Ga naar hoofdinhoud

Zomervakantie: bestellingen geplaatst van 15 t/m 29 augustus verzenden we vanaf 31 augustus · showroom vanaf 27 augustus op afspraak, vanaf 28 september weer normaal geopend

Eigen bezorgservice · Veilig betalen · 5.0/5 reviews
Interiori by Noenoes DecoratiesInteriori by Noenoes Decoraties naar de homepage

Stylinggids

De linnenkast: hoeveel beddengoed heb je echt nodig?

Een linnenkast loopt zelden vol omdat er te weinig ruimte is. Hij loopt vol omdat er dingen in liggen die nergens anders passen, en omdat de stapels na drie wasbeurten geen stapels meer zijn. Het meeste winst zit niet in een opbergsysteem maar in een paar keuzes: hoeveel sets je aanhoudt, hoe diep je vouwt en wat er beslist niet naast je lakens hoort.

NNoenoes team6 min leestijd
Opgevouwen beige plaid met hoogpolige, golvende vacht en een gladde achterkant, op een witte ondergrond

Stap één: haal de kast helemaal leeg

Sorteren terwijl de stapels blijven staan levert niets op. Je schuift twee dekbedovertrekken opzij, ziet dat het achterste vak vol zit met dingen die je niet meteen herkent, en legt alles terug zoals het lag.

Leg daarom eerst alles op het bed. Dat is de enige plek in huis die groot genoeg is en waar je niet omheen kunt lopen, dus je bent gedwongen af te maken waar je aan begonnen bent. Maak drie stapels: wat er het afgelopen jaar op een bed heeft gelegen, wat je bewust voor logés bewaart, en wat er alleen ligt omdat het ooit is gekocht.

Die derde stapel is bijna altijd de grootste. Versleten hoeslakens met uitgerekt elastiek, een dekbedovertrek in een kleur die niet meer bij de kamer past, losse slopen waarvan de bijbehorende set allang weg is.

Hoeveel sets beddengoed heb je echt nodig

Twee per bed dat in gebruik is. Eén ligt op het bed, één ligt in de kast, en op wasdag wisselen ze om. Meer dan dat gaat niet rouleren maar liggen.

Voor een logeerbed is één set genoeg, want dat bed staat de rest van het jaar leeg. Bij een kinderbed reken je met drie: er is een nacht waarin je om half twee het bed verschoont, en dan wil je niet ontdekken dat de reserveset in de wasmachine zit.

Alles boven dat aantal kost plankruimte die je nodig hebt om de rest netjes te houden. Een kast waarin de stapels tegen de bovenplank aan drukken, valt om zodra je er iets tussenuit trekt.

Handdoeken en beddengoed horen niet op dezelfde plank

Badstof pluist. Nieuwe handdoeken laten maandenlang korte vezels los, en die vezels komen terecht op alles wat ernaast ligt, waar ze op een donker dekbedovertrek meteen te zien zijn.

Er is nog een reden, en die weegt in de praktijk zwaarder. Handdoeken pak je elke dag, beddengoed om de week of om de twee weken. Elke greep in een stapel die dagelijks wordt aangeraakt, trekt die stapel scheef, en als je beddengoed ernaast ligt gaat het mee. Na een maand is de hele plank een hoop in plaats van een stapel.

Handdoeken komen bovendien vaker halfdroog uit de droger dan lakens, omdat badstof veel meer vocht vasthoudt. Dat vocht komt in een gesloten kast in de stapel ernaast terecht.

Heb je maar één kast, zet de twee dan op verschillende hoogtes. Handdoeken op de plank die je zonder bukken of reiken pakt, beddengoed een plank hoger of lager.

Vouwen naar de diepte van de plank

De maat van je pakketje bepaal je niet met een vaste vouwmethode maar met de plank waar het op komt. Vouw een dekbedovertrek zo dat het pakket net iets smaller is dan de plank diep is: op een plank van 40 cm dus tot ongeveer 35 cm.

Steekt het pakket uit, dan valt de voorste rand naar beneden zodra je er iets naast schuift. Vouw je veel kleiner, dan blijft er achterin een strook over waar dingen verdwijnen die je pas bij de volgende grote beurt terugvindt.

Leg de gesloten vouw naar voren en de losse randen naar achteren. Een stapel met open randen naar de kamer gekeerd oogt rafelig, ook als alles er even zorgvuldig in ligt.

Elke set in zijn eigen kussensloop

Stop het hoeslaken, het dekbedovertrek en één sloop in de tweede sloop van dezelfde set. Wat je op de plank overhoudt is één rechthoekig pakket per bed, met de kleur en het dessin aan de buitenkant zichtbaar.

Het voordeel merk je op het moment dat het uitmaakt: je pakt in het donker één ding uit de kast en je hebt alles wat je nodig hebt. Geen tweede ronde om een sloop te zoeken dat inmiddels onder de handdoeken ligt.

Bij dik flanel of winterbeddengoed lukt het niet. Dat propt zo strak in de sloop dat je hem er de volgende keer nauwelijks uit krijgt, en de vouwen zitten er dan dagen later nog in. Leg zo'n set gewoon los op elkaar, met het hoeslaken onderop.

De stapel die je van onderaf gebruikt

Leg de gewassen set onderop, niet bovenop. Anders gebruik je maandenlang dezelfde twee sets en blijft de rest onderin liggen tot het textiel er stug uitziet van het stilliggen.

Bij twee sets per bed gaat dat vanzelf goed, want die wisselen elkaar af. Vanaf drie heb je de afspraak nodig, en dan is één vaste kant van de kast handiger dan een systeem: links de sets die net gewassen zijn, rechts die aan de beurt zijn.

Dezelfde logica gebruik je voor de rest van het huis, waar spullen die zichtbaar blijven staan een eigen vorm nodig hebben in plaats van een eigen kast. Dat staat uitgewerkt in opbergen in het zicht.

Dekens en plaids vragen hun eigen plank

Een grote plaid vouwt niet naar hetzelfde formaat als een laken. De Nordic Plush in beige van 200 bij 300 cm heeft een volle, hoogpolige bovenzijde, en opgevouwen blijft dat pakket dik en veerkrachtig. Leg je hem midden in een stapel lakens, dan staat de hele stapel scheef.

Hoogpolig textiel wil je ook niet maandenlang platgedrukt bewaren onder een halve kast beddengoed, want de vacht komt daar niet meer helemaal uit terug. Onderop of op een eigen plank dus, met niets zwaars erbovenop. Welke maat je nodig hebt om een bed of bank echt te bedekken, staat in plaid kiezen op formaat en materiaal, en de rest van de maten zie je bij sierkussens en plaids.

In een kast met open planken, zoals de Tivoli van 210 cm hoog met drie open legplanken, doet de bovenste vouw mee als decoratie. Daar leg je de plaid met de mooie kant naar buiten en houd je de rommelige stapels achter de deuren onderin.

Wat er in de linnenkast belandt en er niet hoort

De linnenkast is meestal de enige kast met diepe planken en een deur ervoor, en daarom trekt hij alles aan wat nergens anders past. Cadeaupapier, een koffer, twee reservekussens, de kerstslinger, een doos medicijnen.

Haal die dingen eruit, ook als er ruimte over is. Zodra er iets tussen ligt dat je maar twee keer per jaar nodig hebt, moet je bij elke wasdag ergens omheen werken, en dat is precies het moment waarop stapels omvallen. Voor de seizoenspullen is er een betere plek en een betere methode, zie decoratie opbergen tussen de seizoenen.

Wat er wel hoort zijn de kleine dingen die bij textiel horen: reserveknopen, naaigerei, wasetiketten, een rolletje lint. Die liggen los binnen een week onder de stapels. Een gesloten doos zoals de Jett van 16 bij 16 bij 8 cm houdt ze bij elkaar, en het bamboe handvat betekent dat je hem van een hoge plank kunt pakken zonder eerst een stapel opzij te zetten. Meer maten staan bij opbergen.

Vocht, geur en een kast die weken dicht blijft

Beddengoed dat net niet helemaal droog is, ruikt na twee weken in een gesloten kast muf, en die geur gaat er alleen uit door opnieuw te wassen. Voel bij de naden en de zoom van het hoeslaken: het middenvlak is altijd het eerst droog en de dikke randen het laatst. Voelen die koel aan, dan is het nog niet zover.

Bewaar niets in plastic hoezen. Katoen en linnen moeten kunnen ademen, en in plastic blijft het beetje vocht dat er nog in zit precies waar het zit.

Let ten slotte op licht. Gekleurd katoen dat maandenlang op een open plank naast een raam ligt, verschiet aan de bovenkant van de vouw, en die streep krijg je er niet meer uit. Op een open plank leg je dus de neutrale kleuren en achter de deur het gekleurde goed. Hoe je textiel verder in conditie houdt, van wasvoorschriften tot drogen, staat in textiel wassen en onderhouden.

Veelgestelde vragen

Hoeveel sets beddengoed heb je per bed nodig?+

Twee per bed dat in gebruik is: één op het bed en één in de kast, die op wasdag omwisselen. Voor een logeerbed is één set genoeg. Bij een kinderbed reken je met drie, omdat een bed midden in de nacht verschoond moet kunnen worden terwijl de reserveset in de was zit.

Waarom leg je handdoeken en beddengoed niet op dezelfde plank?+

Badstof laat maandenlang korte vezels los die zichtbaar op donker beddengoed blijven liggen. Bovendien pak je handdoeken dagelijks en beddengoed om de week, dus elke greep trekt de stapel ernaast scheef. Handdoeken komen ook vaker halfdroog uit de droger, en dat vocht trekt in een gesloten kast in de stapel ernaast.

Hoe voorkom je dat beddengoed muf ruikt in de kast?+

Berg alleen textiel op dat helemaal droog is: voel bij de naden en de zoom, want die drogen het laatst. Gebruik geen plastic hoezen, want katoen en linnen moeten kunnen ademen. Een geurzakje maskeert een vochtprobleem wel maar lost het niet op; zet de kastdeur dan liever een middag open.

Meer stylinginspiratie