de rand van het vloerkleed, de bovenkant van de radiator, de zwarte lijst om de televisie en de losse kabel die eronderuit komt.

In een gemiddelde woonkamer kom je zo op dertig tot vijftig. Dat is het getal waar je oog mee werkt, en het staat los van hoeveel spullen je hebt. Twaalf objecten op een open stellingkast van vijf planken leveren minstens zeventien randen op. Diezelfde twaalf objecten achter twee gesloten deuren leveren er twee op.

Daar zit de hele verklaring. Meubels met slanke poten, glazen bladen met metalen frames en open kasten voegen elk een handvol lijnen toe zonder dat er iets bij komt te staan. Een zithoek met een bank op vier poten, twee fauteuils op vier poten en een salontafel op vier poten heeft twintig verticale streepjes onder ooghoogte, en die tellen mee.

Het maakt de oplossing ook meteen concreter. Je hoeft niet minder te hebben; je moet randen samenvoegen. Alles wat hieronder staat, is een manier om dat te doen.

Zeven hoogtes zijn er zes te veel

Op een dressoir van 180 cm staan bij de meeste mensen zeven of acht objecten, en die zijn allemaal net een beetje anders hoog: 12 cm, 15 cm, 19 cm, 22 cm, 26 cm, 31 cm. Je oog kan daar geen groepje van maken, want er is geen enkele plek waar twee dingen duidelijk bij elkaar horen. Het resultaat leest als een rij, en een rij van acht is druk.

Werk in plaats daarvan met drie hoogtefamilies, met flinke sprongen ertussen. Laag onder de 12 cm, midden rond de 20 tot 25 cm, hoog boven de 33 cm. Een verschil van minder dan 8 cm ziet je oog als hetzelfde, en dan doet het extra object niets behalve een rand toevoegen.

Op zo'n dressoir zet je dan bijvoorbeeld één hoog stuk, één middenstuk en twee lage samen. De keramische vaas in taupe-zand van 27 cm breed en 34,5 cm hoog is een duidelijke hoge, met een geribbeld oppervlak dat op afstand nog leesbaar blijft. Wat je ernaast zet, hoort dan onder de 25 cm te blijven, anders krijg je twee middenformaten die om dezelfde plek vechten.

Voor het tellen helpt een simpele controle: knijp je ogen half dicht. Wat dan samensmelt tot één vlek, hoort bij elkaar en telt als één. Blijven er zes losse vlekjes over op één meubel, dan staat er zes keer iets dat om aandacht vraagt, ongeacht hoe klein de stukken zijn.

Hetzelfde geldt een schaal groter, voor de meubels zelf. Een dressoir van 80 cm hoog, een kast van 200 cm, een zwevende plank op 130 cm en een televisie waarvan de bovenkant op 145 cm zit: dat zijn vier bovenranden op vier hoogtes in één wand. Twee daarvan gelijktrekken of een van de vier weghalen scheelt meer dan het opruimen van de hele plank.

Klein spul op ooghoogte weegt het zwaarst

Niet elke centimeter in de kamer kost evenveel aandacht. De band tussen ongeveer 120 en 170 cm hoogte is waar je blik standaard hangt als je staat, en rond 110 tot 120 cm als je zit. Alles wat daar staat, kijk je actief aan.

Precies in die band hangen bij veel mensen de kleinste dingen: een plank met zes lijstjes van 10 cm, een sleutelbakje, een rijtje kaarsen op de schouw, magneten op de koelkast. Elk stuk is nietig en samen vragen ze meer aandacht dan een tafel vol.

De ingreep is verplaatsen, niet weggooien. Alles onder de 15 cm gaat naar een vlak onder de 90 cm, waar je erop neerkijkt en het silhouet verdwijnt tegen het blad. Wat op ooghoogte overblijft, is een klein aantal grote vormen: één stuk per plank, of drie stuks die duidelijk bij elkaar horen.

Er is één uitzondering die de moeite waard is. Eén groot stuk mag daar juist wel hangen of staan, en hoe groter hoe rustiger. Een schilderij van 100 bij 70 cm op ooghoogte is één rand; vier lijstjes van 30 bij 40 cm die samen hetzelfde vlak vullen zijn er vier, met drie stukken lege muur ertussen die het oog ook nog moet verwerken.

Test het met een foto. Maak een kiekje van de wand met je telefoon en kijk ernaar op het schermpje. Op die schaal valt precies weg wat te klein is om te tellen, en wat je op de foto nog kunt aanwijzen is wat er echt staat. Dat het huis fotograferen ook andere dingen zichtbaar maakt, staat in het huis fotograferen.

Lijnen die net niet uitkomen

Een kamer zit vol horizontale lijnen die je niet bewust ziet: de plint, de onderdorpel van het raam, de bovenkant van de deurkozijnen op meestal 231 cm, de rand van de vensterbank. Meubels en decoratie leggen daar hun eigen lijnen overheen, en de onrust ontstaat als die er net naast zitten.

Twee bovenranden die 6 cm schelen lezen als een fout. Diezelfde twee met 30 cm ertussen lezen als een keuze. Kies dus per wand: gelijk of duidelijk verschillend, nooit bijna gelijk.

Dat geldt ook voor wat je ophangt. Hang je iets boven de bank, houd dan 20 tot 25 cm tussen de rugleuning en de onderkant van de lijst, en laat de breedte van het geheel ongeveer tweederde van de bank beslaan. Alles daartussenin gaat zweven. Hoe dat per wandvlak uitpakt staat in wanddecoratie boven de bank.

De laatste categorie lijnen is de vervelendste, omdat niemand hem meekoopt: snoeren. Een tv-kabel, een laadsnoer en de draad van een schemerlamp die diagonaal door het beeld lopen, doen aan de onrust net zoveel als drie extra objecten. Ze kosten een middag om weg te werken en dat is de goedkoopste ingreep in dit hele rijtje.

Als niets zich herhaalt, valt niets samen

Drie losse objecten die niets met elkaar te maken hebben, blijven drie objecten. Drie objecten die dezelfde vorm of dezelfde hoogte-opbouw delen, worden er één, en dat is precies wat een kamer rustiger maakt zonder dat er iets verdwijnt.

Herhaling van vorm werkt daarbij sterker dan herhaling van kleur. Drie ronde silhouetten in verschillende materialen groeperen sneller dan drie beige objecten in verschillende vormen. De set van drie kandelaars met glazen houders op een metalen frame, twee van 48 cm en één van 58 cm hoog, is daar een schoolvoorbeeld van: hetzelfde profiel, één sprong in hoogte, en je oog ziet één groep in plaats van drie kaarsen.

De tweede manier is letterlijk een rand om iets heen leggen. Zes losse dingen op een salontafel geven zes silhouetten; diezelfde zes op een dienblad geven er één. Een rond blad van 50 cm doorsnee en 2 cm dik, zoals het ronde dienblad in khaki taupe, pakt de afstandsbediening, het glas, de kaars en het schaaltje in één contour samen. Op een salontafel van 120 cm laat dat nog altijd ruim de helft van het blad vrij. In de dienbladen en schalen zit voor bijna elk bladformaat een maat die dat kan.

Loop tot slot dezelfde ronde nog een keer, maar dan met de vraag welke twee dingen naar een andere kamer kunnen. Objecten die op zichzelf goed zijn maar in deze kamer een zevende hoogte of een achtste rand toevoegen, doen het twee deuren verderop vaak meteen wel. Voor wat er in een kamer bewust leeg mag blijven staat leeg laten is ook inrichten.

Meer stylinginspiratie