Ga naar hoofdinhoud

Zomervakantie: bestellingen geplaatst van 15 t/m 29 augustus verzenden we vanaf 31 augustus · showroom vanaf 27 augustus op afspraak, vanaf 28 september weer normaal geopend

Eigen bezorgservice · Veilig betalen · 5.0/5 reviews
Interiori by Noenoes DecoratiesInteriori by Noenoes Decoraties naar de homepage

Stylinggids

Je eigen interieur fotograferen: licht, hoogte en hoek

Een foto van je eigen huis valt bijna altijd tegen. De kamer voelt licht en ruim als je erin staat, en op het scherm is het een schuine, gele hoek met een snoer in beeld. Dat ligt zelden aan de camera. Het ligt aan het moment, de hoogte waarop je hem houdt en aan de dingen die je zelf niet meer ziet. Hieronder staat wat er wel werkt, in de volgorde waarin je het doet. En als bonus: een foto is het eerlijkste hulpmiddel dat er bestaat om te zien wat er in een kamer nog niet klopt.

NNoenoes team5 min leestijd
Woonkamerhoek met een televisie op een goudkleurige console, een ronde klok aan de muur, grijze gordijnen en een lichte eetkamerstoel

Stap één: leg de telefoon even weg

Fotograferen begint met opruimen, en dat duurt langer dan het fotograferen zelf. Een camera ziet alles even scherp: de oplader op de vloer, de post op de eettafel, het theedoekje over de ovendeur. Jouw ogen filteren die dingen weg omdat je er elke dag langsloopt. De lens doet dat niet.

Loop de kamer rond en haal weg wat er niet hoort. Daarna haal je nog eens een derde weg van wat er wel hoort. Losse kleine dingen die toch moeten blijven, breng je samen op één vlak: een dienblad van 38 cm met bamboegrepen op de salontafel maakt van vijf losse voorwerpen één groep, en één groep fotografeert rustiger dan vijf losse dingen.

Trek dan de kussens recht en schud ze op. Klinkt overdreven, scheelt op de foto het meest.

Het uur waarop het licht meewerkt

Fel middagzon door een raam levert een wit vlak op waar het raam zat en een donkere hoek aan de andere kant. Die twee uitersten kan geen camera tegelijk aan.

De beste momenten zijn een uur of twee na zonsopkomst en hetzelfde interval voor zonsondergang, of gewoon een dag met een dun wolkendek. Zacht licht van buiten vult de hele kamer in plaats van er een streep in te branden.

Kies daarnaast één soort licht. Daglicht is blauwig, rond 5500 tot 6500 kelvin, en een gewone huiskamerlamp is warm geel rond 2700. Staan beide aan, dan krijg je een foto met een gele en een blauwe helft, en dat is achteraf nauwelijks te herstellen. Doe dus alle lampen uit en fotografeer op daglicht, of sluit de gordijnen en fotografeer alleen op lamplicht. Meer over die getallen staat in kleurtemperatuur en kelvin.

Op welke hoogte je hem houdt

De meest gemaakte fout is fotograferen op ooghoogte, staand, met de telefoon voor je gezicht. Vanaf 165 cm kijk je op alles neer: het tafelblad wordt een groot vlak, de bank ziet er laag uit en de vloer vult de onderste helft van het beeld.

Voor een hele kamer werkt 120 tot 140 cm beter. Dat is ongeveer borsthoogte en het is ook de hoogte van waaraf je de kamer beleeft als je zit. Voor een tafel of een dressoir ga je nog lager: houd de camera net boven het blad, zodat je langs de objecten kijkt in plaats van erop.

Houd het toestel daarbij recht. Kantel je hem naar beneden, dan gaan de verticale lijnen van deurposten en kasten naar elkaar toe lopen en valt de kamer optisch om. De verwante regel voor waar je dingen ophangt staat in ooghoogte in huis.

Recht op de wand of vanuit de hoek

Er zijn twee betrouwbare posities en de rest is experimenteren.

De eerste is recht van voren: je gaat in de deuropening of tegen de tegenoverliggende wand staan en houdt de camera evenwijdig aan de achterwand. Alles staat dan symmetrisch in beeld en de kamer leest rustig. Dit is ook precies de blik waarmee een bezoeker binnenkomt, dus je ziet meteen wat er in de zichtlijn vanaf de deur niet klopt.

De tweede is vanuit een hoek van de kamer, ongeveer 45 graden gedraaid. Je krijgt dan diepte: twee wanden, een voorgrond en een achtergrond. Deze hoek maakt een kleine kamer groter dan hij lijkt.

Gebruik de gewone lens, niet de ultragroothoek. Die trekt alles aan de randen uit elkaar, en een bank die aan de zijkant van het beeld staat wordt daardoor anderhalve meter langer dan hij is. Liever twee stappen achteruit dan een bredere lens.

Wat er uit beeld moet

Snoeren zijn de grootste stoorzender, en de meeste zijn in twee minuten op te lossen: schuif de lamp iets, leg het snoer achter de poot, of haal de stekker er even uit.

Verder uit beeld: afstandsbedieningen, opladers, de wasmand, de deurmat als hij scheef ligt, de prullenbak in de keuken, en alles wat een merknaam of een tekst draagt. Tekst trekt het oog altijd naar zich toe, ook heel kleine tekst.

Kijk daarna nog een keer naar de randen van het kader. Daar sluipt bijna altijd nog iets binnen: een halve stoel, de rand van een radiator, de punt van een schoen. Een half meubel aan de rand van de foto leest als een fout, terwijl een heel meubel in beeld gewoon meubilair is.

Wat de foto verraadt over de kamer

De reden om je eigen huis te fotograferen, ook zonder dat je iets verkoopt, is dat een foto het beeld plat maakt en daardoor eerlijk. Verhoudingen die je in het echt niet opmerkt, springen er op een scherm meteen uit.

Drie dingen komen bijna altijd naar boven. Het vloerkleed is te klein: op de foto zie je een eiland dat nergens aan raakt, en dan klopt de maat niet met wat er in vloerkleed maat kiezen staat. De objecten hebben allemaal dezelfde hoogte: een groepje op een dressoir werkt pas als er verschil in zit, bijvoorbeeld met een kandelaar van 35,5 cm naast iets van 15 cm. En de kamer is horizontaal: alles staat laag, en boven de meubels begint een leeg vlak. Een plant of boom van 150 cm, zoals een strelitzia in een zwarte pot, vult die hoogte in één keer op. Er is meer keuze bij de kunstbomen als de hoek waar het om gaat groter is.

Maak daarom de foto voordat je gaat verschuiven, en nog een keer erna. Het verschil is meestal groter dan je verwacht.

Rechtzetten, en daarna afblijven

Twee bewerkingen doen het meeste werk. De eerste is rechtzetten: bijna elke telefoonfoto staat één of twee graden scheef, en in een interieur met deurposten en kozijnen valt dat direct op. Elke fotoapp heeft daar een schuifje voor.

De tweede is helderheid, voorzichtig omhoog, en schaduwen iets ophalen zodat de donkere hoek weer meedoet. Verder is het verstandig om af te blijven. Een zwaar filter geeft muren een kleur die ze niet hebben, en dat wordt pijnlijk zichtbaar zodra iemand in het echt in de kamer staat.

Fotografeer dezelfde hoek een paar keer per jaar. Na een tijdje heb je een reeks waarin je precies terugziet welke verandering het verschil maakte, en dat is een prettiger geheugen dan proberen te onthouden hoe het ook alweer stond.

Meer stylinginspiratie