Stap een: uitzoeken of het natuurlijk of synthetisch is
Pak het object op en laat een druppel water op een baan vallen. Natuurlijk vlechtwerk trekt hem binnen tien seconden op en wordt op die plek donkerder; synthetisch touw laat de druppel staan tot je hem wegveegt. Duw daarna met je nagel in een baan: plantaardige vezel geeft een klein deukje dat langzaam terugkomt, kunststof geeft niet mee.
Er is nog een tweede aanwijzing. Natuurlijk materiaal verschilt per baan van kleur, met lichte en donkere stukken door elkaar. Synthetisch touw herhaalt zijn dessin, meestal om de paar centimeter precies hetzelfde. Een gevlochten oppervlak dat er van twee meter afstand uitziet als riet kan gewoon textiel zijn: de lampenkap Filou van 50 cm doorsnee en 38 cm hoog heeft een geweven structuur over een ijzeren frame, maar de buitenbekleding is 100 procent polyester en vraagt dus niets van wat hieronder staat.
De rest van dit stuk gaat over wat er misgaat na het eerste jaar. Het stofzuigen met de borstelopzet, het vochtig afnemen en de plekken waar een vlecht doorzakt staan al in het stuk over rotan, riet en zeegras; dat wordt hier niet herhaald.
Uitdrogen gaat langzaam en je ziet het te laat
Plantaardige vezel neemt vocht op uit de lucht en staat het weer af, tot hij in evenwicht is met de kamer. In het stookseizoen zakt de luchtvochtigheid binnen vaak naar 25 tot 35 procent, en dan geeft het materiaal maandenlang af zonder dat er iets zichtbaars gebeurt.
De signalen komen pas als het al ver is. De banen voelen ruw in plaats van glad, de kleur trekt naar lichter en doffer, en een mand die je optilt kraakt op de plek waar hij eerst niets deed.
Kijk als eerste naar de dunste banen en naar de afwerkrand, want daar is de verhouding tussen oppervlak en volume het ongunstigst. Wat een hygrometer in de kamer laat zien is bruikbaarder dan wat je aan het object voelt: onder de 40 procent loopt de schade op, tussen 45 en 55 procent gebeurt er niets.
Herbevochtigen werkt, maar niet altijd
Vochtig maken en laten drogen trekt een uitgerekt weefsel weer strak. Dat werkt op onbehandeld natuurlijk vlechtwerk en nergens anders op.
Doe het als volgt. Werk aan de onderkant, met een uitgeknepen spons, zodat je de banen bevochtigt en niet het lakwerk van de rand. Leg het object daarna plat in een kamer van rond de 20 graden en laat het 24 tot 48 uur staan zonder het te belasten. Geen föhn, geen radiator, geen zon: dat droogt de buitenkant sneller dan de kern en levert precies de spanning op die je wilde weghalen.
Er zijn drie situaties waarin je het niet moet doen. Bij een gelakte of geverfde vlecht komt het water er niet in en blijft het als een plas op het oppervlak liggen. Bij een baan die al gespleten is, duwt het vocht de splijting verder open. En bij synthetisch touw levert het niets op, omdat de vezel geen vocht opneemt.
Staat het hele huis te droog, dan is de kamer het probleem en niet het object. Een luchtbevochtiger die je op 45 tot 55 procent instelt brengt de hele collectie tegelijk terug, inclusief het hout.
Losse eindjes en gebroken vlechtdraden
Twee dingen die op elkaar lijken en anders behandeld worden. Een los eindje aan de afwerkrand is een baan die uit zijn omwikkeling is geschoten. Een gebroken vlechtdraad zit midden in het vlak en heeft aan twee kanten een uiteinde.
Voor het losse eindje: leg een natte doek een kwartier op het uiteinde, zodat de vezel weer buigzaam wordt. Werk hem daarna terug met iets stomps, een breinaald of het achtereind van een lepel, in de richting waarin hij eruit gekomen is. Zet hem vast met een druppel houtlijm en klem hem 30 tot 60 minuten met een wasknijper.
Een gebroken vlechtdraad in een zitting of een bodem is ernstiger, omdat de belasting nu door de buren wordt opgevangen. Gebruik dat vlak niet meer tot het gerepareerd is, want een gat van een centimeter groeit binnen enkele weken naar drie. Een scherp uiteinde dat blijft steken schuur je licht weg met korrel 240, in de vezelrichting.
Zon vreet de kleur er ongelijk uit
Ultraviolet licht breekt de kleurstof in plantaardige vezel af, en dat gaat sneller dan de meeste mensen verwachten: een zomer achter een raam op het zuiden is genoeg voor een zichtbaar verschil. Vervelend is vooral dat het ongelijk verloopt. Alleen de kant die naar het raam wijst verbleekt, dus je krijgt een object met twee kleuren.
Draai gevlochten objecten die in het volle licht staan elke twee tot drie maanden een halve slag. Haal ook de plantenpot of de stapel boeken weg die er permanent op staat, want daar blijft een donkere vlek achter die je later niet meer wegkrijgt. Verbleking is niet terug te draaien: eenmaal licht blijft licht.
Voor de plekken waar de zon écht binnenkomt is het slimmer om het licht te sturen dan het object te verplaatsen, en daar gaat dit stuk over zonlicht sturen met gordijn, lamel of folie verder op in. Buiten kies je meteen materiaal dat ervoor gemaakt is: de buiten vloerlamp Lunar van 152 cm met een gevlochten kap van 40 cm doorsnee heeft een touwkap van olefine, en die houdt zijn kleur waar echt rotan in één seizoen doffer wordt.
Schimmel zit in de holtes voor je hem ziet
Boven ongeveer 65 procent luchtvochtigheid, in een ruimte zonder luchtbeweging, krijgt schimmel grip op plantaardige vezel. De eerste plekjes zijn grijsgroen of zwart en zitten in de holtes van de vlecht, niet op de bovenkant van de banen, dus je ruikt ze eerder dan je ze ziet.
Werk buiten als het zover is. Borstel de plekken eerst dróóg weg met een zachte borstel; ga je er met een natte doek overheen, dan wrijf je de sporen juist dieper de vlecht in. Neem daarna af met lauw water met een scheut schoonmaakazijn, en laat het object drogen in de schaduw met wat luchtbeweging eromheen. Volle zon droogt de buitenkant te snel en trekt de banen krom.
Voorkomen is een kwestie van lucht eronder en eromheen. Zet gevlochten objecten niet plat tegen een koude buitenmuur, berg ze in de winter niet op in een gesloten plastic bak, en gebruik een binnenpot met schotel als je erin plant. Een kokosvaas van 43 cm doorsnee en 22 cm hoog is gemaakt van natuurlijke kokosnootschalen en verdraagt water dat erin blijft staan net zo slecht als een mand dat doet. Waar condens in huis vandaan komt en wat je eraan doet staat in het stuk over vocht en condens.
Synthetisch vlechtwerk vraagt het tegenovergestelde
Kunststof touw wil geen vocht en geen olie, maar wel af en toe een sopje. Milde zeep, lauw water, een zachte borstel langs de banen en naspoelen: meer is het niet, en het mag een paar keer per jaar.
Meubelwas en olie zijn hier een fout die je een seizoen lang blijft zien. De vezel neemt niets op, dus de laag blijft aan de buitenkant zitten, wordt plakkerig en houdt stof vast in precies de holtes waar je hem net uit hebt gehaald.
De zwakke plek zit ergens anders. Olefin rope met hoge UV-stabiliteit, zoals in de handgeweven zijpanelen van de outdoor eetkamerstoel Nuba van 45 bij 58 cm met een zithoogte van 49 cm, gaat jaren mee in de zon, maar het zitkussen en het aluminium frame vragen hun eigen aandacht. Bewaar de kussens droog en niet opgestapeld onder een zeil, want daaronder ontstaat dezelfde stilstaande lucht waar natuurlijk materiaal last van heeft. Welk buitenmateriaal wat verdraagt staat naast elkaar in het overzicht van materialen voor tuinmeubelen, en de serie zelf bij tuinmeubelen.









