Ga naar hoofdinhoud

Zomervakantie: bestellingen geplaatst van 15 t/m 29 augustus verzenden we vanaf 31 augustus · showroom vanaf 27 augustus op afspraak, vanaf 28 september weer normaal geopend

Eigen bezorgservice · Veilig betalen · 5.0/5 reviews
Interiori by Noenoes DecoratiesInteriori by Noenoes Decoraties naar de homepage

Stylinggids

Onder de trap benutten: welke hoogte waar, en wat er past

De ruimte onder de trap is in de meeste huizen een verzamelplek geworden in plaats van een ingerichte plek. Dat komt niet door gebrek aan meters, maar doordat de hoogte er over drie meter van nul naar ruim twee meter loopt en er dus op elke halve meter iets anders past. Hieronder hoe je die driehoek opmeet, wat er in welke zone hoort, en waarom licht hier meer oplevert dan welk meubel ook.

NNoenoes team5 min leestijd
Smalle goudkleurige consoletafel tegen een licht gestreepte wand, met twee zwarte opbergdozen met bloemenknop en een tafellamp met marmeren voet en linnen kap

De enige plek in huis waar het plafond op ooghoogte begint

Bij vrijwel iedereen staat er iets onder de trap wat er niet bewust is neergezet. Een stofzuiger, twee paar schoenen, een doos die naar zolder moet en er nooit komt. Niemand heeft dat besloten; het is de plek waar dingen belanden omdat er verder geen plek voor was.

Dat komt doordat de ruimte geen enkele rechte hoek heeft die je herkent. Een gewone Nederlandse rechte trap telt 13 tot 16 treden en beslaat met een aantrede van rond de 22 cm zo'n drie meter vloer. Over die drie meter loopt de onderkant van de trap van nul naar ruim twee meter. Elk half meter dat je naar achteren loopt, verandert wat er past.

Meet de driehoek in drie getallen

Meet eerst de lengte langs de muur, dan de breedte, dan de hoogte op drie punten.

De breedte is de makkelijkste: die is gelijk aan de trapbreedte, meestal 80 tot 90 cm. De hoogte doe je met een rolmaat tegen de onderkant van de trapboom, op één meter, twee meter en aan de hoge kant.

Met een optrede van 19 cm en een aantrede van 22 wint de trap ongeveer 85 cm hoogte per meter die je naar achteren gaat. Op één meter zit je dus rond de 85 cm, op twee meter rond de 170, en pas daarna kom je op sta-hoogte. Die drie getallen bepalen de rest van dit stuk.

De lage punt is dieper dan hij bruikbaar is

De eerste meter loopt van vloerhoogte tot ongeveer 85 cm, en is over de volle diepte van 80 tot 90 cm even donker als ontoegankelijk. Zet je daar een kast neer, dan sta je binnen een week op je knieën te graven.

Wat hier wel werkt is alles wat naar je toe komt in plaats van dat jij er naartoe moet: lades, een rolcontainer, een kist op wieltjes. Reken erop dat een doos van 40 cm diep nog altijd 40 cm ontoegankelijke ruimte achter zich laat, dus vul die achterste helft met wat je één keer per jaar nodig hebt.

Is er onder de eerste meter een trapkast met een deur, dan is dat dezelfde ruimte met een luik ervoor. Wat er in het zicht mag blijven en wat achter een deur hoort, staat in opbergen in het zicht.

De tweede meter is de bruikbare meter

Tussen 85 en 170 cm vrije hoogte zit de zone waar de meeste inrichting mogelijk is, en die wordt het vaakst overgeslagen omdat hij nog steeds te laag voelt om te staan.

Een laag meubel past hier helemaal. Een lowboard als het tv-meubel Langford van 220 cm breed en 45 cm hoog blijft ruim onder de schuine lijn en laat er nog 40 tot 100 cm wand boven vrij. In een woonkamer met een open trap is dat vaak precies de plek waar de televisie of de platenspeler kan staan, zonder dat er een wand voor sneuvelt.

Wil je hier zitten, reken dan met 45 cm zithoogte plus 90 cm hoofdruimte. Onder de 130 cm vrije hoogte ga je met je hoofd tegen de trap, en dat merk je pas als je opstaat.

De hoge kant is het enige deel dat je echt ziet

Vanuit de kamer of de hal kijk je nooit tegen de lage punt aan. Je ziet de hoge kant, en dat is dus de meter waar iets mag staan dat de moeite waard is om naar te kijken.

Een console werkt hier beter dan een kast, omdat de vloer eronder zichtbaar blijft. De consoletafel Whisker van 120 cm breed en 80 cm hoog laat bij een vrije hoogte van 190 cm nog 110 cm wand boven het blad over: genoeg voor een lamp, een spiegel of één groot object, en te weinig voor de drie kleine dingen die er anders komen te staan.

Houd het bij één opstelling. Deze plek wordt vanaf twee kanten schuin bekeken en verdraagt daardoor minder losse voorwerpen dan een dressoir tegen een rechte wand.

Open laten of dichtmaken

De vraag komt neer op de breedte van de ruimte ernaast. Is de hal smaller dan ongeveer 130 cm, laat de trap dan open: een dichte wand onder de trap maakt van een smalle gang een koker, terwijl je door een open trap heen kijkt en de gang zijn diepte houdt. Waarom dat werkt staat in een smalle hal ruimer laten lijken.

Vanaf ongeveer 150 cm hal, of als de trap in de woonkamer staat, kantelt het. Dan levert dichtmaken een berging op van al gauw twee vierkante meter, en dat is meer opbergruimte dan een hele kastenwand elders in huis.

Er is nog een derde variant die vaak wordt vergeten: half. De eerste meter dicht met een deur of lades, de rest open. Zo verdwijnt de rommel en houd je de doorkijk.

Zonder daglicht doet licht hier het meeste

Onder de trap komt geen enkele straal daglicht. Dat is de belangrijkste eigenschap van deze plek en de reden dat hij donker aanvoelt, ook als de rest van de hal licht is.

Eén lichtpunt lost dat op. Voor een nis die je alleen bekijkt is 200 tot 400 lumen genoeg; werk of lees je er, dan wil je meer. Warm licht rond 2700 kelvin sluit aan bij de rest van de hal, en het verschil tussen die waardes staat in kleurtemperatuur en kelvin.

De uitsteekmaat is hier de specificatie die telt, want je loopt er dicht langs. De wandlamp Lycke van 59,5 cm hoog en 11 cm diep blijft binnen de marge waarin niemand er met een schouder tegenaan komt; bredere modellen uit de wandlampen zijn hier alleen verstandig aan de hoge kant, waar je niet langs hoeft.

Wat hier niet hoort

Een echte plant houdt het onder de trap niet vol. Zonder daglicht laat hij binnen twee maanden blad vallen, en dan sta je in een donkere hoek dode bladeren op te vegen. Een zijden of kunstexemplaar doet hier hetzelfde werk zonder dat probleem.

Spullen die je dagelijks nodig hebt horen ook niet in de lage punt. Jassen en schoenen die je elke ochtend pakt, wil je op sta-hoogte, en waar die dan wel heen kunnen staat in schoenen en jassen in een kleine hal.

En let op de doorloop. Steekt er iets meer dan 40 cm uit in een gang, dan blijf je eraan haken met een tas of een wasmand; de vuistmaten daarvoor staan in loopruimte in huis. De trap zelf, van de onderste trede tot de leuning, vraagt een eigen aanpak, en die staat in trap en traploper.

Meer stylinginspiratie