Zet eerst het licht terug, dan pas de spullen
De eerste januariavond is een goed meetmoment, want het is om half vijf al donker en de kamer draait volledig op wat je zelf aanzet. Doe die avond de plafondlamp uit en ga zitten waar je normaal zit. In de meeste woonkamers van rond de 30 vierkante meter blijven er dan twee hoeken over waar helemaal niets brandt, en dat zijn precies de hoeken die in december wel gevuld waren met een lichtsnoer of een boom.
Reken op vijf tot zeven lichtpunten in zo'n kamer, verdeeld over drie hoogtes: iets op ooghoogte als je staat, iets op tafelhoogte en iets laag. In december kwam dat aantal er vanzelf bij. In januari moet je het opnieuw verdelen met de lampen die je al hebt.
Verplaats daarvoor eerst wat er staat. Een lage lamp werkt op een dressoir of een bijzettafel anders dan op een vensterbank: de tafellamp Peyton van 32 cm hoog met een marmeren voet van 16 cm doorsnee valt op een dressoir van 90 cm hoog precies op zithoogte, terwijl diezelfde lamp op een vensterbank tegen het donkere raam wegvalt. Wissel er twee om en kijk 's avonds opnieuw.
Pas als het licht klopt, heeft het zin om iets op een vlak te zetten. Andersom werkt niet: bij één plafondlamp lijkt elk object plat, en dan ga je compenseren met méér objecten. Waarom een kamer in de donkere maanden anders leest, staat in licht in de donkere maanden.
De vlakken in volgorde van gebruik, niet van zichtbaarheid
De neiging is om te beginnen bij het vlak dat het meest opvalt, meestal het dressoir of de schouw. Doe het omgekeerd en begin bij het vlak dat je elke dag aanraakt.
Dat is bijna altijd de salontafel. Op een blad van 100 bij 100 cm heb je in de praktijk een vrij vak van ongeveer 40 bij 40 cm nodig voor een laptop, twee glazen of een bord op schoot. Wat overblijft is de rand, en daar hoort de decoratie. Een schaal met een doorsnede van 34,5 cm en een hoogte van 15 cm, zoals de schaal Meauve in beige resin, neemt op zo'n blad ongeveer een derde van één zijde in en laat het midden vrij. Op een bijzettafel van 40 cm doorsnee is diezelfde schaal het hele blad.
Daarna komt de eettafel, want die staat vaak midden in de kamer en leest leeg als een gat. Houd per couvert een strook van 35 cm aan en zet wat er in het midden staat binnen een denkbeeldige baan van 30 cm breed, zodat er aan weerszijden ruimte overblijft om een schaal door te geven.
Het dressoir en de vensterbank komen als laatste. Dat voelt tegenstrijdig, omdat je daar het meest naar kijkt, maar juist daardoor zet je er te vroeg te veel op. Als de twee vlakken die je gebruikt eenmaal kloppen, weet je hoeveel er nog bij mag. Voor de indeling van dat dressoir is een dressoir stylen in drie zones bruikbaar.
Dat de kamer in deze fase kaler oogt dan hij is, is normaal en tijdelijk. Waar dat gevoel vandaan komt, staat uitgelegd in het huis na de feestdagen voelt leger dan het is.
Wat er tot maart in de doos blijft
Niet alles wat geen kerstdecoratie is, hoeft meteen terug. Laat ongeveer de helft van de losse objecten nog even staan waar ze staan: in de doos.
Dat heeft een praktische reden. Januarilicht is hard en vlak, en het valt laag naar binnen. Kleine glimmende dingen die er in november warm uitzagen, lezen in dat licht als rommel, terwijl mat aardewerk en textiel het juist beter doen. Het gaat vooral om de objecten onder de 10 cm: die vielen in december weg tussen de kaarsen en staan in januari los op een leeg vlak.
Textiel is de uitzondering. Dat mag er allemaal blijven, en er mag zelfs iets bij. Een plaid van 140 bij 180 cm dekt een fauteuil ruim en hangt over één zithoek van een driezitsbank zonder dat hij van de leuning glijdt; de plaid Ghislaine in natural heeft een fluffy voorzijde en een effen fleece achterkant, dus hij ligt zwaar genoeg om te blijven liggen. Leg hem op de stoel waar je 's avonds zit, niet op de bank waar niemand komt. De rest van de sierkussens en plaids kan gerust tot maart blijven liggen.
Zet de doos met de rest niet op zolder maar ergens waar je hem in maart makkelijk pakt. Rond half maart verandert het licht merkbaar, en dan haal je er twee of drie dingen uit die er dan wel toe doen. Hoe je zoiets per seizoen opbergt zonder dat het breekt, staat in decoratie opbergen tussen de seizoenen.
De kamers die in december niets kregen
In december kreeg één kamer alles. De boom, de kaarsen, het extra glaswerk en de plaid stonden allemaal in de woonkamer, terwijl de hal, de slaapkamer en de werkplek er zes weken lang precies zo bij stonden als in oktober.
Januari is het moment om dat te herverdelen, en dat kost niets. Een windlicht van 28 cm hoog met een voet van 16,5 cm, zoals de Sloane in mangohout met amberkleurig glas, staat in de woonkamer tussen vier andere objecten en doet daar weinig. Op een console van 120 cm in de hal is het het enige object en werkt dezelfde hoogte meteen. Voor de rest van die indeling helpt een console in de hal.
Op het nachtkastje geldt hetzelfde. Een blad van 40 bij 40 cm heeft ruimte voor één lamp met een voet van maximaal ongeveer 18 cm plus een boek, en meer past er niet zonder dat je 's avonds moet schuiven. Wat er in de woonkamer te veel stond, is daar vaak precies genoeg. In een slaapkamer rustig inrichten staat welke hoogtes daar prettig werken.
Loop tot slot de hal na. Dat is de kamer die iedereen elke dag twee keer ziet en waar in december niemand iets neerzette, en één lichtpunt op ongeveer 90 cm hoogte verandert daar meer dan een extra object op de salontafel.






