De fout: allebei de wanden gebruiken
In een hal van 110 cm breed hangt links een kapstok en staat rechts een bankje. Wat overblijft is een doorgang van 50 cm waar twee mensen niet langs elkaar komen. Het gevoel dat de hal krap is, komt dan niet van de breedte van de muren maar van de breedte van het pad ertussen.
Kies daarom één wand. Die krijgt alles: spiegel, licht, meubel, haken. De andere wand blijft leeg, of hangt hooguit iets van een paar centimeter dik. Dat is de ingreep met het grootste effect, en hij kost niets.
Meet de doorloop voordat je iets ophangt
Trek een meetlint van muur tot muur en tel af wat de dikste ingreep gaat kosten. Voor comfortabel langslopen wil je 90 cm vrij houden. Tussen 75 en 90 cm loopt het nog prima voor één persoon tegelijk. Onder de 70 cm gaat het knellen zodra iemand een tas draagt.
Een hal van 120 cm breed met een meubel van 30 cm diep houdt dus 90 cm over. Precies goed. Zet daar een console van 40 cm neer en je zit op 80 cm, wat nog steeds werkt maar wel merkbaar smaller voelt.
Eén spiegel, en dan een grote
De spiegel is de enige ingreep die de hal optisch verlengt in plaats van vult. Hang er dan ook maar één, en maak hem groot genoeg om er iets van te merken. Een wandspiegel van 100x100 cm op de lange wand doet meer dan drie kleine spiegeltjes bij elkaar.
Waar hij hangt, bepaalt wat hij weerkaatst. Recht tegenover een raam of een lichtpunt geeft de meeste winst; recht tegenover een dichte muur verdubbelt alleen die muur. In een hal zonder daglicht hangt de spiegel het beste tegenover de lichtbron die je toch al aanzet. Hoe je de hoogte bepaalt staat in het stuk over een spiegel ophangen op de juiste hoogte.
Licht op ooghoogte in plaats van alleen aan het plafond
Eén plafondlamp in het midden geeft een vlakke hal met donkere uiteinden. Twee lichtpunten op ongeveer 160 cm hoogte, verdeeld over de lengte, laten de wand oplichten en trekken het oog naar achteren.
Diepte is hier de beperking. Een wandlamp van 11,5 cm diep neemt bijna niets van je doorloop af, terwijl een lamp die 25 cm uitsteekt precies op schouderhoogte in de weg hangt. Kijk bij de wandlampen dus eerst naar de diepte en pas daarna naar de vorm.
Houd de vloer vrij
Alles wat op de vloer staat, maakt de hal korter. Schoenen, paraplubak, boodschappentassen: samen kosten ze vaak een halve meter vloer aan de lange kant, en dat is precies de meter die de hal ruim laat lijken.
Er is één uitzondering en dat is een loper. Een smalle loper van 70 tot 80 cm breed die in de lengte ligt, trekt de blik naar de achterwand en maakt de hal langer in plaats van korter. Leg hem in het midden met aan beide zijden ongeveer evenveel vloer vrij.
Pas dan een meubel, en niet dieper dan 35 cm
Nu er ruimte over is, kan er een meubel bij. In een hal onder de 130 cm breed werkt alleen iets slanks: een console met een blad van 30 tot 35 cm diep, opgetild op poten zodat je de vloer eronder blijft zien.
Materiaal telt hier mee. Een console met een glazen blad en een dun ijzeren frame van 110 cm breed en 75 cm hoog neemt visueel minder ruimte in dan een dicht kastje van dezelfde maat, omdat je er doorheen kijkt. Een staande kapstok van 172 cm hoog met een voetdiepte van 42 cm is in diezelfde hal juist te veel: mooi meubel, verkeerde plek. Die hoort in een entree die minstens 160 cm breed is.
Wat er aan de muur mag, en wat niet
Vlak werkt, uitstekend niet. Aan de wand waar je langs loopt hangt alles het beste onder de 5 cm dik: een spiegel, een lijst, een vlak paneel. Aan de kopse wand aan het eind van de hal mag het dikker en groter, want daar loop je niet langs maar naartoe.
Haken op 170 cm hoogte werken in de meeste halen, met twee jassen in het zicht en de rest in de kast. Dat principe staat verder uitgewerkt in het stuk over de entree en de kapstok.
Kleur: houd de wanden en de plint in dezelfde toon
Een hal wordt visueel korter zodra hij in stukken wordt geknipt. Een donkere plint, een lichte muur en een afwijkende kleur op de kopse wand geven drie horizontale banden, en elke band is een streep waar het oog stopt.
Houd wand, plint en deurlijsten daarom in één tint of in twee tinten die dicht bij elkaar liggen. Wil je toch kleur, zet die dan op de achterste wand: die trekt de blik naar het eind van de gang, en juist die diepte wil je laten zien.
Wat je weglaat in een hal onder de 100 cm
Onder de 100 cm breed valt het meubel af. Er blijft dan ruimte voor drie dingen: een spiegel, wandlicht en haken. Dat is genoeg, en het is meer dan de meeste smalle halen nu hebben.
Wat je nog kunt toevoegen zit op hoogte in plaats van op de vloer: een smalle plank van 12 cm diep op 120 cm hoogte draagt sleutels en post zonder dat je er tegenaan loopt. Zoek je nog een spiegel die op de maat van je wand past, dan geeft de vergelijking van spiegels een goed beeld van welke formaten er zijn.
Bekijk alle spiegels
Bekijk de collectie





