Water is het enige echte risico
Neem de buitenkant nooit af met een natte doek en gebruik geen schoonmaakmiddel. Water kruipt tussen de schelpjes door en tast de laag eronder aan, en dat merk je pas als er eentje loslaat.
Binnenin geldt hetzelfde. Zet echte bloemen altijd in een glazen binnenvaasje of een losse pot, en giet nooit rechtstreeks water in de vaas.
Dit speelt het sterkst bij vazen met een geschubd oppervlak, waar de randen van de schelpen omhoog staan en vocht makkelijk onder de rand trekt. Bij de schelpenvaas bowl in crème met mother of pearl, 34 cm doorsnee met een honingraatpatroon, zie je die opstaande randen goed: elk zeshoekje heeft een naad waar water in kan blijven staan.
Zijden en kunstbloemen hebben dat probleem niet. Dat is precies de reden dat de meeste opgemaakte exemplaren daarmee gevuld zijn, en waarom een vaas met zijden takken jarenlang kan staan zonder dat je er iets aan doet.
Als er toch water op is gekomen
Eén plens is geen ramp, vocht dat blijft liggen wel. Dep de plek meteen droog met keukenpapier: recht naar beneden drukken, niet wrijven, want wrijven duwt het water juist onder de randen van de schelpjes.
Laat de vaas daarna op kamertemperatuur drogen. Niet op de verwarming en niet met warme lucht, want snel drogen trekt de lijmlaag krom en dan komt de schade alsnog, alleen een week later.
Zie je na het drogen een doffe sluier op het parelmoer, wacht dan een paar dagen voordat je iets doet. Meestal trekt die weg zodra het laatste vocht uit de naden is. Blijft hij zichtbaar, wrijf dan één keer zacht met een droge microvezeldoek in de richting van de schelpen. Meer is zelden nodig.
Stof afnemen in de richting van de schelpen
Gebruik een droge, zachte doek of een plumeau, en beweeg altijd mee met de richting waarin de schelpjes liggen. Ga je ertegenin, dan licht je een randje op.
Kom je er tussen de schelpen niet bij, blaas het stof er dan uit met een föhn op de koude stand, van zeker twintig centimeter afstand. Geen warme lucht, want die droogt de lijmlaag uit.
Doe dit ongeveer maandelijks. Stof valt op parelmoer harder op dan op glad materiaal, omdat het precies de glans wegneemt waarvoor je de vaas hebt gekocht. Op een gelakt oppervlak zoals de Capiz schelpenvaas in goud van 40 cm doorsnee is dat effect het duidelijkst: de hoogglans afwerking laat elke stoflaag zien.
Wat er nooit op mag
Schelp en parelmoer bestaan, net als marmer, grotendeels uit kalk. Alles wat zuur is bijt daarin: azijn, citroenreiniger, ontkalker. Je ziet het niet meteen, maar de glans wordt dof op de plekken die je hebt aangeraakt, en dat is geen vlek maar een beschadiging. Hetzelfde mechanisme speelt bij natuursteen, zie het stuk over meubels onderhouden per materiaal.
Ook fout: allesreiniger, glasreiniger en glansspray. Die laten een laagje achter dat stof aantrekt, en op gelakte modellen wordt dat laagje na een paar maanden zichtbaar als een wolkige waas.
Het enige dat de vaas ooit nodig heeft is een droge, zachte doek. Dat voelt te simpel om waar te zijn, en dat is precies waarom er zoveel misgaat.
Waar hij beter niet staat
Drie plekken vragen om problemen: een vensterbank in de volle zon, vlak boven een radiator, en een badkamer zonder raam.
Direct zonlicht en droge warmte laten natuurlijk materiaal krimpen, waardoor de lijm onder de schelpen het op den duur begeeft. Constante vochtigheid doet het omgekeerde en werkt net zo hard door.
De sterkste plek is een dressoir of console met daglicht van opzij, waar de schelpen licht opvangen zonder er de hele dag in te staan. Bij een grote vloervaas zoals de mother of pearl van 77 cm hoog komt daar nog iets bij: zet hem niet in een looproute, want de meeste schade aan grote vazen ontstaat door een stofzuiger, niet door verkeerd poetsen.
Verplaatsen, verhuizen en opbergen
De meeste schade ontstaat niet bij het schoonmaken maar bij het tillen. Draag een grote vaas met twee handen aan de bodem en tegen je lichaam aan, niet aan de hals.
Gaat hij in een doos: eerst een laag zijdepapier of een schone theedoek, dan pas noppenfolie met de noppen naar buiten. Folie die direct op de schelpen zit, drukt bij warmte af in de laklaag. Vul de holtes in de doos op en zet er niets bovenop.
Bewaar je hem een seizoen, zet hem dan rechtop weg op een droge plek. Niet op zolder direct onder het dak en niet in een vochtige kelder: dezelfde twee vijanden als in de kamer, alleen zonder dat je er zicht op hebt.
Kleurverschil is geen gebrek
Schelpen verschillen onderling in tint, glans en dikte. Dat is geen productiefout maar het bewijs dat de vaas met de hand is bekleed, en de reden dat geen twee exemplaren gelijk zijn.
Hetzelfde geldt voor kleine oneffenheden in de laklaag en voor schelpjes die net iets anders liggen dan hun buren. Bij machinaal werk zou dat er niet in zitten, en dan zou de vaas het licht ook niet op deze manier vangen.
Wat wel aandacht vraagt is een schelpje dat echt loszit. Zet het met een druppel transparante lijm terug voordat het eraf valt, zolang de plek nog schoon en droog is. Wacht je tot het los is, dan zit er meestal stof onder en hecht het niet meer goed.
Bekijk alle vazen en schelpenvazen
Bekijk de collectie





